Gift in geestelijk werelds voedsel


Somber zijn de kortste dagen
die geen schone tonen
vanuit hoge eiken dragen
om elke inspanning te lonen.
Nergens hoort men nu de nachtegaal
noch de zang der winterkoning
bijna heel het vogelkoor zwijgt massaal
of ziet men hen bedelen om beloning.

Het enige wat men nu nog hoort
is het verwijtende stille zwijgen
terwijl in het bos de winterslaap nog scoort
en het rinkelend bevroren ijs aan de twijgen.

Ach, het is de rust die wacht op voorjaar
terwijl de bruid zich in het wit heeft gedrapeerd
zon en warmte daar verlangt men naar
straks wordt zij door haar nakroost hoog vereerd.
Dan zingen haar kinderen weer het hoogste lied
vullen bos en velden weer met leven
kent niemand meer de kou, ellende en verdriet
ontvangen wij de prijs voor voedsel de natuur gegevn.