Een dag die komt


Bestaan er dan geen mensen die vrede willen
bestaat de mens uit louter weerbarstig verzet
valt wraakzucht en hebberigheid niet te stillen
ieder voor zich, niemand die op anderen let.

Overal oorlog, machtsvertoon en dictatuur
overal ontheemden, de wereld staat in brand
onder mom van democratie ego aan ’t stuur
en onder vriendschapsleus verraadt men volk en land.

Heer, redt Uw schepping, de mensen willen vrede
maar men geeft van alles alleen aan U de schuld
en ontkent eigen falen dat is de rede
men begrijpt en weet niet Uw eindeloos geduld.

Eens komt de dag dat U de aarde zal richten
dan begroeten wij U met zang en gedichten.

Ochtendgloren


Ik hoor zo graag de vogels zingen
in kruin van eik of den in het bos
barst elke ochtend hun concert los
ik geniet van al die mooie dingen.

Nachtegaal, fitis of wielewaal
in elke bos zijn ze te horen
ode elke dag in ’t ochtendgloren
dank aan de schepper in eigen taal.

In eerbied vouw ik ook mijn handen
dankend voor vrede, geluk en rust
niet belaagd door ongeval of vijanden

Zo ontwaak ik elke ochtend weer
met een gevoel herboren te zijn
en een dankgebed tot onze Heer.

’s Morgens op terras


Een nieuw geluid deed deze ochtend ontwaken
geluiden uit de hoogste toppen der bomen
geluiden die ieder mens wel zullen raken
muziek als verlenging der nachtelijke dromen.

Dagelijkse zonneschijn verdrijft het duister
nachtelijke spoken verdwijnen in het licht
het vogelkoor groet de dag met klankrijk luister
als bede tot God om vrede en rust gericht.

In alle vroegte geniet ik op mijn terras
van alle geluiden, vlinders, bijen en bloemen
stel mij voor dat ook het paradijs eens zo was
waar mensen en engelen hun schepper roemen.

Ach wordt de wereld weer net als in die tijd
een oord van vrede en rust zonder nijd.

Dagelijkse zekerheid


In iedere ochtend zie ik het levensvuur
de aanloop waarin de zon het licht verspreidt
een dagelijkse sleur een gang van uur tot uur
het leven in zekere zin door God geleid.

Ach zonder leiding liep ik rond als een kind
en schaarde ik mij blindelings op brede weg
omdat ik zonder steun het smalle pad niet vind
een dolende zwerver zou zijn langs heg en steg.

Doch strek ik mijn hand naar Hem in vertrouwen
die de wereld en alles daarop heeft geschapen
ik weet niet waar ik anders op moet bouwen
dan ga ik na dagelijks licht rustig slapen.

Tot Hij des ochtends de zon weer laat schijnen
Zijn liefde ons levensvuur niet laat verdwijnen.

Antwoordend God


Ik bad een god, die d’ oren sloot voor lijden
Verdriet op aarde ongehoord niet kende
Van oorlog en geweld zijn oog afwendde
De mens alleen zijn eigen strijd liet strijden.

Een god die in de nood de ogen sloot
De mensen overliet aan eigen lot
En hield de hemelpoort voor hen op slot
Of hij van straf en tucht alleen genoot.

Vanmorgen antwoordde Hij op gebed
In vogelzang, in wind en ochtendgloed,
“Ik leef en heb de mens op aard gezet.

Ik red uit alle verdriet en tegenspoed.
Genade die Ik je schenk zij je genoeg
Omdat Ik jou vanaf je kindsbeen droeg.”

Dank voor schone schepping


Dank aan Hem die heel dit grote wonder schiep
het grote wonder waar wij op mogen leven
het wonder waar Hij alles tot leven riep
het wonder ons in bruikleen gegeven.

Als rentmeesters heeft Hij de mens aangesteld
te verzogen Zijn paradijs, Zijn aarde
maar helaas was de mens daar niet op gesteld
hij was te dom en kende niet de waarde.

Toch zie ik elke dag de wereld om mij heen
en vraag ik mij af waarom men dat niet ziet
we hebben dit wonder slechts zo kort teleen
maar door onze handen gaat zoveel teniet.

Aanschouw daarom dagelijks deze aarde
en dank dan Hem die dit alles steeds bewaarde.

Grootste genade


Er schijnt een helder licht dat ieder mens beschijnt
een licht vol glans vanuit een open hemelpoort
zo zacht en vol gena vervuld met liefde omlijnd
een gloed omringt een troon in paradijs’lijk oord.

Ik hoorde eng’lenzang zo zelden wordt gehoord
als lof en eer voor Hem gezeten op die troon
Die d’ aard en al wat leeft voor eeuwig toebehoort
en schonk als blijk van grote liefde ons Zijn Zoon.

Geen offer kan ooit groter zijn als gunst betoon
zo onbaatzuchtig zonder praal of pracht gesteld
slechts Hem behoren in geloof vraagt Hij als loon
heb lief, zoals Hij dat deed gebruik geen geweld.

Maar bid zo Hij bad voor elk mens op Golgotha
“Vader zij weten niet wat zij doen, toon Uw gena!”

Dankende lof

Landscape of La Maddalena archipelago, Sardinia, Italy.

Het zijn de vele witte wolkenvelden
bloemen bloeiend op de groene weiden
die Uw heilige naam alom verspreiden
Uw grote daden dagelijks vertelden.

Het graan dat rijkelijk golft in Uw adem
het ruime water dat weerspiegelt Uw licht
de horizon tot einder van het zicht
vogels vertolken Uw wonderschone stem.

En boven de hoge blauwe hemelboog
waarlangs de adelaar in banen zweeft
houdt U elk schepsel op aarde in het oog

zorgt voor alles dat door Uw adem leeft
vanaf de hoogste boom en sterkste dier
beschermt en hoedt U dagelijks op aarde hier.

Dank en vraag van iedere dag


Zacht tempert schaduw het zonlicht van de dag
en over de velden spreidt dauw als deken,
valt stilte over vlakke land als teken
dat men na drukke arbeid ter ruste mag.

Voldaan sla ook ik mijn ogen naar omhoog
en vouw mijn moede handen in dankbaarheid
een gebed aan ons aller schepper gewijd,
Vorst van het leven boven de hemelboog.

De dag was goed, door zonlicht beschenen,
de aarde bracht leven, vrucht en bloemen voort
de nacht zal ons kracht voor morgen verlenen.

“Geef dan Heer, als morgenvroeg de zon weer gloort,
ons lust tot Uw glorie arbeid te verrichten,
over Uw grote daden zingen en dichten.”

Stille plek


Stil zat ik in die hoek met peinzende gedachten
mijn denken dwaalde zomaar ergens heen
ook zat ik op niets of niemand hier te wachten
had behoefte hier te zijn helemaal alleen

mijn oog was naar de verte nergens op gericht
en het was of mijn bewustzijn hier niet toefde
daar midden op die dag in het heerlijk zonnelicht
waren er zo veel herinneringen die mij bedroefden

langzaam zakte ik daar weg in zachte dromen
zag een zaal vol mensen die ik van vroeger kende
tot mijn verbazing wilden ze allen bij mij komen

hoorde mijn vaders stem die zich tot mij wende;
“Zie zoon, de aarde is nog steeds Gods Paradijs.
Die dat steeds voor ogen houdt leeft goed en wijs”

Gelouterde puurheid


Die twee, het rein’gend vuur, de pure lucht,
Zij zijn u rijk in gaven toegezonden
Opdat u vele zorgen niet verzucht
Die u met gesels toch zo zwaar verwonden

Dat deze elementen u steeds leiden
Op ‘t levenspad dat u al wand’lend gaat
In dromen over liefde u verblijden
Behoeden tegen ongerief en haat

O volg het rechte pad dat zij u wijzen
In spoor van vreugde en gerechtigheid
De Geest die immer met u mee wil reizen
Die u van angst en zorg op ’t eind bevrijdt

Dan vindt u daar de lucht zo zuiver puur
Gelouterd in de gloed van ’t rein’gend vuur.

Nachtrust


Als de laatste stralen over ’t veld vervagen
rust en stilte van lawaai het overwint
door de bomen zelfs geen zuchtje van de wind
’t leven tempert alsof uren zich vertragen

ook duistere nacht nadert met trage treden
avondklok luidt alsof hij met zachte klanken
ons tezamen roept tot bezinning en danken
opnieuw behoort een dag weer tot verleden

straks in stilte van de maanverlichte nacht
zien wij aan purperen hemel fluweelzacht
schitterende twinkeling van sterrenpracht

slaap zal ons lichaam met nieuwe energie voeden
en in rust nieuwe dag naar de ochtend spoeden
vertrouwen dat God deze nacht ons wil behoeden.

Samen


Ik mag de zoete smaak genieten
Van jouw nabijheid iedere dag
Van jouw vrolijke humeur en lach
Die jij met zon zult overgieten

De wereld zal dan weer lichter zijn
En elke avond gaan we dansen
Het leven opent nieuwe kansen
Genietend elk moment groot of klein

Om zo verder te gaan door ’t leven
Elkaars steun door voor- en tegenspoed
Elkaar vrijheid gunnen en geven

Met elkaar de toekomst tegemoet
Één richting naar de horizon
Daar schijnt voorgoed de avondzon

Mijn stille moment


Als ik mij terugtrek naar stil moment,
een moment om alleen met U te zijn
en mij besef dat U mij zo diep kent,
voel ik mij, Heer, zo zondig en klein.

Dan voel ik mij als een heel klein kind
durf niet tot Uw grootheid heen te gaan.
Stilte loeit dan als een hevige wind,
waarin mijn goede voornemens ondergaan.

U sprak Heer; “Laat de kinderen komen,
Ik wil zorgen met liefde en vertrouwen.
Laat hen in grote drommen tot Mij stromen,
op hen zal Ik eens Mijn Koninkrijk bouwen.

Geloof dus met het geloof van een kind,
dat u bij de Vader rust en liefde vindt”.

Nog eenmaal….


Nog eenmaal wilde Hij met zijn vrienden zijn
Nog eenmaal nuttigen met hen het avondmaal
Nog eenmaal breken het brood en drinken de wijn
Nog eenmaal met hen samen zijn in die eetzaal.

Hij wist reeds dat die avond de laatste was
En dat ze Hem allen zouden verlaten
Verraden ondanks dat Hij vrij van zonden was
Door één van hen die bij Hem aan tafel zaten.

Hij wist reeds zolang wat Hem te wachten stond
Zijn leven was door profeten reeds lang voorspeld
Hoe Hij uiteindelijk Zijn overwinning vond

In de strijd tegen een vijand vol bedrog en geweld
Verslaat Hij de satan op eigen terrein
En schenkt ons ten teken gebroken brood en wijn.