Sombere tuin


Er staan maar weinig rozen in de tuin
des-te-meer staan er stenen pilaren
tussen bloemen heesters en struiken
fris natuurlijk groen van velerlei bladeren
en hier en daar een bolchrysant
op een marmeren steen of ruwe grind
her en der langs de lemen paden.

Er staat een eenvoudige ligusterhaag
gesnoeid en smeedijzeren poorten er tussen
vergrendeld met zware kettingen
alsof niemand binnen mag en niet naar buiten
onder zwaarst struweel staan oudste zuilen
daar bloeit geen bloem hier en daar een varen
alleen in een kleine hoek staat een bosje rozen.

Die éne traan


Ik zag hem lopen trots en verwaand
zijn arrogantie niet verbergend
zijn personeel tot spoed aangemaand
in een taalgebruik, dikwijls tergend
hard als ijzer onbuigzaam als staal
onverschillig zonder mentaliteit
zijn omgang volkomen asociaal
geen goeds te melden, alles ten spijt.

Ik zag hem zitten achterin de kerk
dacht, wat heeft díé hier nu te zoeken
hij denkt alleen aan geld en zijn werk
lijkt, als men hem kent, wel vloeken
dat hij daar zat daar ergerde ik mij aan
tot men over ‘t “Dochtertje van Jaïris” las
toen pinkte hij uit zijn ooghoek een traan
en wíst ik dat hij één van mijn naasten was.

Individuele mening

Close up of young adult male looking sinister or contemplative. Monotone, black and white for dramatic effect, dark and moody series. Concept image for magician in wingback chair unhappy and scheming.

In oprechtheid wil ik mijzelf wezen
als individu en eerlijk mens
in openheid terecht gewezen
heb ik geen andere wens.

Maar hoop wel op respect
in een eerlijk oordeel
waar mijn mening uw verbazing wekt
of is deze vraag voor u teveel?

Aards paradijs (Zimbabwe 2)


Zwarte parel waar is je glans gebleven
wondere schoonheid der natuur
jou was straling van de zon gegeven
van vroege ochtend tot avonduur.

Bekorend jouw heldere vergezichten
je glooiend landschap in zonneschijn
ze lokken mij tot schrijven van gedichten
zo graag zou ik nog eenmaal bij jou zijn.

Overblijfselen


Lopend over het strand
tel ik de lege schelpen
glorie van vergane tijd
hoor ik de echo
van leven dat slijt
fouten die niet
zijn te verhelpen

overstemd door branding
wind en stormen
bulderen van woeste zee
opgevuld met wrakhout
uit vervlogen jaren
karkassen wat toekomst scheen
nu geruchten weergegeven

in de echo van lege schelpen.

Droomtuin


Mijn droom van luchten, bries van warme zomer
de witte wolken zwevend langs het blauw
vergeten, winter, hagel, sneeuw en kou
in mijmer over struik en bloem als dromer

en langs de oprit zie ik reeds de rozen
en lelie’s blanke kelken borders sieren
voor schoonste vormen heb ik steeds gekozen
ik zie de kleur’ge borders nu al tieren

helaas een harde domper zal mij wachten
als na de winter bloemen niet ontspruiten
geen tulp of rozen kunnen pijn verzachten

maar straks geen bloemen struik of boom hier buiten
en heel misschien is ’t niet zo ongewoon
gezien de flat waarin ik sinds kort woon.

Drie pond


Drie pond, anderhalf kilo afgevallen
in vijf dagen lijnen slechts
misschien kom ik af van die vetkwallen
je kun het al zien vanaf rechts

een paar scheppies suiker minder
geen koekje bij de thee
van extra gewicht heb je maar hinder
en straks met kerst zit je er mee

drie pond, dat geeft weer moed
maar je broek moet niet af gaan zakken
eigenlijk vind ik mezelf al heel goed
ga vanavond drie spekpannenkoeken bakken.

Dans van de crisishorlepiep


De muziek zette in
het ensemble van de kromme noten
en Economie startte als begin
hij heette Olifant met Lompe Poten


Daarna volgde zijn vriendin
die hij enthousiast begeleidde
zwierden en zwaaiden met alle zin
zij heette Nijlpaard Politiek, dat ter zijde.


En Bureaucratie Buffel completeerde
het illustere driemanschap
dat met de horlepiep zich amuseerde
dwars door de porseleinkast voor de grap.

Een engelbewaarder


Op een afstand sta ik te kijken
te ver want ik zie niets
slechts in de verte hoor ik geluiden
maar stemmen onderscheid ik niet

in het duister tast ik de vormen
maar voel de beweging niet
mijn mond vraagt om water
alleen stof waait om mijn hoofd

een zachte drang leidt mij terzijde
als plots de hel openbarst
waarna een milde dauw als regen
mij weer midden in het leven plaatst.

De aarde en het nieuwe verbond

SONY DSC

Als slanke handen die zacht de snaren strelen
En toveren welluidend klanken in ’t gehoor
Terwijl bladeren ruisen als fuga in een koor
En duizenden vogels een adagio kwelen

Zo streelt een zachte bries door kruinen der bomen
En zonnestralen vallen door het groene dek
Aan rust en vredige gevoelen geen gebrek
In paradijs’lijk woud om tot jezelf te komen

Hier bemerkt men nog de ware scheppingssfeer
Waarmee God de aarde vroeger heeft ontworpen
Hier voelt men het gemis en eenzaamheid veel meer

Van het paradijs waaruit wij zijn verworpen
Maar ’t verzekerd ons ook van Zijn nieuw verbond
Dat Hij sloot toen Hij Zijn enige Zoon ons zond.

Voetstappen en woorden


Zo schoon was de ochtend
Dat ik besloot tot een wandeling
Tussen land en water
Op blote voeten door ’t rulle zand
En achterom kijkend
Zag ik dat het water mijn voetsporen
Meenam naar de einder

Ach, dat de wind ook mijn woorden
Meeneemt naar die verre verte
En dat ze stranden daar onder die palmen
Waarin het rulle zand
Iemand ze vindt gelijk mijn sporen

Afgunst?


Een dag begonnen met gouden zon
vlammend vuur van horizon tot horizon
strelende bries door kleurrijke bomen
over landerijen wazige nevel nog

door blauwe lucht een vlucht ganzen
luid roepend naar elkaar
tussen gouden bladeren scharrelt een vink
op de plas hoort men geluid van de zwaan

zo’n dag moet toch vreugde geven,
lach en blijdschap met elkaar,
waarom maken dan zovelen
elkaars werk naar de maan.