
Langzaam daalt het duister
Over het pad waar ik loop
En de plassen voor mijn voeten
Zwellen aan tot meren
Verbonden door steeds
Wilder stromende beken of rivieren
Gevoed door watervallen vanaf mijn rug
En door de bomen
Loeit de storm langs mijn hoofd
Terwijl felle bliksemschichten
Af en toe de wolken verlichten
Tot uiteindelijk de grauwheid breekt
En een flauwe waterige zon
Mijn pad vaag gaat beschijnen
