
Ogen hebben een wig in mijn ziel gedreven
en vele woorden hebben mijn hart verwond
waar gevoel op afgunst en afkeer was gegrond
waar onschuld geen rede was om te vergeven
in aanvaarding heb ik mij er bij neergelegd
ik wist wel dat je het niet zo bedoelde
jij kon er niets aan doen dat ik het zo voelde
maar dikwijls hadden wij toch weer teveel gezegd
laten we in jaren onze liefde delen
onze woorden en daden wegen tot elkaar
elkaar steunen, er valt nog zoveel te helen
herinneren de eed voor het trouwaltaar
ach, ’t hoeft heus niet altijd pais en vree te wezen
zolang wij maar liefde in onze ogen lezen.
