Waarheen, waartoe


Hoe ver nog
waarheen, waartoe
eens komt het eind
dan ben je de reis moe
het leven was kort
met wisselend ervaren
en naast zware tijd
lichtpuntjes als sterren.

En na duistere nacht
komt de zon ons warmen.
Een stem roept zacht,
“Kom bij Mij in veilige armen”.
Dan is de weg niet meer zo lang
dan weten wij waarheen, waartoe.
Dan komen wij in veilig land
aan glazen zee met gouden strand.

Kom


Als je jouw hand in de mijne legt
voer ik je mee naar een land van vrede
naar een land waar ieder mens zegt,
‘Jouw anders-zijn is voor niemand rede.’
Jij bent zo jij bent, geschapen door God,
uniek, individu en schoon van beeld.
In Zijn handen ligt jouw leven en lot.
Vergeving en gena in Zijn wezen gedeeld.

Kom dan zonder aarzelen met mij mee
al ben ook ik niet zonder fouten of zonden.
Dan zitten wij met velen aan de glazen zee
en hebben daar geluk en liefde gevonden.
Daar heerst geen nijd of jaloezie
daar gaan wij in het wi t gekleed
daar leeft iedereen met veel compassie
en wordt ieder van last en ziekte geheeld.