Dagen als zegeningen


Waren de dagen, de uren
nog als in mijn jonge jaren
tijd die niet zolang zal duren
maar ik niet wil vedoen met navelstaren.

Iedere dag is voor mij een nieuwe zegen
die ik tel als één van mijn vele zegeningen
ik mag nog zijn in voor en tegen
genieten van alle mensen die mij omringen.

Wat zou ik klagen over zware dagen
zolang ik iedere dag de zon nog zie rijzen
een nieuwe dag in Gods behagen
één van de vele op mijn levensreizen.

Nu tellen dagen langzaam af
en komen meerdere klachten
zie ik Gods goedheid achteraf
voel ik nog Zijn steun bij dagen en bij nachten.

Zonneschijn


Kijk niet naar de donkere wolken.
Klaag niet over de koude wind.
Voel de regen niet door straten kolken.
Geniet van sneew zoals een kind.

Altijd zal de zon nog schijnen
ook al is het boven het wolkengordijn
zal donkere wolk met goud omlijnen
’t hoort in ’t leven, regen en zonneschijn.

En aan het eind van levens baan
zien wij het paradijs in hemels licht
zal de zon eeuwig aan de hemel staan
dan zien wij de horizon helder verlicht.

Oneindig


Oneindig is het universum
waarin de horizon verloren gaat
oneindig summa summarum.
Gevuld met sterren en manen
met duizenden geheimen overal
een schauwspel op zwart fluweel.

Daar in dat oneindig heelal
moet ergens de vrede bloeien.
Daar heerst eeuwigheid bovenal
daar alleen kan de liefde groeien.
Daar heerst geen ziekte of pijn
daar zal elk mens gelukkig zijn.

Dichtersvisie


Geen dichter kan beschrijven
wat hij zelf nooit ondervond
al hoopt hij gezond te blijven
blijft hij niet verstoken van kwaal of wond.

Het gaat zoals het gaat in ’t leven
een mens heeft niet alles in eigen hand
zijn kwetsbaarheid zal hij toe moeten geven
door tegenslag of ziekte gestrand.

Een dichter is een mens als iedereen
al schrijft hij nog zo’n mooi gedicht
en ziet men hem als fenomeen
zonder ervaring heeft het geen gewicht.

Daarom schrijft geen dichter over ziekte of kwaal
die hem nooit zelf heeft geraakt
maar heeft wel compassie met allemaal
die in het leven eenzaam zijn gemaakt.