Milioenen herdenken


Mijn ziel huilt vandaag miljoenen doden
zo zinloos gemarteld, afgeslacht
uit alle delen van de wereld bijeen gebracht
’t waren niet alleen joden

hoe hebben de schoorstenen van Auschwitz gerookt
en bouwden de barbaren daar dijken
niet van klei of zand maar verkoolde lijken
door machtsgevoelens enkel opgestookt

de wereld heeft het gezien en wij herdenken
maar naar schijnt niet meer in pijn en rouw
zijn wij niet meer de vaderen trouw
die ook voor ons de vrijheid niet lieten krenken

’t kwaad steekt steeds de kop weer op
van verdrukking en discriminatie
met loerend gevaar van autocratie
loop eindelijk voor waarheid eens voorop.

Dierbare stilte


In de stilte van de avond
voor het afscheid van het licht
zie ik nog langs lange lanen
jouw silhouet stil verdwijnen uit zicht
je schouders wat gebogen
je blik op de horizon gericht

zacht hoor ik schuifelende voeten
door het mulle stoffige zand
denk aan handen alsof ze zoekend
vragen naar een vriendschapsband
een stem die vraagt om waarheid
mens die mij zijn leven verpandt.

Wereldbelang


V. N. heeft resolutie gesloten
de vrede is inzicht
de dictator terug gefloten
de tekst klinkt als gedicht.

De mortieren zullen zwijgen
het wordt zo het eens was
geen gevaar zal nog dreigen
van butaan of mosterdgas.

De wereld is tevreden
en ziet genoegzaam toe
dat is dus het heden,
wij zijn het helpen moe.

Wij hebben onze bevrijding
nog maar net gevierd
en zien totaal geen aanleiding…,
misschien zijn we niet zó gemanierd.

Herinnering aan V.N. resolutie in 2014

Nachtelijke herinneringen


Donker sluimert maar ik lig wakker
waarom nou toch die pijn
mensen die elkaar beschimpen
niemand die gewoon vriendelijk wil zijn.

Onrustig is het duister
en wolken bedekken enigst licht
de nacht hult zich in stilte
een dag door verdriet ontwricht.

Ik hoor slechts seconden tikken
maar ook die gaan traag door ‘t zwart
van de tijdloze sombere nachten
waarin ruimte stil verstart.

Wakker lig ik door de intense stilte
waardoor herinneringen er weer zijn
maar wat helpen mij die tranen
ze verwijderen geen verdriet of pijn.

Een tijd stopt


Soms staat de tijd even stil
bij kleine of grote dingen
net hoe je het zien wil
we kunnen de tijd niet dwingen

woorden blijven op de plek
alsof ze niet zijn uitgesproken
opgesloten tussen muur of hek
als vuurwerk dat niet is ontstoken

gedachten blijven peinzend staan
in momenten van stil staren
als wij elkaar niet meer verstaan
en ons daarover zorgen baren

verdriet wat ons zo pijnlijk treft
door tegenslag of zware strijd
in donkere wolk die zich verheft
dan plotseling, stopt de tijd.

Terrorisme


Nu ligt de straat geplaveid met bloemen
En mensen kijken angstig om zich heen
Het leed te groot om op te noemen
Veroorzaakt door lieden met een hart van steen

Voor de doden laat men kaarsen branden
En angstig schuilt men bijeen
Het kwaad gaat door alle landen
Toch voelt men zich telkens weer alleen

Waarom willen mensen elkaar dwingen
Te leven naar hun principe of overtuiging
Verzinnen steeds de gruwelijkste dingen
Die geen mens ter aarde onderging

Nu kleurt de aarde rood van bloed
Waarbij wij eindeloos treuren
En wij weten maar al te goed
Dat we verdriet niet wissen met bloemengeuren.

Claustrofobisch angstbeeld


De nacht is duister en diep
En spaarzaam schijnen lantarens
In de mistige natte steeg
Waar ik diep in mijn kraag verscholen
Over ’t glanzend nat plaveisel ga

Troosteloos staren donker ramen
Als koolzwarte niets ziende ogen
Gevat in gevels als kale doodskoppen
Mij angstwekkend luguber aan
En ik heb geen wens dan deze
Doodse stad zo snel mogelijk te verlaten.

Russische vrijheid


Als het gekrookte riet in de morgen
de afgebroken takken op het pad
de schuimlaag langs de oevers
het wrakhout aan de kust
verwaaid zand achter duinen.

Een verloren wereld in chaos
verwoest door dreiging en geweld
ontredderd, hopeloos verloren
in waanbeeld, eer, roem en macht
de burger slechts het lot beschoren.

Het lot van ellende en lijden
als heiligst streven voorgesteld
dood als vrijheid geprezen
schone toekomst voorspeld aan hen
die niet weten waar zij voor strijden.

Stilte


Op haar mooist met rozen in het haar
Een schitterend bruidsboeket zo stond ze daar
Vandaag de mooiste dag van haarleven
Zou ze hem haar hand en liefde geven

Hij, mannelijk stoer, doch jong verlegen
Stond daar in uniform compleet met degen
Licht blozend, van haar hield hij het meest
Vandaag was het hun huwelijksfeest

De volgende dag trok hij ten strijde
Wijl zij tijdens het afscheid schreide
Zoende hij haar en zei, “Ik kom terug”,
Zij bad; “O Heer, als ’t kan heel vlug”

Hij schreef; “Morgen zijn we aangekomen.
Dan genieten we van al onze dromen”
Het was zijn allerlaatste woord.
Nooit heeft iemand meer van hem gehoord.

Ik heb een kuil gegraven


Ik heb een kuil gegraven.
Een grote, diepe kuil.
In mijn armen heb ik je er heen gedragen
En zacht heb ik je neergelegd.
In mijn hart heb ik woorden gesproken,
Die mijn mond nooit tegen een mens hebben gezegd.

De herinnering aan je jonge jaren,
Aan alles wat je deed voor mij.
De zachte glans van je gele haren,
Je zachte aard, zo trouw en toch zo vrij.
’t Begrip in je trouwe hondenogen.
Je grote bereidheid alles voor mij te doen,
Wat lag in jouw vermogen.
Uit dank, een lik op mijn hand, als zoen.
Maar je werd oud, en stram,
En kreeg steeds meer kwalen.
Een gezwel, dat je bijna je adem ontnam.
’t Was duidelijk, je zou ’t wel niet lang meer halen.
Toen heb ik je voor erger gespaard.
Je bent zacht en vredig heengegaan.
In mijn hart heb ik de herinnering bewaard,
Aan mijn trouwste vriend die ooit heeft bestaan.

Ik heb een kuil gegraven.
Een grote, diepe kuil.
In mijn armen heb ik je er heen gedragen.
Ik was zo aan je gehecht,
Dat mijn hart de woorden heeft gesproken,
Die mijn lippen nooit tegen een mens hebben gezegd.

De stille stad

oorlog in Kiëv
’t Is stil in de stad alleen verlaten straten
nergens leven, nergens lachen of praten
waar kinderen speelden is ’t nu verlaten.
nergens meer huizen, alleen nog bomgaten.

’t Is stil in de stad ’t enige wat men hoort
is ’t ritselen van muizen en ratten
muren zijn met kogels doorboort
geen zinnig mens kan dit bevatten.

Ergens huilt nog een granaat
en slaat tussen huizen een laatste gat
zodat geen steen op de ander staat
dan valt nacht, en is ’t stil in de stad.

Abgefürt


Door het duister stampen ijzeren zolen
en af en toe wordt op deuren gebonkt
en menigeen houdt zich verscholen
bij het schreeuwen van bevelen
houdt men de adem angstig in
bij het naderen van zwaar geronk
terwijl in het spaarzaam licht van een lantaren
weerschijn van helm en banjonet blonk

“Herr Cohen?”klonk snauwend de vraag
“Mit kommen! Nein wir haben nicht der zeit
Gein abschied bitte, das komt später”
Ze dacht, over niet te lange tijd komt hij terug
en besloot op hem te wachten
en al die tijd was ze bij hem in gedachten
als de laarzen weer door de straten stampten
in die eindeloze eenzame bange nachten
hoopte ze dat ze hem terug brachten

Er was toch om hem te straffen geen rede
geen enkel excuus voor straf of gevang
hij was een vriendelijk man en hield van vrede
maar nooit is hij bij haar teruggekomen
toch werd hij gedood omdat hij Cohen heette.