Zorgen en genieten


Een zon, een maan, een hemel zo blauw
een wereld vol bomen, planten, bloemen
schoonheid vanaf vroege morgendauw
de hele dag te veel om op te noemen.

Vogels in de lucht en dieren op het veld
in eigen soort en specifieke levenswijze
sterren aan de hemel allemaal geteld
schepselen die hun Schepper prijzen.

Mens geplaatst als rentmeester en kroon
geniet al deze wonderen op heel de aard
verzorg de schepping in al haar schoon
dat ze voor uw nageslacht blijft bewaard.

Reëel zoeken


Ik mijd diepte van duistere nacht
waar maan noch sterren schijnen
vreugd noch liefde wordt verwacht
hoop en verlangen verdwijnen
waar slechts in schaduwloosheid
de wereld leeft in egocentrisch wezen
voor hen die leven in argeloosheid
alleen het onheil valt te vrezen.

Ik zoek het licht der zonnige dag
de warmte van de zonneschijn
de vrijheid en de blijde lach
waar mensen voor elkaar er zijn
in liefde als een sociale droom
en weten waarvoor de wereld is
samenvloeiend tot één stroom
dan krijgt de schepping weer haar betekenis.

Hoe zachtkens zal ons bootje varen


De tempratuur loopt op
de ijskap smelt
‘t is heus geen mop
stemmen worden geteld
straks loopt Nederland vol
’t water wordt te hoog
de media staat bol
hoe houden we het droog.

We steken de dijken door
dan kalmeren we ’t water
en wie z’n land verloor
die zit dan met een kater
stemmen-horen op een zitting
één vierde is het eens
die heeft ook geen bezitting
is Chileens of Roemeens.

Na afloop telt men stemmen
en ondanks “kleine” minderheid
zal men de uitkomst niet remmen
men is tot onderlopen bereid
nu verder geen gedrens
zo zal ’t gaan en is besloten
en ligt de democratische grens
ergens onderin verzopen sloten.

Wonderbaar


Het licht rees aan de horizon
als vlammend kleurenspel
kondigde aan de ochtendzon
een ritueel van dagelijks bestel.

In bomen klonk het eerste lied
als lof aan Hem die alles schiep
die ieder schepsel op aarde ziet
en alles wat Hij tot leven riep.

Bloemen breken uit hun knop
en tooien met kleur het veld
geen kunstwerk kan daar tegen op
je staat als mens daarvan versteld.

Op de akkers groeit het graan
met weelderige volle aren
ziet men wuivende halmen staan
die men als voedsel kan vergaren.

Tot in de late avondgloed
het licht weer zachtjes daalt
‘t leven en de dag is goed
nu Gods zon weer volop straalt.

Heel dichtbij


Ik heb gekeken over de horizon
geluisterd tot buiten het universum
verwachtte U boven sterren
boven zon en maan.

Mijn ogen wilde ik afwenden
mijn oren sloot ik dicht
maar Uw licht straalde door alles
voor Uw stem ben ik gezwicht.

Toen ik mijn ogen opende
zag ik U rondom mij staan
Uw stem is niet van ver gekomen
maar heb ik vanbinnen vernomen.

Uw raakt mij als zachte bries
met louter mededogen
Uw arm om mijn schouder
Uw hand breekt mijn val.

Het komt goed


Terwijl wolken de hemel bedekken
schaduwen zelfs laatste licht verbergen
somber een viool speelt in c-mineur
bloemen droef verwelken
de wolf aan de horizon huilt

voel ik bij jou weer zonnewarmte
zie maan en sterren door wolken heen
hoor klanken van zilveren fluiten
en ruik de zoetste bloemengeur
hoor vogels door open vensters.

Spookjes nacht


Somber hangen wolken
zwaar en kil
en winden kolken
door straten verlaten en stil.

Huilen door kale kruinen
als lugubere muziek
van vals gestemde bazuinen
zonder klank, zonder ritmiek.

En donker zijn de nachten
zie geen sterren, zie geen maan
‘t is alsof spoken wachten
tot de klok twaalf zal slaan.

Onvoorwaardelijke blijk van liefde


Voor jou pluk ik niet
de sterren van de hemel

zo lang ben ik niet

voor jou vang ik
het maanlicht niet op

het glipt mij door de vingers

voor jou beklim ik
de Mount Everest niet

is mij véél te koud

voor jou zwem ik
de oceaan niet over

ik ben als de dood voor haaien.

Voor jou pluk ik
dit bosje rozen
en vergeet-mij-nietjes
omdat mij dat

véél eenvoudiger lijkt.

Dagen tellen


Waaraan tellen wij de dagen af
dat wij elkaar niet meer ontmoeten
of aanvaarden het als straf
zonder elk te begroeten
en kijk ik alleen in de spiegel
om jouw gezicht nog eens te zien

er zijn bijna geen dagen meer om af te tellen

maar toch tel ik steeds de dagen
als de woorden die ik droom
blijf ik hangen in de vragen
weet je niet meer waar ik woon
laat je mij die dagen onzekerheid dragen

waaraan tellen wij de dagen af?

De weg van het Hooglied


Aan het begin van die weg
heb ik eens gestaan
gewacht op mijn liefste
waarvan ik zeker wist
dat ze hier langs zou komen

op het midden van die weg
ben ik eens stil blijven staan
dacht dat ik haar zag komen
waarop ik zolang had gewacht
alleen nog van kon dromen

op het eind van die weg
heb ik nog eenmaal omgekeken
ben bedroefd doorgelopen
omdat toch wel was gebleken
dat ze voor een ander had gekozen

ik wist niet dat jij aan het begin
zolang al op mij stond te wachten
bittere tranen huilend al die nachten
zeker dacht dat ik langs zou komen
maar die weg was zo eindeloos lang.

Gewone nuchterheid


Ik heb gerijkt naar de sterren
om die te plukken voor jou
’t maanlicht wilde ik stelen
en strooien boven ons bed
ik zocht rozen zonder doornen
een hart dat nooit breken zou.

Maar toen ik je wilde vertellen
van mijn snode plannen
blozend in lyrische taal
sloeg jij je arm om mijn middel
en met lieve glimlach zei je,
Kom hier, vergeet ’t allemaal.

Luister stilte


Luister stilte, naar het ruisen van de wind
Luister naar het briesje
Dat zacht het riet golft langs de oever
En hoor het antwoord
In de lach van een kind

Luister stilte, naar de zang der vogels
Naar de blijdschap die daarin klinkt
Ver verheven boven aards kabaal
Genot dat ons dagelijks omringt
In steeds herhalend verhaal

Luister stilte, en vertel ons wat je hoort
Van de vogels, van de bomen,
Van het ruisende riet
Veroorzaakt door de stille wind
En de lach van het kind