
Dikwijls gooi ik de deur dicht
en sluit de ramen
de muren zijn blind
daar kan niemand door naar binnen
ik verduister de zon
en laat de maan verbleken
de sterren vallen
dag en nacht zijn een-en-al droefenis.
Maar als de volgende dag
de kim weer gaat gloeien
en de zon zijn glorie over de aarde spreidt
warmte de blinden ontdooit
dan open ik de deuren
dan ontsteek ik weer de zon
in afwachting van de volle maan
omringt door twinkelende sterren
dan kennen dag noch nacht droefenis.
