De jonge Don Juan


Wat heb ik lang verlangd naar jou
toen we eindelijk samen waren
wist ik echt niet wat ik zeggen zou
zat daar te draaien en te tollen
en lachen als een schaap.

Toen jij zachtjes op mij aankwam
schoof ik beleefd een stukje op
hield mijn handen angstvallig op mijn schoot
want om je aan te raken
geneerde ik mij dood.

Maar toen jij met zachte stem begon te praten,
zei dat je mij best aardig vond
stond ik gelijk in vuur en vlam
kwamen de vlammen uit mijn mond
was ’t of dat mekkerend schaap begon te blaten.

Ik ben toen heel stiekem tegen je aan gegaan
heb genoten van je heerlijke lucht
maar toen ik je knie betaste
ben jij hard gillend weggevlucht
en mij liet je beteuterd en blozend staan.

Het nieuwe licht


Geen nachten donkerder,
geen dagen somberder
dan de laatste dagen
van het jaar.

De hemel bedekt en huilt tranen
het afscheid val hem zwaar
toch trekken wij tezamen
op naar het nieuwe jaar.

En in die tijden wordt geboren
weer het nieuwe vredeslicht
waarin wij weer zullen horen
het wonder eens door God verricht.