Winterpret op oudere leeftijd


Ondanks, misschien dankzij,
het frisse winterweer
heb ik vanmorgen zingend
mijn sponde verlaten

bezong het witte satijn
wat ik door de vensters
rijkelijk aanschouwde
toen zich de vlakte
aan mijn oog ontvouwde

uit behaaglijk warme kamer
zag ik figuren zweven
over sloot en plas
warm genietend leven

en…. ik wilde dat ik
ook zo jong nog was.

Licht en licht


De mens dwaalt door de dag,
Heer, door U gegeven.
Licht dat hij genieten mag,
licht, waarin hij mag leven.
En voor ‘t slapen Heer,
als ’t licht weer vervaagt,
plaats maakt voor ‘t duister,
is ‘t of ons hart U vraagt;
“Heer, toon ons door Uw Licht,
ons weer Uw macht en luister.
Leidt ons met dat Licht,
door iedere dag en nacht,
‘t rechte pad, dat Gij ons wijst.
Ook door de moeilijkheden,
schijnt Gij met Uw Licht ons bij.
Verlicht ons onze schreden,
dat wij op dat Smalle Pad,
in Uw voetsporen treden !

Laat mij bidden ook zonder woorden


Knielend maar niet wetend
wat ik U moet vragen
om Uw grootheid en macht
niet te schenden of te schaden
in onverholen wanhoop
en angst voor duistere nacht.

Niet het duister dat benauwt
maar mijn liefdeloosheid
waardoor ik mij verstoken voel
woorden dikwijls niet kan vinden
die ik wil zenden in mijn gebed
tot U die mijn voet leidt en zet.

Geef mij dan de vrijheid Heer
slechts tot U te naderen
zonder stroom van woorden
en aanvaarden dat Uw Geest
voor mij bidt wat ik ontbeer
in navolging van Uw Zoon onze Heer.

Dante , inferno en bevrijding


Gloeiende kolen branden door mijn leden
mijn gedachten worden met vuur geblust
mijn lichaam weert elke druppel water
handen tasten gloeiend ijzer
ogen kijken in verblindend licht
en voeten dansen op rode platen
van sulfer en vloeibaar glas.


Deuren openen naar witte nevel
omgeven door helder blauw
zachte tinten pastel onder verkwikkend groen
en dauw doordrenkte grassen
weldadig masserend verschroeide huid
terwijl ogen voeden aan zacht omfloerst licht
armen strekken in zachte koele bries.

Stilte vol zang


Luister stilte, naar het ruisen van de wind
Luister naar het briesje
Dat zacht het riet golft langs de oever
En hoor het antwoord
In de lach van een kind

Luister stilte, naar de zang der vogels
Naar de blijdschap die daarin klinkt
Ver verheven boven aards kabaal
Klinkt welluidend vogelzang
Van de merel en de vink
En boven dit al de schone zang der nachtegaal

Tot m’n laatste snik! (Snik)


Ouder worden, ach zo erg is dat niet
en klachten, och ieder is er mee bekend
’t is maar net hoe je het keert of wend
zolang ik maar wat rond kan schuifelen
niet meer zo snel maar toch
de ene voet voor de ander zet

steeds m’n eigen boontjes blijven doppen
bij eigen haard in eigen huis
niet meer hoeven haasten of zweten
zolang ik mijn schaapjes op het droge houd
zal men wel moeten weten
laat ik me niet in bejaardenwoning stoppen.

Langs elkaar


Een zachte traan heeft mijn wang verdronken
na een onuitgesproken woord
in de blik die in onze ogen heeft geblonken
niet door gêne werd verstoord.

Een droeve zucht ontsnapte mijn mond
in plaats van een zoen die ik had willen geven
maar waarvoor ik geen moed meer vond
na uren met weemoed omgeven.

Het enige wat ik nog herinner is die traan
nadat jij je toen had omgekeerd
en met gebogen hoofd bent weggegaan
ongewild hadden we elkaar zo bezeerd.

Dankbare herinneringen en verwachtingen


Een lente vol bloesems en vol bloei
met jong leven overal in groene
malse weiden met tooi van kleuren
en belofte voor schone zomer.
En in dank vouwden wij de handen.

Tuinen vol bloemen in alle pracht
van kleuren en vormen om ieders
ogen te strelen en hart te verblijden
granen die rijpen tot aren zo vol.
En in dank vouwden wij de handen.

Bossen verven zich met gele, bruine
en rode bladeren en dieren zoeken
hun winterverblijf in holen of holten
in bomen of vertrekken naar zonnig zuid.
En wij danken voor alles de Here.

Tijd is gekomen dat planten verwelken
en oogst van granen en vruchten
en dieren die weer naar binnen gaan
en het veld blijft troosteloos leeg staan.
En wij vragen om nieuwe toekomst.

Zijn er bewijzen?


Wij zoeken wijsheid en wetenschap
willen weten hoe het leven is ontstaan
en zijn in menig opzicht ook heel knap
zo veel ontdekkingen hebben wij gedaan

machines die ons overal ten dienste zijn
waarmee wij onze eigen wereld bouwen
schrijven vindingen toe aan ons brein
en beveiligingen waar we op vertrouwen

maar hoe de kosmos is ontstaan
blijft voor onze logica een raadsel
geen mens heeft bij de oorsprong gestaan
kent materie van universum of uitspansel

wel beweert men kennis te bezitten
hoe het heelal ooit is ontstaan
bewijs is men nog steeds aan ’t spitten
theorieën kunnen steeds verder gaan

ik denk dat we het ware intellect kennen
niet door wetenschap of aardse waarden
maar doordat we er eens aan wennen
dat werkelijke wijsheid ligt in ’t aanvaarden.

Bedrog ontkennen


Wat brengt de mens tot waan
daden die de mensheid schaden
niet voor elkaar verantwoord staan
zichzelf als onschuld beladen.

Ontkend wordt ieder feit
van onmenselijk handelen
met ieder recht in strijd
in onwaarheid wandelen.

Bezoedeld menselijke waardigheid
als dieren trachten recht te halen
door leugen en bedrog ontwijd
zo zal eens hun leven falen.

Clown


Hij dicht sonnetten bij het leven
en is een meester zo ieder zegt
in het sneren links en rechts te geven
en doet op verzoek ook niet slecht

geen ander kan hem met woorden evenaren
de waan verbergt hij achter rode neus
vindt dat hij kan kwetsen zonder bezwaren
geen enkel compliment meent hij serieus

maar stelt zich op als echte rechtse bal
zal ooit nog eens op verzoek zichzelf
tentoonstellen in lachwekkende niemendal

hij wordt gesteund door raad van elf
die hem waarschijnlijk ooit leidt tot zijn val
maar hoe het wendt of keert hij blijft de clown zelf.

Overwinning van liefde


Eens zal er een overwinning wezen
een grote overwinning wereldwijd
dan heeft niemand nog wat te vrezen
misschien is ’t nog een kwestie van tijd.

Één macht zal alle machten verslaan
slechts één Koning zal dan nog heersen
de vijand alleen komen te staan
en uit woede zijn tanden knersen.

Dan heerst niet meer pijn en verlies
maar is ieder geborgen in vree
wordt alles versiert met bloemen en lelies
loopt ieder in blijde feeststoet mee.

Dan hoort men blijde zang en lof
en wordt genood in Heersers woning
aan het feestmaal in Zijn schone hof
Liefde is de naam van de grote Koning.

Zomaar blijven dromen


Dromen wil ik blijven
Van al het schone dat de aarde biedt
Mijn fantasieën op wolken laten drijven
Zodat ieder mens ze ziet
Ergens tussen licht en donker
Beschenen door zon of maan
Zon bij dag en ‘s nachts stergeflonker
Ver in het heelal waar sprookjes nog bestaan
Rustend in bos of veld
Wil ik daarover dromen
Horen wat de wind mij vertelt
Zacht fluisterend door ’t riet of in de bomen
En als mijn gedachten zijn weggewaaid
En ik weer langzaam tot de realiteit ga komen
Blijft de hoop dat eens die schone wereld
Als het paradijs weer terug zal komen