Nu gaan eerste bladeren vallen
bedekken koude zompige grond
hopen door de wind op wallen
in dit jaargetij is hun cyclus rond
cirkelen en waaien nog in vele kleuren
tussen bomen huizen en straten door
vullen tuinen met hun geuren
gevleid onder elke boom die zijn kruin verloor
straks gaan eerste vlokken de grond bedekken
kleuren heel de aarde smetteloos wit
zie nu vogels naar het zuiden trekken
dan neemt winter de aarde weer in bezit.
Hun stemmen klinken na
vol belofte en begrip
terwijl ik hier nu sta
in de lege stal in een “dip”.
Weg! Koeien, varkens, schapen
“Ruimen!” noemt men dat
’t Was hu enigste wapen
nu is ’t enigste leven nog…., de kat.
Een zo vertrouwd
vol rumoer en leven
kundig opgebouwd
waar ik alles voor wilde geven.
Mijn eigen voetstap
’t enigste wat ik hoor
op de oude hildetrap
klinkt hol mij in ’t oor.
“’t Komt weer goed
je kunt op ons vertrouwen”
Ze vertokken met een groet
Moeten we daar de toekomst op bouwen?
“Over enige tijd”, klinkt ’t nog na
“staan al je stallen weer vol”
Maar ik denk als ik weer verder ga
“Hun beloftes, als mijn voetstap, zo hol!”.
Geschreven naar aanleiding van ruimen van dieren in de stedendriehoek Zwolle-Deventer-Apeldoorn.
De impect is thans nog duidelijk merkbaar en van de beloftes van betere maatregelen is tot op heden, zoals in de meeste van dergelijke bureaucratische beloftes, nog niets maar dan ook niets terecht gekomen zodat bij een nieuwe uitbraak dezelfde ellende is te verwachten.