
Niets mooier dan wandeling door nevelig bos
genot van zwakke zonnestralen door kruinen
over bladbedekte kronkelpaden struinen
bewonderen van bomen bedekt met mos
ergens rusten op een boomstronk in de stilte
ademen van de pure gezonde lucht
door het lover strijkt een bries als een zucht
’t is een voorbode voor de avondkilte
schaduwen beginnen langzaamaan te lengen
de zon begint te dalen met diep avondrood
van takken valt dauw alsof ze tranen plengen
het duurt niet lang of de kruinen zijn ontbloot
en een nieuw jaargetij beheerst heel de natuur
komt winter met vorst en sneeuw koud en guur.
