Gevorderd begrip


Kun je mijn gedachten horen
’t denken dan verstaan
mijn gevoel beleven
angsten soms weerstaan
kun je mij vertrouwen geven
om naar de toekomst toe te gaan

sla je arm om mijn schouder
leg je hand in die van mij
samen worden we steeds ouder
maken ons van verleden vrij
jij kunt mijn gedachten horen
en mijn denken verstaan.

Vrede ligt over de horizon


Tot ver over de horizon schijnt ‘t licht
Dat overal liefde en vrede brengt
Zich zonder dat wij vragen tot ons richt
En ons duister met zachte glans vermengt

Een zachte stem die ons noodt te komen
Roepend vanachter verre horizon
Die ons vraagt om niet te blijven dromen
Maar te komen tot de levensbron

Laten we dan gaan in vast vertrouwen
Aan die vertrouwde hand die ons steeds leidt
Aan een nieuwe wereld in vrede bouwen
Steeds in vrede tot elkaars dienstbaarheid bereid

Dan zal eens de hele aarde leefbaar worden
Elk zich met het wapen der liefde omgorden.

Na geboorte en dood


Dit aardse leven vraagt slechts dankbaarheid
Het is te kort om te klagen
Het is slechts aan toekomst gewijd
En kan geen verleden dragen.

Geklemd staat het tussen geboorte en dood
Onrust angst en lijden
Ten dienste van Hem die ons gebood
Voor alles het kwade te bestrijden.

En na de dood staat ’t leven niet stil
Maar zullen wij van vreugde dansen
Dan uit zich daar het waar verschil
En ontvangen wij daar lauwerkransen.

Droogvoets lopen over water


Wie durft er uit een boot te stappen
Zomaar midden in een storm op zee
Slechts uit het vertrouwen te tappen;
”Geef mij uw hand, ga met Mij mee”

Wie volgt dan in blindelings vertrouwen
Hèm die ook redt van verdrinkingsdood
Die vaste rots om op te bouwen
Ons heil, onze steun in de grootste nood.

Stap uit die boot in storm en wind
Vrees geen golven, woest en hoog
Waar jij geen droge grond meer vindt
Houdt Hij zelfs je voet nog droog.

Kind


Waarom zou ik proberen te begrijpen
wat mijn brein niet kan bevatten
daar ik als Zijn kind tot volwassen moet rijpen
trachten de waarde van het leven in te schatten

waarom zou ik alwetend willen zijn
groot gelijk de wereldvorsten
zonder gevoel voor alle pijn
van hen die naar oprechtheid dorsten

Laat mij zijn als het jonge kind
die slechts vertrouwt op Vaders hand
en dat daarin berusting vindt
dat die hem leidt naar het Vaderland.

Stromen


Als de bergen aan de hemel
van kleur veranderen
sneeuw op hun helling smelt
als hemelwater stroomt in beekjes
in dalen tot rivieren zwelt.

Opent zich grauwe aarde
in zee van kleur en gloed
begroet leven weer morgenstond
zal waar hemel de aarde begroet
nieuwe toekomst openbreken.

Eens breekt het duister


Als beukende golven over stranden tegen rotsen
door stormen opgezweept en voortgestuwd in wilde nacht.
Of koppige bokken welke vurig met elkaar botsen
om elk de gunst te werven van ’t andere geslacht.

Zo zinloos is bloedige strijd die volkeren strijden
met oorlog puur om eigen gewin of roem en macht
en niet trachten door overleg conflicten te mijden
niet zien dat vrede ellende op aarde verzacht.

Het kwaad tiert welig voort de hemel verduistert
geen licht breekt nog het zware donkere wolkendek
geen mens die nog bidt, er is geen God die luistert
men kent geen vertrouwen en heeft aan liefde gebrek.

Toch schijnt op zekere dag aan de horizon het licht
en aan de andere kant opent zich het eeuwig zicht.

Levensvaart

zeilboot-op-oceaan-kopie
Het leven vriend is als een zee met golven
Waarin uren,dagen als pieken en dalen
De koers en richting naar ‘t einddoel bepalen
En waar door storm en wind ’t strand wordt bedolven.

Waar schepen gedragen op onzekere basis
Varen over d’ einder naar vreemde landen
Om uiteindelijk aan verre kust te stranden
In ‘t schone paradijs waar ’t altijd vrede is.

Lopen op pad naar de toekomst

Nog loop ik dikwijls door die laan,
al is het nu slechts in gedachten,
waar wij kind’ren speelden en lachten
als oud’ren nu door ’t licht te gaan
aan ’t eind de kroon op ’t leven verwachten.

En door ’t zachte licht door de kruinen
beschenen door de magere herfstzon
weet ik te komen bij die schone tuinen
zo stralend als waar eens de aard begon
waar liederen klinken met harp en bazuinen.

Daar straalt een gouden zee aan zilveren stranden
dar heerst geluk en liefde en enkel vree
daar zal ons levensschip eens veilig stranden
Hijzelf voert ons met Zijn stroming mee.
zeilscheepje op ruwe zee

Afstand

Zwanen in de wetering bij De Stege

Is het de horizon,
De hoge blauwe lucht?
Wat je niet begrijpen kon,
Neerlegde, met een diepe zucht?

 

Is het de horizon,
Einder van het zicht?
Waardoor je niet besluiten kon,
Deed je daarom de deur maar dicht?

 

Is het de horizon,
Verte, tussen jou en mij?
Dat je niet meer inzien kon,
Zette je daarom je vertrouwen opzij?