Hoop door duister


In duister zie ik lichten
stralend voor mij uit
als wenkende gestalten
die roepen hen te volgen
als mijn steun in onzekerheid

om in toekomstige tijd
mij een weg te banen
waar ik zonder vallen kan gaan
omdat ik zelf in donker
de gevaren niet zie staan

reik mij dan sterke handen
dan ben ik niet meer bang
maar kan ik dat licht volgen
naar verre toekomst
waar ik zo naar verlang.

Onzekere wandeling


Steeds zwervend alsof ik geen richting kan vinden
Langs eindeloze wegen die ik niet ken
Door dorre streken waar ik mij nooit zal kunnen binden
In een wereld vol haat en nijd waar ik ooit aan wen

Steeds zoekend naar die ene plek van rust
Waar toch ergens een weg naar toe zal leiden
En waar ik, ’t zij bewust danwel onbewust,
Mijn ziel van druk zal kunnen bevrijden

Dan is daar ’t eind van mijn zwervend bestaan
Aan alle onzekerheid een eind gekomen
Dan zal ik geen verkeerde weg meer gaan
Dan wordt mijn onrust eindelijk weggenomen.

Daar doe ik het voor


Wat belast mij toch met werk in huis en tuin
Wat houdt mij af van vrijheid mijner zinnen
Waarvoor gooi ik mijn eigen lusten in puin
Wat kan ik met deze nodeloosheid winnen

Ik aanschouw dan wel de schone bloemenpracht
En leg mij onder veilig dak te slapen
Terwijl ik gaande op mijn laatste schreden wacht
Maar vind tegen dood noch verderf enig wapen

En al peinzend in het laatste avondrood
Stil opziend naar de fonkelende sterren
Leg ik aan Hem al mijn angst en noden bloot
Die mij steeds in Zijn liefde ziet van verre

Dan is mij mijn last uit handen genomen
En kan ik deze nacht weer tot vrede komen.

Dat wat er was


Heb ik de jaren geleefd
Die zijn vergleden
Waarvan ik dagen niet meer ken
Uren doelloos zijn voorbij gegaan

Waar zijn de dagen
Dat ik trok door ’t vlakke veld
De horizon begroette

De uren van mijn jeugd
Dat ik snelde door ’t woud
Jagend op ree of hert

In enkele dagen
Verdween m’n jeugd
Door tegenslag

Ik heb het brood gegeten
En de wijn gedronken
En vervolgde mijn weg
Tot ik kwam aan de rivier.

En mij mee liet voeren
Naar de zee
Daar waar de zon weer scheen

Woestijn in mij


Beklemmend was de stilte
drukkend de warmte
brandend de zon
en eenzaam was ik
gekeerd in mijzelf
in somber gepeins verzonken

toen kwam een stem
die verstoorde mijn stilte
koelde de hitte
met een hand voor de zon
stond naast mij
en richtte mij op uit ellende

beschermende schaduw
tegen brandende pijnen
troostend verkoelende bron
wind over de vlakte
Gods adem
sprak als in het paradijs

toen het leven begon.

Ik hoef geen bewijs

Landscape of La Maddalena archipelago, Sardinia, Italy.

Nog steeds heeft niemand uitgelegd
Hoe wereld of leven is ontstaan
Er is zo veel gegist, zo veel gezegd
Maar hoe is ’t aller eerste leven ontstaan

Hoe is een wereld gevormd uit luchtledig niets
Waarin noch energie noch materie bestond
Van biologisch materiaal vond men noch iets
Waarop wetenschappelijk bewijs is gegrond

Maar de wereld bestaat ook zonder bewijs
En wij aanvaarden het leven
Zo het thans is zonder andere eis
Dan dat het ons in vrijheid is gegeven

De aarde draait elke dag door
En wij leven en sterven
En zijn er toch echt niet voor
Zonder de goedheid van de Schepper te erven.

Stroom van tijden


Al dromend zie ik dagen trekken
in lange rijen voorbij de evenaar
over vlaktes, zeeën of bergen
tot waar zij de horizon passerend
bestijgen een eindeloze hoge trap.

Bij het wijken van nachtelijk duister
zoek ik mijn droom als werkelijkheid
zie de rij van dagen zacht vervagen
naar een vriendelijk nodend licht
boven aan die trap
gaan geen poorten dicht.

Levensschip


Worstelend door woeste branding
kies ik ruimte naar wijde zee
trotserend golven en deining
soms wind tegen, dan weer mee.

Niet steeds vaart mijn schip zonder schade
maar krijgt in tegenwind dikwijls averij
meert op tijd aan, aan veilige kade
mijn navigator is steeds aan mijn zij.

Hoe verder ik de horizon nader
bereik ik rustig water, kom ik aan land
en in de verte wenkt mijn Vader
noodt mij te rusten in Zijn hand.

Er staat een boom


Er staat een boom in volle pracht,
getuigend van des Scheppers macht.
Ten hemel wuivend met zijn kroon,
ontvangend, ‘t licht van ‘s Vaders Zoon.

Er staat een bloem in schone bloei,
waar eens, Gods adem, zijn zaad heen woei.
Hij dankt de Heer, voor ‘t schone leven,
slechts uit genade hem gegeven.

Er loopt een mens, hij dankt zijn God.
En klaagt niet over ‘s levenslot.
Ontvangt slechts ‘s Heren liefde en vree.
Geniet daarvan in stille bee.

Mocht eens, de zon van ons geloof onder gaan,
en twijfel groeien aan ‘s Scheppers bestaan,
staat daar een bloem, een boom vol pracht,
getuigend, van des Scheppers macht!

Hoe ver gaat de tijd


Nu geeft de klok de tijd nog aan
Wie zal mij ooit vertellen
Wanneer mijn tijd geweest is
En of ook dan het leven door zal gaan
Of dat ‘t lot voor eeuwig is beslist
Alsof ik voor niemendal ooit heb bestaan
En elke herinnering wordt gewist

Mijn woorden verbranden met ’t papier
Waarop ik ze allemaal heb geschreven
Als straks mijn tijd is gepasseerd
Besta ik niet meer voor hen die dan nog leven
Hoewel ik zelf geloof in wat ik heb geleerd
De aardse tijd duurt slechts zo even
Maar goede gedachten zijn voor eeuwig gebleven.

Afschuiven


Ik schrijf de woorden uit mijn ziel
Waarmee ik van jongs af ben vertrouwd
Een principe die ik nooit afviel
Een overtuiging waar ik mijn leven op heb gebouwd

Het zijn niet alleen de woorden uit een boek
Die ik na ’t lezen naast mij heb neergelegd
Het is voor elk het geluk wat ik zoek
Ik blijf het trouw wat er ook wordt gezegd

En al zegt men, ik heb er nooit iets van gezien
Je hebt het werkelijke zoeken van je afgelegd
En voelt je daarom zo verlaten misschien
Maar is schuld geven aan het woord wel terecht?

Scheppings perpetuum mobiele


Zal ooit een nacht eens vallen
Waarna geen morgen aan zal breken
En de aarde zijn poorten sluit
Waardoor alle zonlicht wordt buitengesloten
Horizon en toekomst verdwijnt uit ’t zicht

Waarvoor zou dan het leven zijn geschapen
Als enkel prooi voor ellende en dood
Een schepping die voorgoed in zal slapen
Waar geen eind komt aan angst en nood
Een wereld aan een hel overgegeven

Geen schepper die Zijn schepping verloren laat
Maar vol zorg en liefde ziet
Als een Vader die aan de hemelpoort staat
En ons daar Zijn troost en genade biedt.