
Heel in de verte riep de echo
hij luidde de stem die naast mij liep
weerkaatsend uit het dal
als een mens die om warmte riep
maar hoge bergen gaven geen gehoor.
Nooit zag ik nog de aarde
zich kleden in teder groen
vol kleuren en nevelige horizon
de hemelboog azuren blauw
met goud omrande witte wolken.
Nooit voelde de zon zo warm aan
de wereld met zoveel ruimte
en door het dal zag ik mensen gaan
genietend van het leven
beelden die in mijn hoofd bleven staan
de schepping heeft zoveel moois gegeven.
En op mijn berg hoorde ik die echo nog
die stem die riep vanuit het dal om leven
maar wat ik deed en hoe ik zocht
ook ik kon hem geen hulp geven.

