Gods flierefluiter


Ik zie mij over groene velden gaan
nadat ik de goudenpoort ben gepasseerd
dan blijf ik even bij een bloemperk staan
en dank de Heer die ik altijd heb geëerd.

Ik hoor zang van vogels in de bomen
zie heldere beken met gouden fonteinen
een wereld vol schoonheid om van te dromen
waarop elke hoek verrassingen verschijnen.

Straten zijn geplaveid met stenen van ivoor
aan azuur blauwe lucht straalt een milde zon
ergens klinkt een schitterend engelenkoor
en vele mensen lessen aan een levensbron.

Dansend en zingend ga ik over ’s Heren wegen
naar de Vader die van heel Zijn schepping houdt
daar bij Hem te wezen is een echte zegen
als Zijn flierefluiter, dan weer lief, dan weer stout.

Hoge zee


Ruw is de zee
scherp de rotsen
verraderlijk het klip
waarop het schip
dreigt te botsen.

Hoe bedrieglijk de kust
die vriendelijk lokt
maar bezaait licht
met onderwater riffen
waar menig schip
tenonder gaat.

Zo vergaat het
ook in het leven
als de mens
op eigen koers
slechts vaart
geen loods bestuurt
zijn steven.

Vogel van vrede


Er vliegt een vogel
hoog in Pruisisch blauw
tussen witte
goudgerande wolken.

Een vogel
wit als sneeuw
met groene lauwertak
als teken voor de volken

Die vogel vliegt
over heel de aarde
laat de schepping
niet vergaan.

Land toch
schone vogel
voor het te laat zal zijn
spreek de mensen aan.