Don Quichotte


Hij valt te paard met woedend strijdgekletter
open poorten binnen en de vijand aan
slaat zijn slag en ieder veegt hij van de baan
zijn trouwe knecht volgt met trompetter

ten aanval trekt hij moedig onverschrokken
geharnast en gezeten op zijn vurig ros
vijanden die niet vluchten zijn de klos
heeft geen tijd te eten of jagen achter rokken

de burger ziet hem naarstig komen
men heeft geen echte vrees voor hem
mensen kennen zijn verdwaasde dromen

zijn wapens zijn slechts houten speer en stem
geen standplaats is zijn huis hij kan slechts dolen
als oprecht dichter bevecht hij iedere molen.

Droomtuin


Mijn droom van luchten, bries van warme zomer
de witte wolken zwevend langs het blauw
vergeten, winter, hagel, sneeuw en kou
in mijmer over struik en bloem als dromer

en langs de oprit zie ik reeds de rozen
en lelie’s blanke kelken borders sieren
voor schoonste vormen heb ik steeds gekozen
ik zie de kleur’ge borders nu al tieren

helaas een harde domper zal mij wachten
als na de winter bloemen niet ontspruiten
geen tulp of rozen kunnen pijn verzachten

maar straks geen bloemen struik of boom hier buiten
en heel misschien is ’t niet zo ongewoon
gezien de flat waarin ik sinds kort woon.

Drie pond


Drie pond, anderhalf kilo afgevallen
in vijf dagen lijnen slechts
misschien kom ik af van die vetkwallen
je kun het al zien vanaf rechts

een paar scheppies suiker minder
geen koekje bij de thee
van extra gewicht heb je maar hinder
en straks met kerst zit je er mee

drie pond, dat geeft weer moed
maar je broek moet niet af gaan zakken
eigenlijk vind ik mezelf al heel goed
ga vanavond drie spekpannenkoeken bakken.

Dans van de crisishorlepiep


De muziek zette in
het ensemble van de kromme noten
en Economie startte als begin
hij heette Olifant met Lompe Poten


Daarna volgde zijn vriendin
die hij enthousiast begeleidde
zwierden en zwaaiden met alle zin
zij heette Nijlpaard Politiek, dat ter zijde.


En Bureaucratie Buffel completeerde
het illustere driemanschap
dat met de horlepiep zich amuseerde
dwars door de porseleinkast voor de grap.

Herfstkolder

Hoe kan ik nu toch somber zijn
terwijl ik met de bladeren wil dansen
door ‘t veld over straat of over plein
wind in ‘t hoofd gewoon heerlijk sjansen

begeleid door muziek in kale bomen
op maat van loeiende stormwind
flamenco of in slow-step heerlijk dromen
met flair en passie zo je nergens vindt

in wals zie ik mezelf al elegant zwieren
en dat ik dat niet doe is toch van de zotten
wat zit ik nou te zeuren en te klieren
ik kan ’t gewoon niet met m’n ouwe botten.

Voortkabbelend


Geen tijd gaat ongemerkt voorbij
in dagen van jagen en jachten
als een zee met wisselend getij
gaan en komen steeds gedachten

verleden leeft in de herinneringen
als vaststaand alledaags beleven
van gewone en niet gewone dingen
van ontvangen en geven

in stilte wordt de tijd gesleten
onopgemerkt aan ons voorbij
tot plots toekomst laat weten
in een slag keert het tij.

Wat is poëzie?


Duizenden vormen bekend
één erkend ander verzwegen
voor mij als ik het leven zie
niet strak in geweven lijnen

schoonheid van een wilde tuin
de één geniet van deze bloem
de ander weer van een ander
men moet orde er in kunnen zien

onder lezen ziet men beelden
schoonheid, verlangen of verdriet
maar hoe de toekomst wordt
dát verklap ik nú nog niet.

Want dat is poëzie!

Elke dag in ‘t leven


Mijn dagen zijn mij kostbaar
Nu mijn uren zacht heengaan
Tijden die ik draag in mijn hart
Vanaf mijn jeugd en kindzijn
Mijmerend tot het heden
Herinneringen uit nog
Niet eens zo’n ver verleden
Als men de tijd in universum telt

Korte tijd is de mens beschoren
In een leven van stille aard
Dikwijls in eenzaamheid verloren

En ergens hangt de hoop
Dat toekomst eeuwig zal duren
Waarin vrede en liefde
Pijn angst en haat doen vergeten.

Wie zou vermoeden dat wij dichten voor de lol


Wie zou vermoeden dat wij dichten voor de lol
En maling hebben aan hen die recenseren
Wat mij betreft, al schelden ze mij uit voor drol
Ze moeten eerst maar zelf eens schrijven leren
Reeds Bredero zei vroeger; het kan verkeren.

Waarom zou hij die slechts woorden kan vinden
Zijn mening mengt met stormen of iele winden
Alleen nut kennen van klanken die niets binden.

Dus zal ik mij door hen niet laten frustreren
Die denken mij met hun zotheid te beleren
Ze maken mij met hun kritieken heus niet dol
Op mijn fantasie kan ik nog heel lang teren
Wie ’t niet wil lezen doet zijn broek maar vol.

Alleen dat resultaat kan mij al amuseren.

Der keer’len god


Hoe was ik in mijn vorige leven
een koene graaf hoog te paard
ver boven volk en gepeupel verheven
onversaagd met speer en zwaard

de vrees van alle sluikse schooiers
die waagden de mens te knechten
dwong hen op hun knieën, de pooiers,
wist zo verdrukten aan mij te hechten

geliefd was ik, ver voorbij palen,
voor niemand bang, dat is gewis,
leef ik nog voort in vele verhalen
als “Der Keer’len God”, graaf Floris.

Valentijnsonnet


Ach luister schone, zie mij thans hier staan
ballade zingend naast uw regenton
-als ik tenminste ook nog zingen kon-
kom, hoor met glimlach mijn gejammer aan.

Toe werp een roos vanuit uw hoog balkon
zo u mij niet wil zien zal ik vertrekken
-ik zou verdomd van kou zowat verrekken-
straks krijg ik wegens overlast een bon.

Mijn stem is geen tenor en ’t lied wat raar
’t kan niet als tophit worden aangehoord
helaas ligt dat aan die gesprongen snaar

Waarom heb jij mijn dromen wreed verstoord
ik dacht, zij gooit een rooslein naar benee
helaas, waarom die zware bloempot mee?

Lopen over de lange lindelaan


O Leentje ‘k zag je laatst nog lopen
Over de lange Lindelaan
Waar je schoentjes ging kopen
Je bleef daar voor de winkel staan

Ik dacht; O, dat ze mij ook leerde lopen
Zo samen hand in hand
De stoutste gedachten hebben mij bekropen
Ik dacht; Man, gebruik toch je verstand

Maar je keek me aan en lachte
Met je allerliefste lach naar mij
Met mijn hoofd rood zonder gedachte
Sprong ik een gat in de lucht zo blij

Kom, zei ik, we gaan je schoentjes kopen
Of trekje liever laarsjes aan?
Dan gaan we daarna samen lopen
Hand in hand over de lange Lindelaan.

En een eindje verder voor het vensterraam
Zagen we lief lachend lotje staan.

Allemaal goede voornemens


Ik heb me voorgenomen
dat ik dit jaar
eens heel braaf zal zijn
dat ik zoveel mogelijk
mijn vrouw zal helpen
en er voor zal zorgen
dat mijn hond
niet bij de buren
in de tuin komt

dit jaar zal ik heel netjes
en heel secuur
het gras van ons gazon maaien
en op tijd alle struiken snoeien
het onkruid keurig wieden
één of twee keer autowassen
het grint ieder 2 á 3 weken harken
en misschien wel het terras vegen

Kortom

Ik ga dit jaar niks
anders doen dan
vorig jaar!!!!!!

Op mijn brommer


Scheuren door polders en over boerenwegen
van dorpen naar steden dan steeds heen en weer
of de zon nu scheen, of in zware slagregen
dat kon me niet schelen, ik zat toch in het leer

steeds sneller en sneller schoot ik alles voorbij
elk maximum overschreed zo die brommer
met de wind om je kop voel je, je pas echt vrij
niet verstandig, maar niet meedoen was dommer

Ze kunnen geniepig ergens verdekt gaan staan
heren der “Hermandad” stiekem op de loer
en juist als je lekker op topsnelheid wilt gaan

wordt je justitioneel promotievoer
de brommer ging zonder-meer op de rollerbank
hij staat nu één-bij-één in de vensterbank.