
Terwijl in het holst van de nacht
spoken door de kamer zweven
ieder bang op de ochtend wacht
weggescholen in angst en beven.
Zullen straks, als de zon weer rijst
de straten weer gaan leven
is er niemand die nog spoken wijst
of zijn of haar angsten aan durft geven.
Dagen zijn het leven, dagen zijn plezier
leven is voor iedereen zonneschijn
voor de één een glas wijn, de ander een pul bier
maar niemand leeft alleen in maneschijn.
Maar spoken zweven niet in de zon
dan zouden zij alleen maar verschroeien
ze trekken zich terug in een cocon
waarin ze voor de volgende nacht groeien.

