Op de berg


Heel in de verte riep de echo
hij luidde de stem die naast mij liep
weerkaatsend uit het dal
als een mens die om warmte riep
maar hoge bergen gaven geen gehoor.

Nooit zag ik nog de aarde
zich kleden in teder groen
vol kleuren en nevelige horizon
de hemelboog azuren blauw
met goud omrande witte wolken.

Nooit voelde de zon zo warm aan
de wereld met zoveel ruimte
en door het dal zag ik mensen gaan
genietend van het leven
beelden die in mijn hoofd bleven staan
de schepping heeft zoveel moois gegeven.

En op mijn berg hoorde ik die echo nog
die stem die riep vanuit het dal om leven
maar wat ik deed en hoe ik zocht
ook ik kon hem geen hulp geven.

Daar, ginds op Golgotha


Daar, ginds op Golgotha
hebben wijzelf de vrede vermoord
de zegen veloochend
Zijn handen en voeten doorboord
bespot en geslagen
Zijn liefde en warmte in bloed gesmoord.

Daar, ginds op Golgotha
heeft Hij Zijn Vader gebeden om vergeving
voor Zijn beulen
die Hem nagelden aan het kruis
en vroeg voor hen om gena
beloofde een zondaar hem te brengen in Vaders huis.

Daar, ginds op Golgotha
heeft Hij satan voor goed gedaagd
sprak troost voor moeder en vrind
elk mens heeft Hij vergeven
omdat Hijzelf ook mens geworden is
wist Hij hoe wij waren en kende elk gemis.

Daar, ginds op Golgotha
is Hij voor ons gestorven
gemarteld en gehangen aan dat kruis
maar heeft door Zijn dood
een plaats voor ons verworven
in Vaders hemelshuis.

De weg alleen


Bent U de Koning,
mijn Herder en beschermer?
Bent U neergedaald
uit hemellicht
naar aardse duisternis?
Bent U de genezer
van lichaam en van ziel?
Gods enige Zoon
waarvoor heel de schepping knielt?
Waarom bent U
die eenzame weg gegaan
door die duistere hof?

Zelfs Uw vrienden lieten U alleen
in uren van lijden en van dood
en bij Uw arrestatie was er geen
die U bijstond of bescherming bood.

Uw lijden was Uw vrije wil
alle angst en pijn hebt U doorstaan
tegenover Uw rechters bleef U stil
en bent die zware weg alleen gegaan.

Geslagen, beschimpt en bespot
werd U met doornen gekroond
de wereld liet U over aan Uw lot
men heeft U belasterd en gehoond.

Gehangen aan het kruis op Golgotha
zweeg nog Uw Vader stil
toch bad U voor Uw beulen om gena
bad “O Vader Mij geschiede naar Uw wil.”

Nu sta ik aan de voet van Uw kruis
en weet dat ik ook schuldig ben
maar leid mij toch gereinigd naar Uw huis
gedenk in Uw dood dat ik in geloof U ken.

Na winterslaap


Ik lag in diepe slaap
genietend van zachte rust
toen kwam er iemand
die heeft mij o zo teder
wakker gekust
ik opende mijn ogen
en wist niet wat ik zag
een schoon lief gezicht
met stralende lach.

Ik vroeg; “Bent u de engel
die mij in ’t holst der nacht
komt halen?”

ze glimlachte en zei “Nee,
ik kom je alleen maar wekken,
de nacht is al zolang voorbij
de nacht moet je niet rekken.
Ik ga de dag is nog zo jong.”
Haar gezicht verdween.

Tussen de kieren van ’t gordijn
schenen de warme stralen
van de lentezon.

Speelbal


Ik voel me speelbal
van stromen in massa
slingerend van golf tot golf
kolken langs kliffen
vloeiend vanaf strand
tot verre horizon
hier stijgerend als vurig paard.

Dan weer blinkende vlakte
weerschijnend zon en kusten
dragend verre verbinding
tussen hemel en aarde.

Als een speelbal gedreven
in stromende massa’s
geen drijfveer kennend
die mijn onrust voedt.
Slechts de hoop bewarend
dat mijn doel de vrede is
waarvoor ik mijn levenlang
gebeden heb.