Kunnen wij nog herstellen?


We scheiden alle kwalijke stoffen
maken gebruik van bio-matreaal
zijn door misbruik zwaar getroffen
dat ’t niet goed gaat zien we allemaal
alle dagen nemen we weer beslissing
hoe we met milieu om moeten gaan
dikwijls blijkt dat weer een vergissing
kunnen we niet op verbetering aan.

Steeds zijn we bezig met eigen gerief
zien niet wat de gevolgen zijn
alleen ons eigenbelang is ons zo lief
alleen “vooruitgang” ligt in onze lijn
en nooit-of-te-nimmer zullen wij leren
dat dikwijls de werkelijke oorzaak ligt
in het steeds maar blijven produceren
van product dat zich op vernietiging richt.

Hebben wij naast vele geschonken gaven
dan nooit geleerd dat ons brein Goddelijk is
dat Hij schonk Zijn paradijs te handhaven
en ons daarom schiep als Zijn gelijkenis?
Kunnen wij dan met alle wetenschap
Zijn vraag, Hij stelt het ons niet eens als eis,
komen tot ‘s werelds goed rentmeesterschap
herstellen samen weer Zijn hemels paradijs.

Schepping in ochtendgloren


’s Morgens in alle vroegte en schemering
van schuchter licht boven horizon en kim
rode gloed uit ochtendgloren in eindeloos lijnenspel
door wolken als donkere strepen onderbroken
ontwaakt uit dromen van nachtelijk duister.

Zacht klinken zangen van vogels uit kruinen
in groene massa’s der bossen of over velden
waar sluiers van nevels in flarden aarde bedekken
en dieren naar hun dagverblijf weer gaan
langs bermen en hagen door vlaktes of struiken.

Rust kent deze dag nog in vredige ochtend
voor zonlicht aan firmament temperatuur doet stijgen
rumoer weer werelds gevuld met haasten en jagen
door afgunst en hebzucht tot waarden verheven
blijft deze ochtend Gods maagdelijke schepping vervuld.

Aarde


Aarde, wat heb je meegemaakt?
Wat is in alle eeuwen gebeurd?
Aarde, wat is het dat je raakt?
Waardoor ben zo je verscheurd?
Aarde, wat is je droefenis?
Wie heeft jou dit toch aangedaan?
Aarde, wat is je grote gemis?
Wat het leed waarvoor we nu staan?
Aarde, waarom ben je zo moe?
Welke strijd moet je nog strijden?
Aarde, waar ga je nu naar toe?
Wat moet je allemaal nog lijden?

Aarde, het is niet je einde!
Er is nog toekomst ook voor jou!
Geen duister waarin je kwijnde!
Richt je op in je Scheppers trouw!
Aarde, elke hoop gaat nog door!
Er blijft nog blijdschap gloren!
Aarde, wees niet bang en blind!
Nog steeds blijft het lied te horen,
van jouw redding, door het Kind,
bezongen door de engelenkoren!
Aarde, niemand die jou bindt
in nacht, zonder ochtendgloren!

Van bovenaf gezien


Een vogel vloog hoog langs de wolken
En zag de aarde steeds minder groen
Hij dacht hoe zal ik in een lied vertolken
Dat de mensen daar iets aan moeten doen

Steeds komen er minder insecten
Bloemen en planten worden niet bevrucht
Mens waar blijf je met je intellecten
Ben je voor ondergang niet beducht

De vogel vloog verder en verder
En overal was de ellende zo groot
Hij riep tot de grote herder
Heer, redt de aarde van gewisse dood.

Scheppingsmorgen


De aarde als het leven in mist gehuld
Bij het krieken van de vroege morgen
Vanaf de horizon door zonnestralen verguld
Nog niet bezwangerd door last of zorgen

En wolken onder blauw zilvergerand
Vormen afdruk van onze luchtkastelen
Ergens in de verte in het niets gestrand
Blijven kinderlijke fantasieën strelen

Bomen met smaragd zirkoon en diademen
Koesteren zich in warmte van de zon
In glinstering die de adem doet benemen
Een paradijs, als toen de schepping begon

Schepping of noodlot


Altijd en overal is er begin en end
Al willen wij dat nog wel ontkennen
Het is het gevoel dat het niet went
Ook ons eigen eind te erkennen

Maar weten we niet van het begin
En kunnen het eind niet bepalen
Dan zijn we stuurloos tussenin
En kan het resultaat slechts falen

Dan zijn we schepen in een storm
Willoos, zonder veilige haven
Op koers zonder enkele vaste vorm
Die zich aan noodlot overgaven.

Is er dan geen begin of end
Wie zal de ontwerper wezen
Die alle geheimen van het leven kent
En van de aarde uit niets verrezen.

Herschapen natuur


Nu de boomkruinen weer zingen
de bladeren dansen op hun maat
jonge lammeren door de weide swingen
de vlinder zijn cocon verlaat.

Leeft heel de wereld in nieuw licht
wordt alles als opnieuw geboren
zingt in mijn brein een nieuw gedicht
over alles wat mij zo kan bekoren.

Dan zie ik de wondere schepping weer,
de wereld alsof hij is herschapen,
en dank ik de goedheid van de Heer
die na de winter het leven deed ontslapen.

Ontwakende dageraad


Hoe schoon bij ‘t rijzen van de dageraad
Vormt boven ’t water een deken nevel
En fluistert zachte bries een stil geprevel
Terwijl de wereld traag ontwaken gaat.

De witte wolken in het blauw azuur
Door zon met gouden stralen omrand
Beschijnt ’t veld en bos en ’t blanke strand
Alom genot op ‘t vroege ochtenduur.

Dan hoort men in het bos en dichte riet
De zangen van het vrolijk vogelkoor
Geniet men met volle teugen van dat lied

Dan hoort men tussen alle tonen door
Verscheidenheid van zeer vele klanken
Waarmee zij al vroeg hun schepper danken.

Opnieuw geboren


In ’t ochtendschemer als de kim weer licht
Wordt weer opnieuw een dag geboren
In warme schijn van ’t ochtendgloren
Een compositie als een nieuw gedicht.

De wereld ontwaakt en opent haar ogen
In schoonheid die alle mensen wel raakt
Terwijl de vogelzang ieder vrolijk maakt
En bloemenkleuren de vreugd verhogen.

Gekleed met diamant, saffier en robijn
Ingelegd in tule met parelen bezaaid
Met goud bestrooid door stralende zonneschijn

En velden waarover een zachte adem waait
Schepping iedere dag opnieuw geboren
Waartoe heel het leven weer mag behoren.

Schepping in liefde gevat


Verlangen reikt verder dan begeren
warmte geeft zoveel meer dan vuur
geen zee die deze diepte kan bevatten
in beken vindt men water nooit zo puur.

Bergen zullen nooit tot deze hoogte stijgen
er kunnen geen dalen zijn die dieper gaan
wouden niet groener of bomen hoger zijn
geen velden begroeit met geler graan.

Wolken kunnen niet sneller zeilen
door blauwe hemelboog als wit legioen
die vredig over aarde gaan door licht
beschenen gelijk hemels visioen.

En dromend wacht ik op terugkeer
van hemels paradijs als feestelijk festoen.

Wonder der schepping


Daar waar ik de rust en stilte vind
het stil genot van de schoonheid
natuur die mij aan de schepping bindt
de zachte adem van de vrijheid.

Daar openbaart zich de verwondering
van wat onmogelijk is toch mogelijk wordt
bewijs dat alle leven in aanvaarding
met liefde en zorg wordt omgord.

Het maakt niet uit in welk seizoen
de schepping bewaakt elk leven
zal zich nooit van het wonder ontdoen
dat haar vanaf den beginne is gegeven.

Schoonheid kan geen muren hebben

morgenrood

Een rode gloed trekt langs de einder
vlammenzee van eind tot eind
zacht tekenen boven ons in vele kleuren
en vormen zeilen wolken in zacht blauw
terwijl op aarde groen verschijnt
en in waterspiegel het tafereel weerkaatst
van begin van een dag die gaat stralen.

En als de zon zijn warmte verdeelt
weerkaatst tussen groen de ochtendkleur
reflecteert de aard haar met het leven
in alle vormen van schoonheid en geur
die geen mens ooit kan hebben bedacht
en ik mijmer, hoe ben ik hier gekomen
in een paradijs tussen bloemen en bomen

geen gebouw kan……
van deze schoonheid getuigen.