Het verre land


Ver weg ligt het land van mijn dromen
het land waar de hoop wordt geboren
hoop dat ieder mens die daar zal komen
van vriendschap en vrede zal horen.

Ver weg ligt dat vredige land
dat kent geen grenzen of palen
vrijheid kent men daar van rand tot rand
daar zal geen goede wil ooit falen.

In dat land bloeien de bloemen
en palmen staan aan strand van glazen zee
elk mens zal men broeder of zuster noemen
elk schip meert daar aan veilige ree.

Eens hoop ik dat land te betreden
verwelkomt door de Heer die liefde is
Hij die het duister voor ons heeft bestreden
weert daar alle pijn en droefenis.

Jaarwisseling


Voor altijd tellen jaren
de één voor voorspoed en geluk
tijd om vrede te vergaren
vrij van dwang of druk.

Hoe was het jaar dat nu verging
vol tegenslagen en oorlog
vrede en broederschap herinnering
het heden slechts bedrog.

Hoe zal de toekomst het jaar vullen
leeft men eindelijk met verstand
zal komend jaar zich in vrede hullen
geven alle volkeren in vree elkaar de hand.

Eeuwig licht


Dolend loop ik
naar verre horizon
naar waar het licht
grenzen overschrijd.

Daar zoek ik
het mysterie
van het duister
na de dood.

Daar moet het licht zijn
het licht begrenzend
het levensaureool
wat geboren is
in die kerstnacht.

Klein en weinig
is het licht.
Groot is de liefde
en de vrede.

In de gedaante
van een kind
en de glans van die ster.

Goddelijke schenking


Als de klop van mijn hartslag
een glimp van een zonnestraal door ontbladerd hout
een kunstig parelensnoer door dauw en spinnen rag
en burrelend hert iets verderop in ’t woud.

De tijden komen en de tijden gaan
en iedere tijd heeft z’n eigen charme en wens
toch zijn er tijden die blijven bestaan
in herinnering van ieder mens.

Een schone bloem, een fraaie roos
een woord vol liefde en begrip
een warm hart dat voor jouw koos
die jouw verloste uit sombere dip.

De wereld als schepping blijft zo mooi
zo heeft geen mens ooit kunnen bedenken
schittering van leven en bloementooi
en dat heeft God ons allemaal willen schenken.

Tezamen met herders en engelen


Kom herders laat ons tezamen gaan
daar naar die kleine stal in het veld van Bethlehem
daar, naar waar die ster is stil blijven staan,
gewezen door de wonderschone engelenstem.

Daar vinden wij de moeder en haar kind
ons vele eeuwen reeds belooft
het heilig teken dat God ons bemint
Zijn belofte aan ieder mens die steeds heeft gelooft.

Laat ons knielen bij die kribbe neer
bij het Kind dat ons eens bevrijden zal
want Hij is de Zoon van God, onze Heer,
onze Koning nu geboren in deze stal.

Hoe anders zal de wereld zijn
als Hij Zich in Zijn macht openbaart
dan voedt Hij de armen met brood en wijn
en schenkt vrede aan elk die Zijn heerschappij aanvaardt.

Viert nu feest in het licht dat Hij ons bracht
daar in Bethlehems kleine stal
daar onder een hemel vol sterrenpracht
het feest dat eeuwig wezen zal.

Te hoog


Wij bouwen een toren van ivoor
tot in de hemel ver boven aard
tot waar de mens geloof verloor
omdat hij contact niet had bewaard.

Als heerser dacht hij te bouwen
als individu enkel op zichzelf gericht
op eigen bouwwerk te vertrouwen
geen woord te veel, geen woord een gedicht.

Eenzaam staat daar die ivorentoren
machtsvertoon door mensen gebouwd
mensen in eigenwaan verloren
die niet op God hebben vertrouwd.

Nooit zal men de spits nog bereiken
hun eigen levensstijl was te glad
men dacht in zelfgenoegen te verrijken
vandaar dat men de Schepper van al vergat.

Leven naar de toekomst


Het was als gisteren
de gedragenheid in huis
veiligheid in eigen gezin
’t leven als in een droom.

Het is allemaal
te lang geleden
om te vergeten
zelfs het heden is zo ver.

Het geluk, waarvan je dacht
dat het eeuwig zou zijn
waar is het gebleven,
het is enkel; ik verlang naar meer.

En dromend denk ik,
Ach, het was zo slecht nog niet
ook de goede tijden
ben ik reeds vergeten.