
Als een brandhaard is soms het leven
Waarin je verschrompeld en verschroeit
Aangewakkerd door tegenwind
Laaiend door dorre oude takken
En geen brandwacht die komt blussen
Je voelt je als in eenzaam vuur
Slechts kan een diepere warmte bekoelen
Warmte met armen om je heen
Die brand de verzengende hitte
Tot een koele zachte bries en zet je
In vuur en vlam voor verdere levensduur

