Na sombere buien


Al lijkt het leven
soms grijs en doods
niet ingekleurde dagen
gemis aan zonneschijn
vol sombere vragen
gevuld met verdriet
of last te dragen.

Toch breekt na
hevige regenvlagen
warmte van de zon
door zware wolken
zullen hartetranen drogen
heffen wij onze hoofden
lopend onder kleurige bogen.

Als in Turners tijd


In kleur van gloed en vuur
net even boven kim verheven
schoonheid die in stilte ons verlaat
met spreidende glans
nog eenmaal de avond verlicht
spiegelende straling over water
aard en hemel versmeltend
tot één kleurenfestijn.

Dromerig kijk ik toe tussen de bomen
over ’t rimpelloos meer
hoor nog de laatste zachte tonen
van een gaande dag
die straalde van geluk als alle dagen
waarvan ik nu de laatste
schoonheid genieten mag.

Niet meer, en niet minder


Onder het motto “Dom geboren, nooit wat bijgeleerd”
Kan ik mij slechts dichter noemen
Reeds in de wieg heb ik al veel gedichten geblèrd
En op behoorlijk kabaal beroemen
Mijn vrienden zeiden; Nou die is ook niet bij z’n hoofd
En ‘k ben ook nooit verder gekomen
Niemand heeft ooit in mijn toekomst geloofd
Maar ik bleef steeds van grootse daden dromen

Kortom ik ben echt als dichter geboren
En schrijf verzen recht en krom
En na al die tijd moet ik nog steeds horen
Wat ben jij toch oer- en oliedom
Maar er zijn d’r die zeggen dat ik goed kan schrijven
En die geloof ik dan ook maar op hun woord
Je moet toch ergens de tijd mee verdrijven
En net als de projectleider ben ik plezant gestoord

Saamhorigheid is ook respect

Samen leven op een aard
vol van misverstanden en verschil
waar niemand een ander aanvaard
dat is niet iets naar Gods wil

Hij toont liefde en begrip voor allen
ook al doen wij dikwijls verkeerd
laat Hij ons in Zijn goedheid niet vallen
maar wijst ons zo wij hebben geleerd

als kinderen in Zijn Koninkrijk
vraagt Hij ons één gezin te vormen
en in saamhorigheid als blijk
te leven in respect naar Zijn normen.

Kerst(vrede)licht


Avonds zie ik op straat lichtjes stralen
in vrolijke kleur en vorm overal
als een groet of om warm te onthalen
die eens geboren werd in koude stal

mensen lopen in feeststemming op straat
kopen cadeaus om elkaar te verblijden
alsof in heel de wereld nu om vrede gaat
en niet meer wordt gedacht aan strijden

dan denk ik schijnen al die lichtjes nu
niet alleen achter al die warme ramen
maar branden ze ook in elk individu
stralen we dat ook van binnenuit samen?

Veel belovende zomerdagen


Rust tussen bomen
in ochtendnevel gehuld
teer groene kruinen
in tinten van smaragd
dauwdruppen als parelen
aan ranke snoeren

onder lichte tonen
van zachte vogelzang
reist ‘t warme zonlicht
en zet de wereld
in gouden contouren.

Aan de voet van het kruis

In dank te staan waar ’t kruishout stond
Gedenkend Hem die voor ons stierf
Op Gods vervloekte aard en grond
Die hier een plek voor ons verwierf.

Vervloekt, het kruis door U gedragen,
De geest die om uw lijden lacht,
De mens die Uw gena niet vragen,
Of Uw liefde schroom’lijk veracht.

Ik hoor nog de woorden die U sprak
Hoe U de beulen hebt vergeven
Nog voor Uw oog aan ’t kruis brak
Uw sterven gaf ons ‘t eeuwig leven.

Nu vloeit niet meer ’t onschuldig bloed
U hebt voor ons schuld en zonde geboet.

Gewoon van natuur genieten

In ’t vroege heldere ochtendlicht
dat weer de nieuw dag begroet
over een zilver bedauwd veld
en nevelsluiers door zonlicht beschenen.

Zie ik wijds gezicht met kruinen van de bomen
en daarboven vogels die af-en-aan vliegen
en in de verte boerderijen
stil sta ik bij dit alles te dromen.

Stil genieten van al die schoonheid
en bewonderend de natuur
wensend dat het nooit zover zal komen
dat dit alles verdwijnt op de duur.

Dan dringt het besef door hoe kwetsbaar dit is
hoe snel schoonheid kan verdwijnen.

Blindelings


Wijs licht een weg
in duistere schaduw
beschenen
door zonneschijn
een afgrond
langs de rand
van vlakke pad

waarlangs ik
argeloos verder ga
in wankele balans
over strakke koord
geen steun
vindt mijn voet
slechts in vertrouwen
ga ik voort.

“Tweeduuster”


Langs randen van het zijn
het waken en het dromen
bedwelmd als met zoete wijn
of zacht tot ruste komen
met werkelijke oogopslag
het leven vol omvatten
op klaar lichte zonnige dag
de waarheid te bevatten.

Anderzijds in duistere nacht
geen geluk te aanschouwen
waar men op bevrijding wacht
licht voor nieuw vertrouwen
bevrijdend uit onzekerheid
van levensvreugd gewis
verlossend uit de tweestrijd
wat “’t Tweeduuster” steeds is.

Heel eenvoudig


Als het waar zou zijn
dat wereldmacht
hoogste geluk
voor de mensheid
zou betekenen

zal dat nog wel
eens het einde
van de mensheid
kunnen zijn.

Wie domheid bestrijdt
met wérkelijke wijsheid
bestrijdt

de wapens.

De individu


Hoewel niet aan zee
Leef ik van golven en wind
Vanaf toppen
Naar de dalen
In eeuwige deining
Van horizon tot horizon
Stromen mijn gedachten
En ideeën
Langs stranden
Onder zon
Of stormen
Zonder merkbare
Verschuiving van vormen.

Scharrelkip

gebraden-kip
Jaren ben ik kippenhouder geweest en hoe meer gekakel, hoe meer kakelverse eieren. ’t Is altijd m’n lust geweest om als hobbydichter luidop met m’n kippetjes mee te kakelen. Tot op een gegeven moment mij toch het idee dat de beestjes in die kleine batterijtjes het niet naar de zin moesten hebben overviel.
Ik begon serieuze plannen te ontwikkelen om scharrelkippen te gaan houden. Maar ja daar had ik dus geen enkele ervaring in. Hoe krijg je nu in vredesnaam een kip aan het scharrelen. Hoe dat bij jonge hanen gaat is voor mij nog niet zo’n vraag. Ik heb in mijn jonge jaren ook heel wat af gescharreld, maar kippen….. nee.
Ik besloot dan ook de proef op de som te nemen met één kip. Ik hakte haar de kop af, want ja een kip zonder kop zal toch gedoemd zijn te scharrelen, met kop weet ze exact waar ze heen moet. Luid kakelend als kip zonder kop liep ze over m’n erf rond te scharrelen. Dat beloofde dus al heel wat.
Maar ja….., aan leggen kwam ze helaas niet toe. Het enigste wat ze deed was zoeken naar haar kop. En nérgens kon ze d’r kop vinden. Kippen zonder kop zijn namelijk zo kippig als je maar kunt denken. Tjá, d’r ogen zitten nu eenmaal in d’r kop en niet aan de andere kant hè? Die heeft ze wel voor wat anders nodig en dat lukt dus ook niet. Ze kon gewoon d’r ei niet kwijt want ze kon dus ook geen geschikt plekje opscharrelen.
Ze scharrelde dus ook maar zo wat in het blinde rond. En waar ze dán terecht komen houd je gewoon niet voor mogelijk. Op een gegeven moment zag ik haar het belastingkantoor in scharrelen en nog geen 2 tel later kwam ze weer naar buiten……! Totáál kaalgeplukt!!

En tja…., wat moet je nou nog met een kaalgeplukte kakelende kip zonder kop die d’r ei niet kwijt kan en een zorgvol leven tegemoet gaat ?
Vanmiddag hebben wij Pluimpje in gepaste aandacht haar laatste eer op smaakvolle wijze bewezen.