Onuitsprekelijke liefde

Wat is liefde nog dat wij kunnen geven
na alle lijden dat U ons vergaf
iedere dag getuigt Uw gena in dit leven
kwijtschelding van schuld en straf.

Tegenover al Uw grote liefdegaven
die U ons bewees keer op keer
kunnen wij onze zwakte niet staven
op volgzaamheid van Uw leer.

Wat mogen wij dankbaar wezen
dat U ons door Uw gena alleen
iedere dag weer gunst hebt bewezen
ons te aanvaarden door alles heen.

Onschuld

Terzijde stond ik in tranendal
vol ongeduld en onbegrip
ver weg van schuld en lijden
was niet in staat te strijden
tegen wat ik als onrecht zag

stil heeft Hij mij toen meegenomen
om niet in het gewoel te komen
vol verdrukking en verdriet
in het alledaagse leven
gevaren die geen mens haast ziet.

Ochtendbuurten

Aan het begin van deze morgen
kom ik weer tot U o Heer
nee ditmaal niet met allerlei vragen
maar danken voor het stralend weer
voor de zang der vogels in de bomen
voor bloeien van de bloemenpracht
voor rust die U ons weer wilde geven
in een verkwikkende slaap vannacht.

Heer, na al deze vele zorgen
zult U zelf toch wel vermoeid zijn
terwijl wij op deze morgen
nog zo dikwijls komen klagen over pijn
over onbenullig klein dagelijks leed
over zaken die wij beter wensen
terwijl U al zoveel voor ons deed.
Maar ja, wij blijven ook maar mensen.

Heer, aan het begin van deze morgen
die Uw aanwezigheid in alle glorie toont
kom ik om U te danken voor Uw zorgen
voor het feit dat U dag en nacht bij ons woont.
Niet met klachten over ’t één of ’t ander
of mijn ontevredenheid te uiten
maar zomaar een buurpraatje te maken
en door Uw zon kan dat heerlijk buiten.

Mijn leven in een teken


In ’t zachte licht verglijdt de dageraad
vanaf ’t vroege uur tot avondklok
van schemering tot schemering.

Vanaf de zon rijst aan de oosterkim
aarde verwarmt met haar stralen
tot ze in ‘t westen onderging.

Zo verglijden ook onze levensdagen
langs de strakke lijnen van hoop
tot levensdag in herinnering.

Aan de avond van mijn leven wil ik danken
voor het zonlicht en de vele zegen
die ik iedere dag weer ontving.

Lof en danklied


De dag is weer opnieuw begonnen
met schemerlicht langs de horizon
licht heeft weer van duister gewonnen
zoals ook U het donkere graf overwon
en blij, samen met de vogelkoren,
wil ik U mijn danklied laten horen.

En vraag U Heer, wees ook deze dag
de Herder in Uw weidse schepping
vervul ons met verwondering en ontzag
voor U die tot in de dood ons voorging
ons loflied en onze dank zij U gewijd
voor liefde en gena in Uw grote goedheid.

Licht van zekerheid

De dag is begonnen met Uw warme schijn
licht dat getuigenis op heel de aarde
van Uw almacht en grote liefde wil zijn
dat U, ondanks zonden, ons steeds aanvaarde.

Als mensen Heer laat U ons steeds in waarde,
ziet ons lijden in Uw mededogen aan
stelt ons vooruitzicht op Uw schone gaarde
dat wij daar eens voor eeuwig voor U staan.

Geef ons het zeker weten in dit bestaan
dat U bent en ook voor altijd zult blijven
in eeuwigheid altijd met ons zijt begaan
eens voor eeuwig de twijfel wilt verdrijven.

Dank, dat U ook deze dag wilde geven
teken van licht waarin wij mogen leven.

In het verschiet


In het verschiet,
Tussen nevels van grauwe dag,
iets, wat ’t oog niet ziet.
Een lichtstraal, als flauwe lach.

Zachte roep uit het verleden.
Glans, als breekt de zon eens door.
Hoop, van lang geleden.
Illusie, die zijn glans verloor.

Melancholische gedachte,
tot op heden niet vervuld.
Waarop de wereld niet wachtte.
Wordt door mensen niet geduld.

Ergens in het verschiet,
ver nog van het heden,
klinkt een hoopvol lied.
Vanuit de grauwheid vol gebeden.

Wijkt nu de grauwheid in het heden,
voor de toekomst van ’t verschiet.
In antwoord op onze gebeden.
En…, als dank een hoopvol lied.

In goede gaarde en aarde

In Uw gaarde wil ik zijn geplant
als kleine kiem van oprecht leven
al het goede ontvangen uit Uw hand
sterken in liefde die U wilt geven.

Geplant in rijke voedzame aarde
gehecht aan goede sterke rank
gevestigd in beschermde gaarde
wil ik goede vrucht brengen als dank.

In eerste zonnestralen


In zacht zonlicht boven de kim
strelen mij ’s morgens Uw ogen
zacht fluisterend door ’t lover
vertelt mij Uw stem van liefde
de nieuwe dag ligt in Uw vermogen

door nachtelijk rust gesterkt
zie ik in Uw licht de vrede
de schepping zo U hebt gemaakt
voor elk leven tot heil en zegen
daarom tot U deze dag mijn bede.

Hulp uit dankbaarheid

Geen gift is zo groot als liefde ooit verkregen
in een warm hart dat klopt voor ieder mens
die steeds weer voldoet aan elks liefste wens
ook al wordt zijn goedheid in stilte verzwegen

stil is de dank dat hij kan helpen waar nodig
geen kleine beloning is voor hem zijn deel
zelfs een woord van dank vindt hij dikwijls teveel
elke dankbetuiging vindt hij overbodig

hij vindt normaal dat hij helpt waar het kan
men hoeft hem daarvoor niet uitbundig te loven
hij is een vriendelijk voorkomend zwijgzaam man

’s avonds voor slapen gaan buigt hij in geloven
zijn  hoofd en knieën en dankt oprecht zijn Heer
voor hulp en steun en legt zich dan ter ruste neer.

U wil gebeden zijn

Steeds weer kom ik U vragen stellen
leg nieuwe problemen voor U neer
dilemma’s zijn haast niet te tellen
maar helpt U mij uit de noden Heer.

Ook al denk ik mijzelf te bevrijden
uit mijn noden en uit mijn verdriet
blijf ik tegen mijn onmacht strijden
alleen U Heer bent het die dat ziet.

Maar waarom blijf ik dan steeds vragen
bent U dan toch nooit mijn bidden moe
U heeft mijn zonden ook gedragen
sluit, o Heer, Uw oren toch niet toe.

U geeft ons Zélf steeds de zekerheid
dat U door ons wilt zijn gebeden
daarmee heeft U door Uw woord bevrijd
elk die tot het eind heeft gestreden.

Herfstgeluk

naar licht van de toekomst

Zonneschijn tussen kleurrijke bladeren
door nevelig klimaat zodat licht in rechte
banen als Jakobsladder ten hemel gaat
alsof in deze omgeving van vallend blad
rustplaats aan Israëls vader wordt herdacht.

En zacht wandelen wij hier in eerbied
stil genietend van dit vele schoon, zien
schittering van zonlicht door verkleurde
bladerkroon en wonder van schepping
in spel van zon, wind en bladerdans.

’s Avonds vouwen wij in dank handen
die geluk van die dag nog vast willen
houden in een vraag: “Ach geef ons Heer,
in deze herfsttijd van ons leven nog die
straaltjes zon, misschien zomer voor even.”

Heer laat ons dankbaar wezen


Heer, laat ons dankbaar zijn voor het leven,
Uw gift die U ons gaf zo overstelpend groot,
En die Gij ons in de schepping hebt gegeven,
Uw Heil, van geboorte tot de dood.

Heer, laat ons dankbaar zijn voor alle dagen,
die wij op Uw schone aarde mogen zijn,
laat ons die in dankbaarheid aanvaarden
zonder meer te vragen, zonder schijn.

Heer, laat ons dankbaar zijn voor het zonlicht,
Dat ons verwarmt weer elke dag,
waarmee Gij Uw liefde tot ons richt,
met Uw vriendelijke lach.

Heer, laat ons dankbaar zijn voor de regen,
dat het groene veld doordrenkt,
zich verspreidend als Uw Zegen,
ons het nieuwe leven brengt.

Heer, laat ons dankbaar zijn voor het eten,
dat wij steeds uit Uw hand ontvangen,
dat wij dat toch U nooit zullen vergeten,
in onze gebeden en dankgezangen.

Heer laat ons dankbaar zijn voor de nachten,
die U hebt bestemd voor onze rust,
waarin wij met zekerheid mogen wachten,
tot Uw licht ons wakker kust.

Heer, laat ons dankbaar zijn voor het leven,
het leven in Uw Liefde, Heer,
het leven, in alle gena door U gegeven,
dan verlangen wij niet meer !

Gods vreugde

Niet onze tranen, onze zorgen
zijn U welgevallig Heer
maar de vreugde in de morgen
bij zonsopkomst telkens weer

als wij U vragen ons te leiden
door een nieuwe blijde dag
waarin wij niet hoeven strijden
maar bevrijd zijn op Uw gezag

dagen dat wij op Uw aarde
genieten van wat U voor ons deed
zien de werkelijke waarde
waarvoor U tot in de dood toe streed.

Gift om te delen

Ik heb zoveel zitten dromen
en denken over liefde
geschonken door mensen
maar vond zo weinig
wat me moest verheugen
dat gaf me gevoel van pijn.

Steeds gingen mijn gedachten
in cirkels tussen verlangen
naar geven en ontvangen
liefde die om niet gegeven werd
vanuit puur en zuiver erbarmen
een hunkering in menselijk brein.

Toch zal ik kunnen geven als
mens die van zichzelf niets bezit
slechts uit genade kan verzamelen
het schamel straaltje licht
uit die Lichtbron van liefde die
Zich ook op mij persoonlijk richt.