Herfstdag

weerspiegelende herfst Marijke Abbink
Omhangen met parelen
ontwaakt zij in de morgen
gekleed in tule en satijn
haar haren glinsteren
van diamanten en robijn.

Haar blauwe ogen stralen
helder licht als zonneschijn
en in de azuren weiden
hoedt zij de witte wol
drijvend boven paarse velden.

Met strelende hand
gaat zij door het lover
schudt de moede kruin
vleit het blad ter aarde
van bos en tuin.

Kenmerkend

bospad
Nu gaan eerste bladeren vallen
bedekken koude zompige grond
hopen door de wind op wallen
in dit jaargetij is hun cyclus rond

cirkelen en waaien nog in vele kleuren
tussen bomen huizen en straten door
vullen tuinen met hun geuren
gevleid onder elke boom die zijn kruin verloor

straks gaan eerste vlokken de grond bedekken
kleuren heel de aarde smetteloos wit
zie nu vogels naar het zuiden trekken
dan neemt winter de aarde weer in bezit.

De duif

vredesduif met lauertak
Vlieg uit, teken van vrede.
Vlieg uit, over de aarde.
Breng, bij terugkomst, mede,
de olijftak, vrede die je vergaarde.

Vlieg uit, vogel van hoop.
Vlieg, naar de toppen van de bomen.
Vlieg uit, teken van doop,
wil als liefde van God tot ons komen.

Vlieg, vogel der Geest.
Verbreidt op aarde je vrede.
Medicijn, dat harten geneest,
breng rust in onze rede.

O, kom tot ons jij vogel,
met in je snavel dat blad.
Dat wij mogen ontvangen,
de vrede, die jij bezat.

Hol

nationalebeeldbank_2016-5-967051-1_stal
Hun stemmen klinken na
vol belofte en begrip
terwijl ik hier nu sta
in de lege stal in een “dip”.

Weg! Koeien, varkens, schapen
“Ruimen!” noemt men dat
’t Was hu enigste wapen
nu is ’t enigste leven nog…., de kat.

Een zo vertrouwd
vol rumoer en leven
kundig opgebouwd
waar ik alles voor wilde geven.

Mijn eigen voetstap
’t enigste wat ik hoor
op de oude hildetrap
klinkt hol mij in ’t oor.

“’t Komt weer goed
je kunt op ons vertrouwen”
Ze vertokken met een groet
Moeten we daar de toekomst op bouwen?

“Over enige tijd”, klinkt ’t nog na
“staan al je stallen weer vol”
Maar ik denk als ik weer verder ga
“Hun beloftes, als mijn voetstap, zo hol!”.

Geschreven naar aanleiding van ruimen van dieren in de stedendriehoek Zwolle-Deventer-Apeldoorn.
De impect is thans nog duidelijk merkbaar en van de beloftes van betere maatregelen is tot op heden, zoals in de meeste van dergelijke bureaucratische beloftes, nog niets maar dan ook niets terecht gekomen zodat bij een nieuwe uitbraak dezelfde ellende is te verwachten.