Vissend op genot


Een flauwe zon stijgt op
een zachte wind vult de vlakte
golven nevel stromen over ’t veld

een boot vaart rustig
over dof spiegelend water
witte vogels zweven in kolonies mee

een achtergrond van kleurige bossen
geheel in blauw gevat als overkoepeling
en in de verte zweeft een vroege buizerd

ergens hoor je de bronstroep van een hert
dat brullend zijn roedel roept
alles wijst op herfst

en ik geniet met m’n hengel tussen het riet.

Ringen en kringen naar omhoog


Waar ringen groeien
telkens weer
steunend naar boven
bescherming vinden
in verbindende band
van kringen
voor langdurigheid
stevig grondvest
in onwrikbaar
vaste gronden
geleidt een stam
als sterke zuil
naar breed
vertakte kruin
vele verschillen
die in streven
een éénheid tonen.

Poëzie gezocht


Ik zoek de poëzie
in woorden, rijmen.
Letters en zinnen
dwarrelen rondom.

Ik moet schiften schrappen
in regels, verzen
strofen of dichten
’t draait en tolt maar rond.

Ik zoek in boeken, schriften
tot ik iets zal vinden
op internet of tv.
het zit, maar niet mee.

Maar dan gaat een lampie op
kom ik op een idee
schrijf ‘t één na ’t ander
de poëzie sleept míj mee.

Mijn vriend niet


Hij staat daar aan de waterkant
fors en breed met lange haardos
zijn baard in maanden niet geschoren
als rasta hangen zijn lokken los
en vallen waar ze niet horen

en wuivend blijft zijn kruin
zijn stakerig lijf bedekken
als je ‘m ziet zeg je
ach wat treurig geheel
ook voor mij mag die rotwilg verr…

Mijn hobby


Geen fysieke dwang zal mij nog treffen
voor het schrijven van zo menig gedicht
nee, ik heb mijn doel nu anders gericht
zeer ontspannen wil ik mijn stem verheffen

niet brallen wil ik ’t ene na ’t andere lied
maar bescheiden mijn aanwezigheid verklaren
in woorden vol van vriendschap en bedaren
’t is al genoeg dat men mij in omvang wel ziet

zou ik doorgaan kom ik in depressief gekonkel
ben mooi volslank, daar houden we het maar op
niet te mogen roken is voor mij geen straf

heb geen behoefte aan sieraad of dergelijk gefonkel
voor gezondheid blijft geestrijk vocht onder de dop
maar eten is mijn hobby, dus blijf daar af!

Mijmerende schrijver


Stil vormen mijn gedachten
woorden uit mijn hart
toevertrouwd aan papier
los of als volzinnen
in warme kleuren
en bloemengeuren

Dieper wil ik ze schrijven
als glans van goud
of edelgesteente,
liever in smaragdgroen
zoals in velden en bossen
besprenkeld met parelen
uit zuiverste dauw.

Overgoten met gouden zonnestralen
gevat in einder van Pruisisch blauw
versierd met schoonste zirkonen
aan alle tere twijgen
boven groen zijden net van mos.

Ingelogd


Dan moet je van alles invullen
je naam en e-mailadres
en een code die geheim is
die niemand nooit-never
weer kan lezen
omdat geheimen gewoon
geheim zijn hè?

Op gegeven moment
ben je dat geheim vergeten
dan vraag je ’t weer aan
en zeggen ze “Oww,
wacht ff, we zullen ’t je mailen”
maar waar halen ze
je mailadres vandaan?

Ineens weten ze ook dikwijls
je grote eigenste geheim
binnen de kortste keren
heb je weer een code
en ze hebben niet eens
zo lang ernaar gezocht
zodat je een uurtje later

Alweer hebt ingelogd.

Ik ben eigenwijs en het zát

Angry businessman yelling at his phone seated on a toilet isolated on white background

Vertel mij eens woordkunstjesmakers waarom
zou het gedicht niet mooi meer mogen zijn
de buiging en sneden niet vloeiend en fijn
maar explosief gevaarlijk dodelijk als een bom

niet meer in gelid van rijm en schone klanken
ja psychotisch opgediend als voer voor psychiater
klinkend als luid gebral of luider eendengesnater
ik steek mijn mening heus niet onder banken

wat jammer toch gij Nederlandse poëten
uw vaardigheid is niet minder dan voorheen
zijt gij dan niet bereid om voor succes te zweten

vraagt gij u zelve niet af waar moet dat heen?
Ik wel, eigenlijk heb ik het met menigeen gehad.
Oké, ik ben eigenwijs, maar ook goed zát!

Gewoon een daggie rust


Ze vinden dat ik te veel schrijf.
Nou,…en? Mag ik dat zelf weten?
Zolang ik dan maar netjes blijf
heeft men mij nog niets verweten.

Maar goed, ’t komt mij reuze uit.
‘k Wil best ’s een daggie rusten.
Hopen dat ik niet op weerstand stuit
morgen zullen ze op FB er van lusten.

Ik zal er nog een nachie over slapen
hoe ik één-en-ander aan moet pakken.
Want schrijven is wel ’t beste wapen
als men tracht je mond dicht te plakken.

En toch…. Kan ik het niet laten


Stilletjes aan zwerf ik toch weer naar sonnetten
wil mijn zinnen in poëtisch licht doen schijnen
lyrische klank niet uit mijn hart laten verdwijnen
mijn vreugde in ritmisch rijm op papier te zetten

in dansende woorden mensen horen zingen
als kinderen door straten en velden zo blij
zich overal wanend als dieren en vogels vrij
zonder zorgen om geld, goed of andere dingen.

Maar echt leven zit toch zo anders in elkaar
geen lyriek, poëzie of zelfs maar proza
daarin klinkt dikwijls geen zang, lied of gitaar

meer hoort men daar geweld vanuit arena
door ruzie en woorden als holle vaten
mijn liefde voor sonnet kan ik niet laten.

Arbeid in de tuin


Wie bloemen in velerlei kleur wil telen
planten wil van allerlei soorten en maat
waar het hem niet om winst of verdienste gaat
zal zijn oog welgevallig laten strelen

door hem zelf gekweekte roos of akelei
steekt voldoening niet onder stoel of banken
drinkt zelfs de wijn van eigen druivenranken
en voelt zich in zijn tuin als een vorst zo vrij

vanaf terras bekijkt men bewonderend
de uitbundigheid van geleide natuur
zover te komen is uitzonderlijk duur

maar men ziet niet hetgeen is bedonderend
men moet spitten zaaien planten en wieden
uit frustratie niet als dolle gaan zieden.

Niet alles is halleluja


Weg die sneeuw en ijzige kou
vogels zingen weer in de bomen
krokussen, narcissen en tulpen
verspreiden voorzichtig hun kleur
in de weide dansen lammetjes

halleluja!!!

maar tussen krokus, narcis en tulp
wordt ook distel en netel weer gewekt
aan de helder blauwe hemel
is ook van ver de donkere wolk te zien
al bedenk ik een goed gedicht

ik heb geen tijd het op te schrijven.