De weg naar Buchenwald


Vanuit alle hoeken in Europa
werden ménsen opgejaagd als vee
wisten zelf niet wat zij misdeden
maar moesten met transporten mee
te werk gesteld voor een ideaal
een ideaal dat zij niet kenden
onder het motto “Arbeit macht Frei”
waren ze slachtvee voor die benden

een weg geplaveid met bloed
van weerlozen zonder kennis
van wat hen daar te wachten stond
een weg met slechts één richting
en slavendrijvers joegen hen voort
buiten het kamp werd hun kreten gehoord
weinig kwamen er levend gebroken terug
de rest is genadeloos vermoord.

Sombere tuin


Er staan maar weinig rozen in de tuin
des-te-meer staan er stenen pilaren
tussen bloemen heesters en struiken
fris natuurlijk groen van velerlei bladeren
en hier en daar een bolchrysant
op een marmeren steen of ruwe grind
her en der langs de lemen paden.

Er staat een eenvoudige ligusterhaag
gesnoeid en smeedijzeren poorten er tussen
vergrendeld met zware kettingen
alsof niemand binnen mag en niet naar buiten
onder zwaarst struweel staan oudste zuilen
daar bloeit geen bloem hier en daar een varen
alleen in een kleine hoek staat een bosje rozen.

Die éne traan


Ik zag hem lopen trots en verwaand
zijn arrogantie niet verbergend
zijn personeel tot spoed aangemaand
in een taalgebruik, dikwijls tergend
hard als ijzer onbuigzaam als staal
onverschillig zonder mentaliteit
zijn omgang volkomen asociaal
geen goeds te melden, alles ten spijt.

Ik zag hem zitten achterin de kerk
dacht, wat heeft díé hier nu te zoeken
hij denkt alleen aan geld en zijn werk
lijkt, als men hem kent, wel vloeken
dat hij daar zat daar ergerde ik mij aan
tot men over ‘t “Dochtertje van Jaïris” las
toen pinkte hij uit zijn ooghoek een traan
en wíst ik dat hij één van mijn naasten was.

Laat maar….


Laat maar zitten
alles is anders dan je denkt
overal wordt om gelachen
of gekletst niet serieus genomen.

Voel geen pijn
maar lach om alles
en iedereen die geen goed wil weten
wat je doet, gekletst wordt er toch.

Trek je niks aan
van al die afgunst
ga je eigen gang en wees goed
in heel je laten en doen.

Laat toch zitten
ook al is alles anders dan je denkt
je werkelijke rijkdom zit binnen
als je ieder mens warmte schenkt.

Wees maar stil
je wordt echt gehoord
in al je verdriet en ellende
ziet God wat je goed doen wil.

In één nacht (kristalnacht)


Mijn voeten zullen de aarde niet beroeren
daar waar het is omgeploegd in bloed
in stilte de akker wordt tot doodsgewaad
geen vogels hun zangen laten horen
nog slechts kreten van een vers verleden
pijn doet vrezen voor toekomst in rouw

mijn ogen willen niet de vreugd en liefde
aanschouwen van het feest der jeugd
waar levens eindigden na blijde lach
maar verbitterd huilt mijn hart om lijden
zo hard zo vreselijk gevoelloos aangebracht
hoe zal de wereld ooit die nacht vergeten?

Verleden toekomst


Somber, in marmer op een rij
lange rijen zwijgen zij
wat het leven bracht
kille armoe, vergane macht

namen in goud gegroefd
herinnering, weemoed, bedroefd
bedekt in donkere aard
door hersenschimmen bewaard.

Ik sta in het licht van heden
mijn voetstappen die hun rust betreden
hoor hun droeve klacht
wat het leven hen bracht

vergetelheid uit het verleden
heeft mijn onrustig brein betreden
brengt mij droefenis
zie hier, wat de toekomst is.

Herdenken


Soms doen woorden zo pijn
die je zelf hebt geschreven
alsof je hart zover
van je lijf verwijderd is
en woorden van liefde
waaraan je jezelf
over wilde geven
verdwijnen als dauw
op onvruchtbare grond.

Ver zijn gedachten
die werden geschreven
en nooit op papier zijn gezet
maar kerven de aderen
van lever en long
slopen de zenuwen
zweven door holtes
in geheugen en brein
herinnering doet slechts pijn.

Blue gospelsonnet


Droefheid kent de wereld meer dan genoeg
door rampen, ongelukken of oorlogen
catastrofes, mensen die tegen elkaar betogen
of hun verdriet verdrinken in de kroeg

zich voortslepen met pijn in hun ogen
soms nog maar één uitweg meer zien
vluchten naar zijde door niemand voorzien
of klemmen aan strohalm in onvermogen.

Maar zon schijnt ook op droeve aarde
en zal ook weer natte gronden drogen
warmte geeft leven weer nieuwe waarde

vijanden eens naar vrienden omgebogen
kunnen slechts winnen in eigenwaarde
dan ziet men dat de hoop niet is vervlogen.

Verwoesting en dood


Uitgestorven liggen straten
af en toe ratelt een mitrailleur
hier en daar duiken soldaten
men beschuldigt elkaar van terreur.

Zoveel beloftes gaan in bloed ten onder
vertrouwen geschonden door de dood
met granaatinslagen als de donder
burgers bedreigd met hongersnood.

Uitgestorven liggen straten
een stad tot puin verwoest
mensen wanhopig omdat wij hen vergaten
en niet hielpen zo het moest.

Onbekend bekend


Ik kende hem niet van naam
al zag ik hem elke keer gaan
iedere dag hier over het fietspad
stille groet een vriendelijke lach
dan fietste hij zwijgend verder

’t is vreemd, ’t sprak haast vanzelf
en eigenlijk wist ik ook niet beter
dat rond de klok van tien, half elf
ik hem over het pad zag gaan
praktisch steeds in dezelfde outfit

gisteren keek ik vergeefs naar hem uit
ook zonder eigenlijk bij na te denken
’t is nou niet iets waar men over zeurt
maar bij het nieuws van twaalf uur
hoorde ik dat er in het dorp
een dodelijk ongeluk was gebeurd.

Abgefürt


Door het duister stampen ijzeren zolen
en af en toe wordt op deuren gebonkt
en menigeen houdt zich verscholen
bij het schreeuwen van bevelen
houdt men de adem angstig in
bij het naderen van zwaar geronk
terwijl in het spaarzaam licht van een lantaren
weerschijn van helm en banjonet blonk

“Herr Cohen?”klonk snauwend de vraag
“Mit kommen! Nein wir haben nicht der zeit
Gein abschied bitte, das komt später”
Ze dacht, over niet te lange tijd komt hij terug
en besloot op hem te wachten
en al die tijd was ze bij hem in gedachten
als de laarzen weer door de straten stampten
in die eindeloze eenzame bange nachten
hoopte ze dat ze hem terug brachten

Er was toch om hem te straffen geen rede
geen enkel excuus voor straf of gevang
hij was een vriendelijk man en hield van vrede
maar nooit is hij bij haar teruggekomen
toch werd hij gedood omdat hij Cohen heette.

Spiegelglas


Het spiegelglas heb ik gebroken en vertrapt
Het beeld zou alleen maar mens en dier doen schrikken
En wie veilig aan dit schrikbeeld is ontsnapt
Die zal geen poging doen de scherven te schikken

Geen poging tot lijmen der brokken wordt gedaan
Waar kostbaar glas der spiegel eens wordt gebroken
Daar zal geen eenheid van het geheel meer bestaan
Nog nooit is uit barsten nieuw geluk ontloken

Geen zicht geen herinnering meer voor morgen
Slechts alles wat nu nog bestaat is vandaag
De spiegel toonde enkel wat was met zorgen
En wat de toekomst brengt is nu nog de vraag

Helaas spiegelglas is niet meer te lijmen
En dikwijls ook de wil daartoe niet te rijmen.