Maar toch….


Niets is rustgevender dan ’t ruisen van een bries
door het lover van de kruinen,
de vleugelslag van een vlinder
en het zoemen van een bij.

En ergens in het water spartelt een vis
een buizerd zweeft met brede vleugelslagen
tussen de wolken door ’t pruisisch blauw
en op paden op de heide spelen de lampreien.

Alles lijkt zo vredig, ver weg van oorlogen
en geweld van bulderende kanonnen.

Maar toch…………..!!!

Weersinvloeden


Misschien was ik het
die je door de straat zag lopen
met een glimlach
of een knipoog
links en rechts.

Ach, de zon scheen
dus moesten we wel vroijk wezen
zoveel dagen dreven al de wolken
en huilde de wind natte tranen
tot de zon hen verdampte.

Nu loop ik weer door die straat
met een glimlach en een knipoog
lach naar iedereen links en rechts
want de wind verdreef de wolken
zo drijft de tijd de tranen weg.

Gedragen aan de levensboom


Langzaam kleurt het bladerdak
naar pastel van vele kleuren
op het pad hier en daar een dode tak
een zachte bries brengt herfstgeuren.

Een oudere man loopt over de paden
genietend van de herfstzon
de grond bezaaid met blad en zaden
nu stervend nadat in de lente hun leven begon.

Zo is het leven dacht de man
één jaar is voor ’t blad genoeg
toch leef ik langer als ’t kan
geënt aan de levensboom die mij droeg.

Heel veel dagen


Zomaar een dag
midweek.
Zomaar een dag
als alle dagen.
Zomaar een dag
met weten en vragen.
Zomaar een dag
een dag vol geluk.
Zomaar een dag
met een beetje verdriet.

Zomaar een dag
vol zonneschijn.
Zomaar een dag
vol regen.
Zomaar een dag
weer ouder.

Wat zijn er veel dagen
vol onrust en last.
Wat zijn er veel dagen
vol liefde en geluk.
Wat zijn er veel dagen
die wij vegeten.

Vaststellen


Wat is er mooier
dan te kijken naar witte wolken.

Wat is er mooier
dan de groene weiden te zien.

Wat geeft meer rust
dan het vriendelijk kabbelend water.

Wat geeft meer rust
dan de adem in het woud.

Wat kun je meer genieten
dan de Pruisisch blauwe hemelkoepel.

Wat kun je meer genieten
dan leven in de schepping.

Wie kun je meer danken
dan de Schepper van dit alles.

Afblijven, van mij


Geen tijd mijn muze te bezoeken
geen tijd haar taille gade te slaan
al wil ik elke hoek doorzoeken
verder dan dit ondermaanse gaan.

Helaas, waar zal ik haar ooit vinden
hoor ik straks haar wonder schone lied
kan ik haar pronken bij mijn vrinden
hen de ogen steken wie haar ziet.

Ik wil door de straten flaneren
mijn aller schoonste muze aan mijn zij
iedere man zal mij vereren
elke jaloerse blik maakt mij blij.

Maar nu zal ik haar moeten vinden
vóór al die kerels haar verslinden.

Zoveelste vraag om vrede


Eens hoorde ik een lied
een zang van een kind
daarin hoorde ik vreugde
daarin klonk verdriet.

Het was een lied over mensen
die allen de aarde bevolken
ieder met eigen wensen
tot ver boven de wolken.

Dat lied van dat kind
steeg op tot onze Heer
gedragen op wolken en wind
’t werd gehoord al was ’t nog zo teer.

Ach, mochten die tere wensen
eens een redding der aarde zijn
rust en vrede voor alle mensen
de wereld als waar feestfestijn.

Als de wind niet meer is


Als de wind niet meer is
horen we niet meer
het ruisen van de bomen.

Als de wind niet meer is
horen we niet meer
het ruisen der zee.

Als de wind niet meer is
zien we het gekrookte riet
niet meer wuiven langs de oevers.

Als de wind niet meer is
zien we het graan
niet meer golven over de akkers

Als de wind niet meer is
voelen we niet meer
de streling van Gods hand.

Als de wind niet meer is
zweeft Gods Geest
dan nog over de aarde?

Als de wind niet meer is…
en Gods Geest is verdwenen.

Kunnen wij dan nog leven
op deze aarde?

Vuur

*

Hel laait het verzengend vuur
een land verteerd door vlammen
een mensenleven is niet duur
dictators doen volkeren verlammen.

Het vuur dat laait, de wereld verteerd,
vuur dat zaait dood en verderf
Gods schepping van schoon onteerd
door oorlogen, wanbeleid en bederf.

Het geestesvuur, dat ’t helsvuur dooft,
is vuur dat leeft en en leven doet
en zorgt dat heel de schepping looft
de Schepper, die de schepping behoedt.

Begeester ons door dat scheppingsvuur
dat wij dat verzengend vuur ontwijken
en leven ook na ons stervensuur
om ongeschonden Uw Koninkrijk te bereiken.

Kalm aan


Verten roepen niet meer
de vreemde lonkt niet
alleen thuis is vertrouwt
thuis geeft rust.

Ik hoef niet meer te reizen
in eigen omgeving rust ik uit
genietend in eigen tuin
op eigen terras.

Nergens zingen de vogels uitbundiger
bloemen kleuren nergens zo intens
en geven zoveel geuren.

Ik heb gereisd naar overal
en geniet van de herinnering
de wereld, de schepping, is mooi.

’t Is de wind


Luister naar de bomen
’t is de wind
die door hen spreekt.

Kijk naar het water
’t is de wind
die het laat kabbelen.

Zacht lispelen de bladeren
door streling van de wind.

En het gekrookte riet
golft langs het kabbelend water
door de wind.

Ik zelf ben de wind
want ik hoor de bomen
ik zie het kabbelend water
en het golven
van het gekrookte riet.

Ongerijmd


Voor ieder naderen eens de laatste dagen
dat is de weg die door het leven gaat
maar ondanks dat zou ik toch weer graag
de bijen en de vlinders tussen bloemen
zien fladderen in mijn tuin.

Ik wil zo graag nog weer genieten
van de kleurige bloemen en planten,
van de uitbundige zangen in de eik.

In de lente weer het jonge leven
dartelend door de groene weiden
de zinderende lome zomer
luierend onder schaduwrijke bomen
en genieten van de pastel kleurende herfst.

Kortom, laat me nog een jaartje leven
in een levende wereld
een wereld die voor zichzelf dicht.

Herboren liefde


Iedere ochtend als de horizon weer licht
en de wereld zich baadt in het zonnegloren
verheug ik mij weer bij het zien van jouw gezicht
en verlang ik weer jouw stem vol zang te horen.

Een dag zonder jou is een dag zonder zon
een kleurloze hemel met wolken bedekt
geen groen veld geen blauw bos tot de horizon
geen vrolijke kleuren zover ons zicht strekt.

Eens zal ik je toch weer ergens ontmoeten
misschien wel daar op diezelfde plek als toen
zullen we daar elkaar met vreugde begroeten
samen omarmen in eeuwig durende zoen.

Dan wordt ons leven weer licht en zonnegloren
en onze liefde schijnt weer als herboren.

De vraag blijft


Kun jij mij vertellen
hoe eens de aarde is ontstaan
een wereld met toeters en bellen
hoe is die ontwikkeling in vredesnaam gegaan.

Wanneer en hoe ontstond het eerste leven
gewoon gegroeid op ruwe steen
is er iemand die mij hier antwoord op kan geven
of broedt die vraag bij mij alleen?.

Vertel mij hoe de adem kwam
in het onmetelijk heelal
de kleinste bloem of boom met de dikste stam
vertel hoe lang de aarde nog wezen zal.

Geniet van de natuur met al haar schoon
hoe kan ze zo bestaan
groeit dat allemaal maar heel gewoon
óf… heeft God dat zo gedaan?

Darwin zegt dat het de evolutie is
maar komt met geen enkel bewijs
al lijken zijn stellingen nog zo gewis
tijdens zijn lange wereldreis.

Niemand is getuige geweest
noch bij schepping, noch bij evolutie
noch van mens, noch van beest.