
Stil zijn de bossen
kaal de kruinen
bomen bedekt met mossen
geen bloem nog in tuinen.
En door het dorre hout
strijkt een bries
als over snaren
een melodie
die over ’t leven rouwt
alsof de natuur
nooit weer zal baren.
Maar elke tak
iedere twijg
bewaart toekomst
om eens ’t leven
in alle schoonheid
weer te geven.
Maar eerst komt rust
winterslaap
voor natuur en dieren
om daarna uitgerust de aarde
met kleur en dieren
weer opnieuw
te versieren.
