Met het weer mee


De lucht was grauw
en stil de straten
slechts een enkeling
haastte zich naar huis.

De kraag hoog op,
handen in de zak gestoken
de blik op oneindig
geen groet, hooguit een grauw.

Hoe anders als de zon straalt
aan een helder blauwe lucht
dan heeft ieder mens tijd
voor een groet of praatje.

Dan zijn de straten weer bevolkt
en zie je geen chagrijnig gezicht
niemand meer de blik op oneindig
het oog veel meer op lach gericht.