God, de schepper


Ergens blafte een hond
een ezel balkte en een paard hinnekte
een merel en een nachtegaal
floten in kruinen van de hoogste bomen
en overal kwinkeleerden en sjilpten
mezen, sijzen en mussen.
Op de savannen brulden de leeuwen.

In de bossen leefden de konijnen
en over de weiden hipte het haas.

Totdat de mens verscheen
en het werd stil, en stiller,
en nóg stiller…. en veel stiller.

En God kwam kijken op Zijn schepping
en Hij zag niets terug.

Toen zei God; “Er zij licht.”
en God scheidde weer water en land,
en schiep weer alle soorten dieren.

Ergens blafte een hond
een ezel balkte en een paard hinnekte
en gelijdelijk schiep God
weer alle dieren en planten.

Hij keek rond en zag dat het goed was.

Maar weer maakte God in Zijn grote goedheid
die éne fout in Zijn liefde en vertrouwen.
Wéér schiep Hij de mens, in de hoop,
dat deze nu zou handelen naar Zijn wet en regels.

Koninkrijksfeest


Met heel mijn hart roep ik U aan
waarheen zou ik anders moeten
waar zou ik anders met mijn dank moeten gaan
elke dag als wij weer Uw zon begroeten.

Iedere nacht ontvangen wij weer kracht
de nieuwe dag Uw schepping te bewonderen
de wonderen door geen mens bedacht
wij kunnen ons slechts in stilte verwonderen.

Stuur ons de liefde door Uw Geest
waardoor wij enkel op Uw steun vertrouwen
en nodig ons aan ons eind op Uw feest
waar wij in vast geloof op mogen bouwen.

Nachtelijk bedrog


Nog vanavond wacht ik op de maan
die zachte schijn aan ’t hemelgewelf
die dan weer tussen sterren zal staan
en beschijnt de roman tussen kabouter en elf.

Een sprookje dat door eeeuwen heen
over heel de wereld spreekt tot groot em klein
’t verhaal van ’t licht dat de liefde bescheen
steeds eindigend dat elk mens gelukkig zal zijn.

Maar maan of niet, liefde schijnt iedere nacht
en ieder mens bouwt zijn eigen hemelboog
waaraan hij telkens maan en sterren verwacht
niet realiserend dat hij zich zelf bedroog.

Mijn dromen


Als de wolken
zweven mijn gedachten
langs Pruisisch blauw
boven velden en wouden
naar landen van fantasie.

Over eindeloze zeeën
blanke palmenstranden
hoge bergen
diepe dalen
en kusten met ruige rotsen.

Ik zie meanderende rivieren
die stromen tot een waterval
doorkruisen wouden
en landerijen
en vullen zeeën van kust tot kust.

Dit is een wereld
waar ik wil dromen
van elfen en feeën
mijn wereld vol fantasie
die ik nooit in werkelijkheid zie.

Stil, luister, hoor en droom


Stil,… de wind vertelt.
Stil,… de bomen antwoorden.
Stil,… sta alleen verstelt
over deze schone akoorden.

Luister stil,… naar wat de wind ons zegt.
Luister stil,… naar muziek uit de bomen.
Luister stil,… de natuur is zo oprecht
daarbij kunnen wij slechts dromen.

Hoor,… er klinkt een stem in de wind.
Hoor,… een stem die roept ook jou
Hoor,… die stem is ook jou goed gezind
en belooft ons eeuwig trouw.

Droom,… van een land vol liefde en vree.
Droom,… van rust, liefde en geluk.
Droom,… van stranden aan de gouden zee
daar is geen haat, daar heerst geen druk.

Leven met hoop


Eenzaam
in een stad
vol mensen
niet gezien
en niet gehoord.

Eenzaam
in een massa,
die niet ziet,
die niet hoort.

Eenzaam
vol verdriet
en wanhoop
smekend
om één woord.

Hopend op
een arm
als een steun
om je heen
ergens een lichtpunt
dat gloort.

En toch…
ben ik niet
alleen.

Naast mij
staat altijd Iemand
Die slaat steeds
een arm om mij heen.