
Waar de gedachte mij belet
Te gaan ’t pad van onschuld
En mij de slinkse paden wijst
Met duisternis gevuld
Door schaduwen en langs ravijn
Door ‘t rijk van mist en nevel
Waar enkel waanbeelden zijn
Daar is geen veiligheid of wet
Vindt men slechts blinde gevel
Van doelloos jagen naar waarheid
In fijnmazige netten gevangen
Droog en fijn zand.
