
Steeds vroeger verdiept schaduw onder de bomen
steeds minder voelen we warmte van de zon
langzaam zien we koude herfst nader komen
steeds duidelijker de scheidslijn van de horizon
schemerig wordt het licht in de avondgloed
nog zacht is de zang der nachtegaal te horen
en langzaam verdwijnt de zon rood als bloed
de vogel zwijgt alsof hij niemand meer wil storen
in sierlijke hoge boog draaien sterren en maan
als langs een fluwelen zwart kleed
reeds eeuwenlang hun eigen vaste baan
enkel doorkruist door de staart van een komeet.
