
Vannacht opgezien naar de hemelboog
zag daar de sterren ontelbaar in getal
zag ze nog lang niet alle met ’t blote oog
er schijnen er zoveel in ’t groot heelal.
Wie zal ooit al die lichtjes tellen
of maar kunnen schatten bij benadering
meer als Sherazade kan vertellen
vormen zij allen samen een betovering.
Duizenden schijnen er weer iedere nacht
duizenden elk in hun eigen baan
de één helder, de ander beschijden zacht
allen wonderen door Gods bestaan.
Zie ook vannacht op naar de hemelboog
naar al die schitterende hemelpracht
als naar Gods triomfboog
die de schepping en het groot heelal bedacht.

