Nog van een lang verleden


Ik ken je nog van een lang verleden
Blozend en blakend gezond
Reeds stiekem heb ik je toen aanbeden
Alleen al om je haar zo krullend blond

Je lach en parelwitte tanden
Je stralende ogen en je blos
De gratie van je welgevormde handen
Maar je sloeg je er ook wel boos op los

Als ik liet merken naar je te verlangen
En kwam dan iets te dichtbij
Kreeg ik een flinke mep op m’n wangen
En ik herhaal niet wat je dan zei

Ik ken je van een lang verleden
En al ben je nu niet meer zo blond
Je bent nog steeds dezelfde in ’t heden
Dat meisje wat ik toen zo schattig vond.