Schilderij van Hans Versfeld
De lentezon brand op het terras
Pruisisch blauw kleurt de hemelkoepel
de kruinen van de bomen zingen
zwaluwen scheren laag over de weiden.
Loom loopt het vee te grazen
zwaaiend met staarten tegen insecten
of ligt al herkauwend languit in het gras
toonbeeld van rust en vrede.
Genietend van een lentedag als deze
zit ik dommelend in m’n gemakkelijke stoel
en ’s avonds als de zon ter kimme daalt
past het niet anders dan de schepper te danken.
Waar zijn de verten
waarvan ik droom
waar aan blanke stranden
schaduw valt van palmboom
en vlakke zee spiegelt tot
waar aarde en zee één worden.
Ach witte vogel neem mij mee
langs blauwe lucht
tussen wittte glanzende wolken
omlijnt door gouden randen
daar waar alle mensen
altijd vrienden zijn in alle landen.
Eenmaal komen wij allen aan op Golgotha
daar onder het kruis waar mensen lijden
gepijnigd en gemarteld zonder gena
beschuldigd van vele kwalen en nodeloos strijden.
Eens kroont men ons met doornkroon
en legt een loodzwaar kruis op onze rug
betaalt onze werken naar aardse loon
en voor ons is geen weg terug.
Dan wacht ons het duister van het graf
afgesloten door een zware steen
en wij verwachten verwijt en straf
maar ook dan laat U ons nooit alleen.
Zelfs door die steen schijnt weer Uw helder licht
wordt door het kruis de dood teniet gedaan
Uw almacht maakt dat het duister zwicht
en wij straks gereinigd voor Uw troon zullen staan.