Samen oplopen


Ik heb je gevraagd om samen op te lopen
zomaar een eindje door weiden en veld
praten over vandaag en gisteren of iets
wat ons morgen te wachten zal staan.

Ook jij had wel behoefte samen op te lopen
te praten over wel-en-wee over wat je zo
dagelijks beleefde over klein geluk of
misschien ook groot verdriet.

We zijn toen samen op dat bankje gaan zitten
ergens langs dat pad om even de benen te
strekken wat je als oudere af-en-toe moet doen
en we spraken af wat vaker samen op te lopen.

Na m’n pensioen


Ik hoef niet meer zo erg nodig
Te gaan in snelle passen der jeugd
Dat haasten is mij overbodig
Slechts rust en kalmte is mijn deugd

Mijn actie is een statisch voortgaan
In bewegende belangstelling
Al glijd ik ook op langzame baan
Naar nauwelijks merkbare verandering

Ik moet nu niet zoveel meer
Ik kan op voldoende ervaring bogen
En ’t kost me geen verweer
Niets te moeten, des te meer te mogen.

Werkdruk


Steeds zoekend naar concentratie
Mis ik de woorden die ik schrijven wil
Ergens moeten ze zijn verborgen
In een uithoek van mijn geheugen
Of verduisterd in mijn slijtend brein

Ik maak mij wel zorgen om ’t gemis
En vermoei mij op mijn zoektocht
Herinner mij nog mijn jonge jaren
En gemak van leven en wenden

Ach niet ’t tobben zal mij de toekomst
Vereenvoudigen noch versnellen
Met ’t heden ben ik best tevree
Met wat ik heb zal ik ’t toch moeten stellen.

Kalmer an


Als een file ’s ochtends in ’t verkeer
Komen mijn gedachten tot ontwaken
Zo duurt ’t om op stoom te geraken
En ik tot dagelijks tempo keer

Als een diesel met een traag begin
Eerst met horten en met stoten
Worden de eerste uren aangefloten
Dan storm ik de nieuwe dageraad in

Nou dat stormen kun je wel vergeten
Maar wat kalmer kan ik er ook wel komen
Ik hoef niet zo door de dag te stomen
Ik ben de zeven ook voorbij moet je weten.

Kalverliefde


Vandaag ben ik nog eens door die straat gelopen
Die straat waar ik vroeger vaak door gelopen ben
En nog steeds als gisteren ieder huisje ken
Waar ik op ontmoeting met jou liep te hopen

Ik zag het huis waar ik naar de overzijde keek
Misschien zag je mij achter je raam wel gaan
En vroeg je af waarom ik niet even bleef staan
Maar als ik jou zag raakte ik geheel van streek

Vandaag heb ik toch naar jouw huis gekeken
Ben er zelfs even voor je raam stil gaan staan
Zag er nu een vrouw, niets bij jou vergeleken

Ze keek op maar toen ben ik maar verder gegaan
Ze was een stuk ouder en had zilvergrijs haar
Jij was dus inmiddels vandaar verhuisd blijkbaar.

Degeneratie


Welke kleuren moet ik kiezen
Om te schilderen hoe ik ben
Met welke lijst me omlijsten
En welke lijnen zal ik schetsen
Zodat iedereen me herkent

Bekijk me zelf in een spiegel
In een schier geduldig glas
Zoek de hoeken van lichtval

Zie de beelden zo ze komen
In de vormen zo het komt
En hoor en zie hoe langzaam
Elke lijn en geluid verstomd.

Knagende tanden


Langzaam sluit een gordijn
en zicht op het huis verandert
er bladdert verf een deur piept
ergens moet wat hout vervangen.

Een huis blijft huis de vorm blijft
de stenen staan als muren
maar ergens scheurt een barst
en hoort men spanten schuren.

Nog fier en trots heft zich het dak
in weerstand tegen ongemak
van slopende weersomstandigheden
geeft het nog bescherming.

Maar de tand des tijds
knaagt aan tere binten
doet verf bladderen en deur piepen
en weer langzaam sluit een gordijn.

Bejaardensneeuwpret


Ik zou zo graag nog eens een sneeuwpop maken
de sneeuw heerlijk rollen tot een bal
of in sneeuwgevechten mijn vrienden raken
reken maar dat ik nog best richten zal.

Maar helaas de sneeuw blijft niet liggen
en eigenlijk ben ik daarvoor ook al te oud
ik zal iets anders moeten overwegen
uiteindelijk is die sneeuw ook verrekte koud.

Jeugdige overmoed


Ik bouwde een huis van steen
met één deur en geen ramen
een huis van enkel muren
waar niemand binnen kon gluren.

Ik bouwde een huis van hout
met kieren tussen planken
zonder meubels of bed
zelfs geen ruwe banken.

Ik bouwde een huis van glas
waar doorheen zon kon schijnen
daarvoor een zonneterras
men zei dat ’t overbodig was.

Toen heb ik een huis gebouwd
van steen, hout en glas
met ramen en met deuren
en ben toen keurig getrouwd.

In loop der dagen


En verder trekt een rij
dagen geregen tot jaren
ontsproten in nieuwe ochtendzon
uit warmte van talrijke kleuren
vormen en klanken
sierraad om schone vrouwenhals

de dagen die groeiden
in lichtend gloren als smaragden snoer
een gordel om smalle taille gedragen
zwierend in warme dans
tot gouden kroon bezegelt de uren
voor het nijgen van de avondzon.

Kalmpies an

pensioner-998544__180
Mijn tred is niet meer zoals weleer
mijn lichaam telt de jaren
en stilaan geniet ik meer van rust
soms kan ik moed niet meer vergaren
ben mij van mijn leeftijd bewust
en doen de botten mij zeer.

Ach ‘k zal nog wel jaren meegaan
helemaal versleten ben ik nog niet
ik blijf heus nog wel even bestaan
ben niet zo teer als een riet.

Iets langzameraan kom ik er ook
ik hoef me niet zo nodig te haasten
die tijd heb ik al lang gehad
ik kom er wel, desnoods als één de laatsten.