Eine kleine nachtmusiek


Stil is de nacht aan mij voorbij getrokken
Bijgeschenen door sterren en maan
Slechts zang van nachtegaal kon mij verlokken
Om even voor het open raam te staan.

Zacht zong hij zijn lied in hoge eiken
Beschut door dichte bladerkruin
Als om de zomer te verrijken
Boven weelderige bloementuin.

Zijn trillers tot in verre omgeving
Deed menig wandelaar even stil blijven staan
Genietend van deze nachtelijke beleving
In die stille nacht verlicht door sterren en maan.

Levenslicht


Waarom zou ik ongelukkig zijn
Of zelfs ook ontevreden
Zolang ik kan genieten van zonneschijn
En de vrije natuur kan betreden

Iedere ochtend wordt langs de horizon
Het geluk mij aangedragen
Het wonder van het licht als levensbron
Dan mag ik echt niet meer vragen.

En schijnt niet iedere dag de zon
Er zijn ook mindere dagen
Herinner mij die dat ik zingen kon
En wij door de wolken ’t licht nog zagen.