Onbaatzuchtige vergiffenis


Iedere keer dat ik drie maal
de haan hoor kraaien
bij het rijzen van de zon
vraag ik mij af
hoeveel keer ik U heb verraden
nog voor de dag begon.

Nooit heb ik gezegd dat ik U niet ken
maar ook niet dat ik U wil volgen
en als men het mij vraagt
reageer ik dikwijls verbolgen
dat ik niet die vrome christen ben.
Ik voel mij zo licht belaagt.

Kijkt U straks bij het eerste ochtendlicht
ook, naar dat vuur, om naar mij
doe dat dan bij het eerste hanengekraai
en vraag mij dan; “Wie ben jij?”

Vergeef mij zo U Petrus deed
met in Uw oog de droeve blik;
“Mijn kind zo dikwijls jij je van mij keert,
zo dikwijls heb Ik jou vergeven”

Pascha


Hoe heerlijk als men kan herdenken
bevrijding in feestelijk geluk
geen aandacht hoeft te schenken
aan angst door aardse druk.

Bevrijdt van dictator en overheersing
door God Zelf daar uitgeleidt
uit zware slavernij en verdrukking
als dank voor Hem een offerlam bereid.

Een stoet trekt op dit feest te vieren
te midden van hen rijdt een Man
waarvoor men de weg wil versieren
en hoopt dat Hij Israël bevrijden kan.

Geen blijheid is aan Hem te bespeuren
Hij huilt alsof Hij afscheid nam
Zijn hoofd is niet bij dit feestgebeuren
Hijzelf is het grootste Offerlam.

Als lam is Hij geslacht voor onze zonden
als lam heeft Hij Zijn mond niet opengedaan
door Zijn dood zijn wij allen ontbonden
om gereinigd voor Zijn Vaders troon te staan.

Droom en werkelijkheid


Dromen die ik altijd heb gehad
Over rust, liefde en vree
Over vriendschap en gelijkheid
Ver weg over land of over zee
Ver over de horizon
Tussen alle mensen en volken
Tussen elk ras en kleur
Elk geloof of overtuiging
Alle leven onder de wolken

Helaas het blijven dromen
Dromen van verwachting en hoop
Op rust, liefde en vree
Die nooit schijnen uit te komen
Steeds hoort men tussen volken
Over oorlogen en twist
Geweld met moord en doodslag
Vallen slachtoffers links en rechts
Wordt rust verstoord door bedrog en list

Licht over de dood (Paaskaars)


Een kleine vlam
een lichtje van een kaars
ontstoken door kinderhand

licht ontstoken als een kaars
slechts als kleine vlam
verwarmt ons koud bestaan

dat kleine licht plant voort
in diepste van ons hart
tot groter licht daar gloort

die kleine vlam
die het grote licht ontstak
toen ‘t Kind uit ’t graf verrees.