Mijn plek


Laat mij genieten van avondstilte
van nachtelijke hemel met sterren bezaaid
zilveren nevel over velden
beschenen door het licht der maan
silhouetten van boerderijen
die daarboven als schimmen staan

Laat mij genieten maagdelijke rust
wijl in verte klokken beieren
de zon aan de kim zijn laatste banen trekt
ver weg ’t ratelen van een trein
lucht bezwangerd met lentegeuren
alleen hier kan ik gelukkig zijn.

Mogelijk winter


Winter, misschien een koude tijd
En de bomen dragen kale kruinen
Steeds minder leven in het veld
Maar de vlakte zo sereen zo helder

De horizon één rechte lijn
En van de vogels alleen nog een V ganzen
Luid gakkend hoog in de lucht
Trekkend richting het zuiden

Toch is rondom huis
Nog een hele schare van het kleine spul
Bedelend, ruziënd en zoekend naar zaden
Zich te goed doend aan olienootjes

Ondanks ontberingen,
Verlang ik toch weer naar winter
Die ook zijn eigen charme heeft
Over velden en in bossen

Winterlied


Kom mijn vriend leef
het leven zo het is
er is niet alleen treurnis
veel meer ook dan gemis

hoor in de lente de vogels
zingen in het jonge groen
zie de aan tere enten
de bladknoppen botten

denk aan rozen in tuinen
zomers vullend met geuren
hoor het lied der nachtegaal
zie de vele mooie kleuren

in de herfst zoele wind
geurend vanaf de duinen
brengt frisse zeelucht aan
laten we naar buiten gaan.

Kom en leef
leven zo het is
nu geen treurnis
niet meer gemis.

Veelvuldig herfst


Ik geniet van de vele kleuren
’t Is weer herfst in het bos
En rottend blad geeft typische geuren
Evenals de paddenstoelen in het mos

Bladeren warrelen als sneeuwbui neer
Bedekken met kleurrijke lopers de paden
Eekhoorns scharrelen druk heen en weer
Om hun voorraden weer aan te laden

Ergens burrelt een bronstig hert
Roept zijn roedel samen te komen
Dit roept herinnering op aan st. Hubert
En wakkert mijmering aan vol herfstdromen

Toch bekruipt mij ondanks al dit schoon
Een vlaag van melancholie en droefheid
Elk seizoen, ’t lijkt allemaal zo gewoon
Maar de herfsttijd beaamt ‘t eind der strijd

Vergelijk de herfst


Zacht hoor ik een bries door wonderschone kleuren
in eenparige samenzang van den en eik
haast word ik bedwelmd door de frisse herfstgeuren
en overal een bont tapijt waar ik ook kijk

alsof de natuur nog eenmaal feest wil vieren
trekt zij nu haar kleurrijke feestkleding aan
wil zich met het vele pracht en praal sieren
toont de rede van seizoenen in haar bestaan

zongen vroeg in het voorjaar vogels luid van toon
nu heerst stilte en zachte kwinkslag van een mees
bijgestaan door triller van roodborst zacht en hees

licht melancholisch bedenk ik dat al dit schoon
een teken is van het vergankelijk leven
want ondanks lengte van tijd duurt dat maar even.

Winternamiddag


De dag voorbij en duister valt
in mijn brein ontsteekt het licht
van woorden poëtisch uitgestald
die zoeken ritme van gedicht

en voor het buiten donker is
werp ik mistroostig nog een blik
over veld waar ik ‘t zonlicht mis
overvalt weemoed mij een ogenblik

herinner kleur in zomergloed
roep van vogels in de wei
vee door ‘t groene gras gevoed
dat alles komt pas terug in mei.

Winternachten


In zachte sluimering van winternachten
diep dromend over lente en van zomer
de jaargetijden van het hoop’loos smachten
naar dagen van genot als zonnedromer

En horen reeds in onze fantasieën
heerlijk zang der vogels in hoge bomen
genietend deze schone melodieën
hopend op dagen dat die tijden komen.

En rijpe granen wuivend op de akker
het grazend vee bevolkt de groene weiden.
Met verbijstering worden wij dan wakker
daar de dromen met werkelijkheid strijden.

Wij hebben gedroomd van de schone dagen
om kou en wintertijden moedig te dragen.

Natuurlijk sterven en herstel


Nog niet vallen de bladeren
geen droefenis bevangt mijn hart
slechts kleuren willen tonen
naderende zonsondergang.

Al worden dagen korter
iedere morgen rijst weer ’t licht
komt schoonheid van leven
over de einder in het zicht.

Ook al zijn de middagen koeler
schijnt de zon niet meer zo fel
blijft toch ’t geluk nog schijnen
gaan meer zorgen verdwijnen.

Over enige tijd gaan bladeren vallen
zijn hun kleuren wonderbaar
sterft toch de natuur een beetje
in weemoed sterven ook wij iets mee.

En jaar op jaar zien wij het wonder
van een natuur die steeds herleeft.

Kleurige herinneringen


Langzaam zie ik kleuren leven
naar een nieuwe jaargetij
een eenzame vlinder
fladdert nog in mijn tuin
snoept nog de laatste nectar
uit de laatste hemelsleutel.

Een roos staat nog in bloei
en hier en daar herinnert
een gele plant nog aan zomer
tijden gaan door en seizoenen
volgen in gestaag tempo op
in jaarlijks wederkeren.

Het stervend groen kleurt
koortsig rood en geel
voordat bladeren ter aarde vleien.
De herinnering neem ik mee
van de laatste bloemen
zodat in mijn hart altijd lente
en zomer zal blijven.

Winterpret op oudere leeftijd


Ondanks, misschien dankzij,
het frisse winterweer
heb ik vanmorgen zingend
mijn sponde verlaten

bezong het witte satijn
wat ik door de vensters
rijkelijk aanschouwde
toen zich de vlakte
aan mijn oog ontvouwde

uit behaaglijk warme kamer
zag ik figuren zweven
over sloot en plas
warm genietend leven

en…. ik wilde dat ik
ook zo jong nog was.

Vrolijke wind


De wind fluistert mij vanmorgen toe
kom buiten zie hoe ik met bladeren speel
laat draaien en wenden om hun stelen
afruk en in sierlijk dwarrelen
in spiraal door het luchtruim slinger.

De wind roept, kom er toch bij
dat ik door je haren kan strelen
ik blaas je hoofd van zorgen vrij
en ontstop je dichte longen
laat bladeren om je hoofd cirkelen.

De wind loeit, ik blaas blad van bomen
en laat ze dwarrelen over straten
takken blijven ontbladerd achter
als ik zo de herfst heb gezien
ga ik weer vrolijk fluitend verder.

Herfstcompositie


Mijn gedachten zweven
als herfstbladeren in de wind
kleuren mijn woorden
in zwierige maat
tollen en draaien
met klankrijke akkoorden
van storm tot zachte bries

Een compositie die dagen
vult met leven en warmte
een fuga zwellend in toon
afrollend naar cantate
geïmproviseerd door sonate
en weer terug naar rust
van het zwevend herfstblad.

’t Kan niet op


Tussen kleurrijke bladeren
In nevelige herfstbos
Zoek ik wilde en tamme kastanje,
Beukennoot en eikel
Voedsel voor varken en kippen
Dennenappels voor in de haard
En voor in de kerstboom
Worden de mooiste bewaard

Geniet ondertussen
Van koele herfstige tinteling
Door bries tussen bomen
Kwinkslagen van vinken
Niet zover van mij vandaan
’t Dartelen van lampreien
En zie tot mijn genoegen
Tussen sparren een hinde staan