Land van eeuwig zonneschijn en vrede


Waar is het land waar enkel vrede woont
daar waar langs alle wegen bloemen staan
en op gouden zetel de Liefde troont
tussen mensen geen vetes meer bestaan

Wijs mij het land van eeuwig zonneschijn
de nacht geweerd door gouden licht
waar ieder wordt gespijsd en gelest met wijn
daar is iedere deur open, de poort nooit dicht

Laat mij gaan naar dat oord van vrede en rust
dat land moet toch ergens wezen
daar leeft men in vriendschap bewust
daar is nooit haat of nijd gerezen.

Doorbrekend licht


Al zijn de dagen somber grauw
met zonlicht als door gordijn
een hemel melkwit zonder blauw
’t hart beklemd vol verdriet en pijn
de einder in nevel verdwenen
geen uitzicht of wijds veld
toch heeft ook voor ons die Ster geschenen
die van eeuwige vrede heeft verteld.

Hij kwam ook tot ons in somber duister
en maakte donkere nacht tot licht
Hij kwam niet in macht en luister
maar als kind heeft Hij zich tot ons gericht
Hij was als knecht die ons wilde dienen
en zetelde niet in een paleis
Zijn gunst hoefden wij ook niet te verdienen
Hij brengt ons uit gena naar het paradijs.