Ontkent zicht


Woorden zullen geen licht van mijn ogen ontnemen
nooit zal mijn mond de grijns vertonen
van wat mijn hart verafschuwt en verstomt
mijn eer wil ik hiermee niet te grabbel gooien

kijk om en zie verleden als een mistig veld
het moer dat tot bossen door de bomen reikt
verdampt het zicht op heden en toekomst
laat het nu tot in de kosmos vervliegen

een gebroken spiegelglas besmeurd met drek
vertoont nog slechts de vage omtrek
van een schepping die zuiver was en goed
beschrijft een donkere toekomst in vurige gloed.

Genot door Gods schepping gegeven


Genieten willen wij van de dagen
die wij in Uw genade genieten mogen
meer willen wij van U niet vragen
maar in vreugd Uw grote naam verhogen.

Genietend alle dagen op Uw aarde
van blauwe hemel en van zon
of regen uit grauwe wolken in Uw gaarde
zodat alles groeit zo ’t eens begon.

Gevend ieder mens vreugde en zijn waarde
samen altijd voor U dienstbaar zijn
voor U die ons ook als zondaars aanvaarde
steeds wil verlossen van verdrukking en pijn.

Heer nog altijd is Uw aarde een paradijs
één-en-al schoonheid is Uw natuur
laat ons, Heer, dit bewaren tot iedere prijs
geef ons daarvoor kracht tot aan ons laatste uur.

De vreugde Heer in Uw schepping te leven
zelfs een heel klein onderdeel te zijn daarvan
kunnen wij U nog meer blijdschap geven
dan ons onderwerpen aan Uw Goddelijk plan?

Leven is het bewijs


Vertel mij hoe het eerste leven is ontstaan
Na een oerknal volle dode materialen
Hoe kan uit die dode stof leven bestaan
Hoe is uit steen geestelijke emotie te halen

Wie geeft vorm aan plant of dier
En onderscheidt het menselijk intellect
Hoe komt levensadem op aarde hier
Vertel mij wie is die levensarchitect.

Slechts Één schenkt ieder wezen
De liefde en het leven hier op aard
Zoveel gunsten heeft Hij reeds bewezen
In Zijn lankmoedigheid ons bewaard

Welk Wezen kan schoner aarde bedenken
Met meer verschil in vorm en kleur
Of zou Zijn schepping beter schenken
Zo volmaakt, zo superieur.

Muze der dageraad


Voor altijd zal het schoon gedicht u bezingen
Bekoren uw gevoel, uw zinnen, hart en oren
Met warmte van zang en elan u omringen
En klanken ’s morgens van vele vogelkoren

Uw schoonheid geeft fantasie en inspiratie
Tot schrijven van menig proza, ode of sonnet
Uw aanzien geeft elke dichter adoratie
Voor u wordt zo menig woord op papier gezet

Uw schoonheid is met geen pen te beschrijven
Uw hoofd met diamant smaragd en zirkoon getooid
In elk seizoen zult u de aller schoonste blijven
Wat er ook gebeurt geëvenaard wordt u nooit

De ganse wereld bezingt u in het prilste licht
Uw hele wezen is voor ons het schoonst gedicht.

Leidersnaam


Ik verlang naar kleurige bloemen
waartussen weer vlinders zweven
van kelk tot kelk bijen zoemen
in een tuin vol warmte en leven

ik kijk uit naar kleurrijke horizon
die een dag belooft vol zonneschijn
met geurige kruiden in het gazon
vruchtbomen die volop in bloei zijn

en avonden in lome gloed
waarbij ik luier op mijn terras
in ’t nestkastje de mees z’n jongen voedt
tijden zo ’t in mijn jonge jaren was

schemer ontsteekt ’t licht der maan
ook duizenden sterren die tezaam
aan de nachtelijke hemel staan
doen mij denken aan één Naam.

Universum


Schimmig lijkt de wereld in een witte nevel
Onzichtbaar bijna iedere boom of plant
Een bries strijkt door kruinen met zachte prevel
En golvend gaat ‘n wade over ’t wijde land

Maneschijn bedekt de wereld als met zirkoon
Beschijnt bedauwde takken als van kristal
En tekent aan hemelkoepel een boog als icoon
Boven alles stralen sterren in ’t groot heelal

Wat is dan nog een mens in zo’n universum
Een stofje verloren in de aardse mist
Niet zo hij denkt, een grootheid, een unicum,
Hij is verdwenen nog voor hij het zelf wist.

Uitbundig mooi


Als een perk van zonlicht
zacht in kleuren van pastel
doordrenkt met teer groen
besprenkeld met lichte schaduw

hier en daar oneffenheid
een bloemknop op tere steel
verwachting tot blozende roos
uit wind en licht ontsproten

een blauwe korenbloem
die heldere hemel weerkaatst
een blanke lelie
als witte slanke taille

daartussen die kleine vergeet-me-niet
uit moederschoot ontstaan
de eenheid in schepping.

Hij kwam en komt met Zijn shalom


Hij kwam tot ons met Zijn Shalom
en bracht ons Zijn vrede
een woord voor heel de wereld om
te horen de liefde en rede
waarom wij als broeders moeten leven
ieder naar eigen aard geschapen
niet enkel naar de hoogste eer streven
noch bevechten met het wapen.

Hij kwam tot ons met Zijn Shalom
en bracht ons Zijn vrede
die liefde leerde heel de wereld om
begrip te tonen voor ieders rede
maar wij willen naar eigen inzicht leven
zijn dwars, eigenwijs en dom
willen Hem van onze fouten schuld geven
en hebben niets geleerd van Zijn Shalom

Ochtendgeluk


Met woorden wil ik gedachten schilderen
peinzend op mijn eigen stille plek
uren wachtend op dat ene moment
dat ik weet wat ik zal schrijven
turen naar leven om me heen
luisteren naar inspirerende geluiden
in een stil genieten van vrede en rust

zien hoe de zon achter de kim komt reizen
heel de horizon zet in vuur en vlam
zijn stralen over de nevels uitstrekt
en de dauw als parels op de velden kleurt
zang van vogels na duister van de nacht
mijn handen vouwend in diepe eerbied
geen mens die een schepping zo bedacht.

Chaos van de Big Beng


Waar aarde niet is geschapen
of zee niet gegoten is
zelfs lucht tot niets geworden
licht in duister is verdwenen
nacht zich te sluimer heeft gelegd
verdwijnt ook kosmos in zwart gat
is materie nergens te vinden
kan energie nooit bestaan
zou ook maar een kern van leven
in chaos van “Big Bang” vergaan.

Scheppingsmysterie


Geen gedachten die leiden tot niets
geen woorden die niets zeggen
of daden die geen doel omvatten

bewijzen die realiteit weerleggen
kunnen noch schepping noch evolutie tonen
of overtuiging als waanzin honen

de vraag hoe de kosmos is ontstaan
zal ten eeuwige dage een mysterie blijven
tot wij weten nadat de wereld is vergaan.

Ochtenddank der natuur


Rijzend schoon van ochtendzon aan verre kim
waar boven water een deken vormt van nevel
boven wuivend riet wilgenkruinen als een schim
in lichte bries fluisteren een zacht geprevel.

Witte wolken zweven in het blauw azuur
omringd met zonnestralen als gouden randen
een rijk decor in het vroege ochtenduur
hoop op zonnige zomerdag voorhanden.

Zacht begint het vogelkoor in bos en riet
in veel verschillende tonen en klanken
kan men in alle rust genieten van het lied
waarmee zij al vroeg de schepper danken.

Niet alleen horen, maar ook zien


Vele van Uw wonderen
zien we steeds elke dag
en elke keer bewonderen
we wat in Uw schepping lag

U laat gewassen groeien
bloemen in kleuren om ons heen
de wind door bomen stoeien
met warrelend blad dooreen

Uw stem klinkt in gefluister
van zacht geslaakte zucht
ontsnapt in nachtelijk duister
aan iemand die tot U vlucht

’s morgens als de dag begint
Uw zon de horizon verlicht
laat dan woorden van een kind
als bede tot U zijn gericht

’s avonds voor de zon weer daalt
duister de aarde weer omringt
warmte van Uw Geest ons omstraalt
horen wij de vogel die nog zingt.

Herfsttegenstellingen


Geen witte bollende zeilen
vriendelijke wollige schapen
zwevend weidend door diep blauw
maar rollend grauwe golven
donkere draken blazen koude adem
spuwen vuur over verdronken land

flets waterig schijnen lichtstralen
zwak pogend herinnering te bewaren
worden door jagende schaduwen gewist
die ’s avonds licht steeds vroeger vervagen
dat ‘s morgens in glanzend triomferen
het blauw beschijnt boven parelend veld.

Opmerkzaam wezen


Luister naar stilte op de velden
luister naar ruisen in het bos
naar kabbelend water in de stomen
ritselen van wuivend riet

hoor wat de stilte heeft te vertellen
de stem die fluistert in de bomen
kabbelende beken zacht ontvouwen
waarvan wuivend riet wil dromen

zie de zon dit al beschijnen
en verwarmen met haar gloed
laat dit niet allemaal verdwijnen
wat bij de schepping was zo ‘t moet.