Eeuwige zang van verlangen


Eeuwig ruist de wind door de bomen
vertelt van lang vervlogen tijd
en van nieuwe toekomst dromen
aan schone verwachting en belofte gewijd.

En stil luisteren wij naar die zangen
hoe vol van vreugd de tijd zal zijn
in grenzeloos hoopvol verlangen
op tijden zonder verdriet of pijn.

En eeuwig nog ruist de wind door bomen
vertelt ook nu van lang vervlogen tijd
voor ieder die van een toekomst wil dromen
die enkel aan de liefde is gewijd.

En stil luisteren wij vol verlangen
naar het Woord dat nimmer slijt
en klinkt in duizenden gezangen
over een eeuwige vredestijd.

Vrede


Een wereld die geen rust meer kent,
geen geluk, geen vrede,
waar niemand meer zijn blikken wendt,
naar boven, in een stille bede.

Een wereld die geen tijd meer heeft,
voor rust of voor gebed,
die enkel naar meer bezitting streeft,
niet op andermans noden let.

Een wereld die steeds streeft naar macht,
naar glorie, roem, en eer,
waar men om armoe en verdrukking lacht,
ként men zelfs ‘t geluk niet meer.

Daar in zo’n wereld vol eigenbelang,
waar men enkel bouwt op macht,
daar komt de vrede enkel in gedrang,
en wordt geen leed verzacht.

Maar ééns zal men de wereld zien,
in ‘t licht van de schepping en van God,
en zal de wereld dan misschien,
zich draaien in geheel ánder lot !

Overwinning van liefde


Eens zal er een overwinning wezen
een grote overwinning wereldwijd
dan heeft niemand nog wat te vrezen
misschien is ’t nog een kwestie van tijd.

Één macht zal alle machten verslaan
slechts één Koning zal dan nog heersen
de vijand alleen komen te staan
en uit woede zijn tanden knersen.

Dan heerst niet meer pijn en verlies
maar is ieder geborgen in vree
wordt alles versiert met bloemen en lelies
loopt ieder in blijde feeststoet mee.

Dan hoort men blijde zang en lof
en wordt genood in Heersers woning
aan het feestmaal in Zijn schone hof
Liefde is de naam van de grote Koning.

Metrum van vrede


Zoek poëzie waarin mijn woorden kunnen schuilen
Klanken die waaieren over stad en veld
Als de bronzen stemmen van klokken uit een carillon
Waarvan de klepel de historie vertelt
Over streken ver in het rond

En ik wil roepen over vrede
Over vriendschap en geen geweld
Over mensen die elkaar respecteren
In een wereld waar elk leven telt

Ik blijf hopen op genoeg voor iedereen
Nergens armoede en verdrukking
Overal, zwart of wit, elk mens gelijk
Gelijk het ritme en metrum in zeer geslaagde poëzie

Pas als de mensen dat zouden accepteren
Dan hoorden we weer zang en muziek
Maar wie zal van geweld ooit vrede leren
Zo niet, dan stuit mijn zoektocht slechts op kritiek.

Mee en tegen


Sereen stil zwijgen loeiende wind
scheiding water stuivende
golven schuim koppende duin
eindloze vlakten ruisende velden.

Hoor ik je stem in zwoele warmte
boven loeiende wind bulderende golven
lach door koppende duin
eindloos ruisende velden van liefde.

Ga mee door ruisende velden
saam weerstaan loeiende wind
bulderende golven schuim
waar lach klinkt achter koppende duin.

Begin van wereldvrede


Gedoken bij de ingang
zat je daar ontheemd
je ogen schichtig bang
je was anders en vreemd

van grote schoonheid
waren je amandelogen
gevuld met droefheid
vroegen ze mededogen

verdreven uit je warme land
verstootte men jou ook hier
sta je ook nu aan de kant
voel je je als opgejaagd dier

kom geef mij je hand
en daarmee je vertrouwen
dat we eens samen een land
waar vrede heerst bouwen.

Over verre landen


Laat mijn gedachten waaien
als vogels in de wind
over bossen, rivier en bergen
naar plaatsen waar ik
nooit ben geweest.

Laat mijn droom van liefde
en vree hen vergezellen
breng hen naar een ver land
ergens over de zee
dat men daar mijn wensen leest.

Breng mij dan het antwoord
kerend met de wind weer mee
door de vogels over bossen,
rivieren en bergen
uit verre landen, ergens over zee.

Kan ik zo zijn?

Vacation in Poland – sailboat on the Niegocin lake, Masuria

Een bollend zeil voor de wind
Ergens op open zee
Zo wil ik zijn
Als schip op vaste koers waar ik vrede vind.

Als witte wolk langs blauwe lucht
Met randen door zon verguld
Zo wil ik zijn
Gedreven op zachte wind

Een warme bries wuivend door het riet
Rimpelend het spiegelvlakke water
Zo wil ik zijn
Dat hele kleine zuchtje wind

Ik ben dat bollend zeil op open zee
Die witte wolk langs blauwe lucht
Een warme bries door het riet
Op weg naar ’t land
Waar ik altijd vrede vind.

Pad van herinneringen


Lopend door het pad
van mijn herinneringen
moet ik steeds verder
tot het eind

valt mij de afstand zwaarder
en ‘t komen tot besluit
om te rusten onder bomen
vanwaar ik nog verder moet

ik wil keren naar de toekomst
waar geen herinneringen zijn
waar schreden minder wegen
en afstand slechts verkleind.