Kinderen van Bethlehem


Heerser en beducht in macht,
tot elke daad van onrecht bereid.
Nu klinkt uit Bethlehem de klacht,
zo Eva om haar zonen schreit.

Hoe ver reikt satans heerschappij,
dat hij zélfs geen kind zal sparen.
In woede briest zijn razernij.
Bethlehems kinderen, de eerste martelaren.

Een moeder huilt, haar kind gedood,
door ’t zwaard der wereldvorst.
Ach wereld zie hier je eigen nood,
hoe je in eigen bloed je oordeel torst.

Maar hoor, hoe de profeten melden,
de overwinning komt van ’t Kind.
Hij zal de gruwelen vergelden
en zorgt, dat de aarde weer vrede vindt.

Hij droogt moeder’s tranen.
Met Bethlehems kinderen zet Hij glorie in.
Voor hen zal Hij de zege banen,
hen doen delen in Zíjn gewin

Après Noël


Gezellig was het kerstmaal gisteravond
na jaren zagen we elkaar eens weer
waren verbonden in pais en vrede
alle haat en nijd werd eindelijk bijgelegd
bij aankomst een zoen van Truus voor Mien
zwager Henk sloeg Jan ferm op de schouder
de familie was na zoveel jaren één

gisteravond bij thuiskomst
belde Truus nog eens met Mien
wat gezellig is toch zo’n familiefeestje
had zus Hennie al zolang niet gezien
“Zeg zag je, ze had die dure broche om.
Die ze gejat heeft op de erfenis van tante An
En Henk droeg die mooie dasspeld,
die bedoeld was voor onze Jan.”

“Ja meid, en Karel met die kitscherige trouwring
die hij van Willie kreeg. ’t Is om je te bescheuren.
En Gerrie deed zo vreeslijk lief tegen Adrie.
Nou ik heb m’n portie weer gehad,
mij zul je er volgend jaar niet vinden.
Kerst is toch een vredelievend gebeuren
dat je viert met dierbaren en vrinden
en niet met lui die over ruzies zitten zeuren”.