Ten tijde van Edmund Spencer 1552-1592


Hoelang was ik steeds bereid voor u te strijden
in aanbidding voor uw charme en uw ogen
doch steeds liet u mij door uw afwijzing lijden
toch werd ik elke keer tot u aangezogen.

Wellicht weert gij mij door mijn gering vermogen
kunnen mijn liefdeswoorden u niet bekoren
ik bid u mijn aanwezigheid te gedogen
niets liever wens ik dan uw zoete stem te horen.

Reeds vormen zich op mijn gelaat diepe sporen
door louter droefenis en van vele tranen
enkel tot u wil mijn hart zich toebehoren
dan zou ik mij ten zevende hemel wanen.

Laat mij in mijn verdriet hier niet stil verkwijnen
schenk uw hand dan zal mijn droefenis verdwijnen.

Geef een reactie Je eerlijke mening wordt zeer op prijs gesteld

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.