Verleden en heden


Oorverdovend is de stilte
Oogverblindend ’t smetloos wit
Eeuwig groen de verre bossen
Stralend blauw de hemelkoepel

En mijn hart is vol verlangen
Naar de tijd dat ik zwierf daar
Over dat uitgebreide ruime veld

Daar zwierend over bevroren water
Van sloten, vaarten en het meer
Genietend van de rust en vrijheid
Van zuivere lucht en helder weer

Dat mocht zo zijn in het verleden
Maar wie het werkelijk zoekt
Die vindt het ook nog in het heden.