Pessimistisch


Waarom zo zwijgend en zo somber vriend
Waar is je opgetogen opgewekte aard
De wereld is niet dolgedraaid de zon is niet verdwenen
Na iedere nacht komt weer een dag
Er is nog nooit een dag geweest
Die niet door zon is beschenen

En elke dag hoor ik weer vogels zingen in de bomen
En aan de hemelkoepel kleurt weer blauw
Witte wolkjes die in blauwe weide vrolijke springen
Langzaam verdrijft voorjaar winterse kou
Kom, het hoofd weer opgeheven
Laat je verleiden tot vrolijke lach, geniet weer van de zon

Geduld, geduld…


Eens zullen bloemen bloeien
en bomen in blad weer staan
jonge dieren in ’t veld stoeien
wij samen de paden op gaan.

Dan zal ook de zon weer stralen
met golven warmte en licht
dan zal ik niet talmen of dralen
te schrijven een kleurrijk gedicht.

Over liefde, genot in de natuur
klanken van menig vogelkoor
de heldere lucht als azuur,
maar eerst moeten we de winter door.

Titanenstrijd


Langzaam trekken velden dicht
met nevellaken waar vanaf de kim
lage rode vuur zijn schijnsel licht
en golven rood als bloed
die onthullen dat strijd is gestreden
en helios zijn nederlaag geleden

nieuwe heerser met kleurrijke banier
schildert veld en bos in vele tinten
hervormt de wereld op zijn manier
en toont bomen naakt als de titanen
dromerig wachtend op ’t keren van de tijd
met bloedend kroost nog aan hun voeten.

Tussen koning winter en lente fee


Warme tranen spoelen witte kou
stromen langs glas en smelten
onrust van mijn hart uit sloten
kabbelen over stroeve wegen
schilderen velden in aquarel
scherpen randen van de beken.

Aarde neemt de tranen op
en zal weldra in pasteltinten
als dank voorjaar ontplooien
met strelende zonnestralen
kou uit plas en sloot ontdooien
leven weer in warmte vertalen.

Seizoenverwachting


Onzichtbaar waaide het aan in de wind
in kruinen van bomen golvend door riet
ver langs de horizon in het verschiet
in vroege ochtend met de westenwind

en ik voel het onstuitbaar verlangen
te gaan langs water door bossen en veld
waar reeds het eerste teken zich meld
komend seizoen in de lucht lijkt te hangen

helaas is de temperatuur nog te laag
trekken langs de hemelboog nog wolken
‘s morgens rijst vanaf de kim de zon traag

terwijl vogels verwachting niet vertolken
met een vrolijk opgewekt ochtendlied
ofschoon men aan bomen jonge scheuten ziet.

Februari


Ik kan er niks aan doen,
ik verlang alleen naar ’t voorjaar.
Naar ’t jonge tere groen.
Jonge dieren in de wei bij elkaar.

Hier en daar gaat ’t er op lijken,
als je krokus en sneeuwklok ziet.
Dan denk je, de winter gaat wijken,
aan de temperaturen merk je ’t niet.

Steeds drijven nog te veel wolken,
voor de schaarse momenten zon.
Slechts in gedicht kan ik vertolken,
hoe graag ik wilde dat de lente begon.

Toch kan ik best nog even wachten
en mij vermaken met de eerste bloem,
zoals de krokussen teder lachten,
om het allereerste bijengezoem.

Maar helaas is de lente er nog niet.
Eerst komen nog de buien in maart
en al komt de lentezon in verschiet
toch roert maart z’n winterse staart.

Depressief wil ik er niet om wezen,
bij de kachel vermaak ik me best.
Heb ik ook de tijd om eens te lezen.
Als de zon schijnt doe ik wel de rest.

Laat herfstbos


Bomen zijn ontbladerd
door wind weer en storm
decoratief steken kale takken
tegen wolkenkunst en vorm
bladeren op grond verspreid
geven aanzien van stilleven
tussen zwijgende reuzen in ‘t woud
speelt zachte bries met twijgen

rust van gedempte geluiden
door een deken van stervend blad
zo nu en dan zonnestralen
in bundels nevelige schijn
hier hoor je de stilte en vrede
in schone schepping en natuur
de stille zwijgende hartklop
van aards paradijs zuiver en puur.

Seizoensveranderingen


Zacht ruisen de golven
bij eb en vloed
langs thans verlaten stranden
waar slechts enkele wandelaar
nog toeft om rust te zoeken
en te genieten van spiegeling
op deining tot aan de horizon

achter stervende duinen
gaan velden slapen
na inspanning van groei en oogst
de wereld legt voldaan ter ruste
voorbereidt op nieuw seizoen
langzaam reizen nu de golven
glinstering wordt donkergroen.

St. Hubertusdag


Je herbergt nog dagen zonneschijn
Met uren warmte als in zomertijd
Rijp je nog de druiven voor de wijn
Schildert ’t seizoen in veel kleurigheid

En wij, die de kou zien naderen,
Blijven van je schoonheid dromen
Van je wonderlijk schone bladeren
Die kleuren de kruinen der bomen

Je geuren vullen paden der bossen
Het blad bedekt de vochtige grond
Stammen bedekt met lagen mossen
Vallende bladeren zwieren in ’t rond

Stilte valt over nevelige heide
En in verre bos burlt een bronstig hert
Allemaal kenmerken voor dit jaargetijde
Het seizoen van de Heilige Hubert.

Herfstfee


Mijn hart klopt in ‘t ritme van hoopvol licht
na een dag van zwijmelende dromen
over jou als stralende godin
meer voelend dan horen je komen
geeft dat een koude dag weer zin

in zilveren glans als golven
die deinend door je haren gaan
onder vele kleuren je lichaam bedolven
zie ik je als een hinde voor me staan

reeds hoor ik het klaaglijk huilen
tussen de kalende takken der bomen
op het laatst gesmoord in stille traan

Herfststramien


Ik wil de wind horen door kruinen van bomen
veelkleurige bladeren in de herfst zien
waarin vele visioenen tot me komen
als een wisselend getijdenstramien.

De hemel bedekt met wolken bovendien
met wonderschone azuren blauwe plekken
en steeds weer andere beelden zijn te zien
zo de lucht niet in zijn geheel gaat betrekken.

In ieder veld en bos valt veel te ontdekken
iets wat velen zo dikwijls dreigt te ontgaan
maar toch menig interesse weet te trekken
zodra wij voor die schoonheid openstaan.

En tussen de bomen valt het stervend blad,
omhult de donkere aard als gouden mat.

Terugblik


Nu bloemen niet meer bloeien
wind takken van bomen rukt
bladeren ter aarde vallen
koude de natuur beheerst
overvalt mij stil verlangen
bij gedachten aan jou.

Als kleuren van dit jaargetij
door stormen verwaaien
bomen en struiken glanzen
van regen onder flauwe zon
draagt mijn hart nog warmte
van lente die als roman begon.