Opmerkzaam wezen


Luister naar stilte op de velden
luister naar ruisen in het bos
naar kabbelend water in de stomen
ritselen van wuivend riet

hoor wat de stilte heeft te vertellen
de stem die fluistert in de bomen
kabbelende beken zacht ontvouwen
waarvan wuivend riet wil dromen

zie de zon dit al beschijnen
en verwarmen met haar gloed
laat dit niet allemaal verdwijnen
wat bij de schepping was zo ‘t moet.

Schepping nu


De groene kleuren in de velden
ruisend blad der hoge bomen
kleurenzee van bloemenpracht
zonnewarmte om tot rust te komen

maan en sterren in de nacht
bergen zeeën rivieren meren
een kind dat blij naar het leven lacht
om alle wonderen te zien en leren

wat zal dan heel het leven anders zijn
dan de schepping iedere dag
’t zij bewolkt of bij zonneschijn
waarin ik mij steeds verwonderen mag

zo is dan in ieder klein stukje leven
dat ene sprankje goddelijkheid
vanaf de schepping ons gegeven
ook in mij aan die ene God gewijd.

Schepping of evolutie ?


Ik kan niet geloven
Dat uit ’t pure niets het leven kwam
Op een steenklomp ergens in de ruimte
’t Eerst leven spontaan een vorm aannam
Dat zich vormde tot dier of plant
Laat staan een mens met intelligent verstand

Ontkennen wij een schepping
Zonder enig bewijs
Of levensleiding van boven
Zijn wij toch doelloos op reis
Verdwijnen wij in het niets
Wat wij zelf hebben geschapen.

Muze der dageraad


Voor altijd zal het schoon gedicht u bezingen
Bekoren uw gevoel, uw zinnen, hart en oren
Met warmte van zang en elan u omringen
En klanken ’s morgens van vele vogelkoren

Uw schoonheid geeft fantasie en inspiratie
Tot schrijven van menig proza, ode of sonnet
Uw aanzien geeft elke dichter adoratie
Voor u wordt zo menig woord op papier gezet

Uw schoonheid is met geen pen te beschrijven
Uw hoofd met diamant smaragd en zirkoon getooid
In elk seizoen zult u de aller schoonste blijven
Wat er ook gebeurt geëvenaard wordt u nooit

De ganse wereld bezingt u in het prilste licht
Uw hele wezen is voor ons het schoonst gedicht.

Restanten


Nederzetting in Zimbabwe

Steeds weer zal je oog het licht
vragen na een zware wake
in duister van een lange nacht
afwezigheid van liefde

je adem steunt om morgenlucht
vraagt ruimte te ontplooien
in bewegingen en vrijheid
dragend vleugels van een adelaar

en in de palm van je hand
draag je sporen van het leed
van al wat jou is aangedaan
maar wie herinnert betere tijd.

De schepper


Het daag’lijks eten dat mij spijst en voedt
het is gegoten uit het beeld van jou
het vult mijn lichaam met een warme gloed
als zonneschijn in vroege ochtenddauw.

Je lach als paar’len over ’t veld gestrooid
je oogopslag gelijk de hemelboog
mijn schone zanggodin met goud getooid
voor jou vormt de natuur een ereboog.

Jij muze die het leven roept en wekt
uit dorre tijd opnieuw weer doet ontwaken
met kleur en geur de aandacht steeds weer trekt
een ieders oog en hart moet jij toch raken.

Jou wezen ligt zo diep in je aard verborgen,
voor heel de schepping wil je steeds weer zorgen.

Aards paradijs


Een zachte bries streelde deze morgen
door het jonge lentegroen der bomen
hield belofte voor deze dag verborgen
hoop dat vele dromen uit zouden komen

ruisend zongen jonge bladeren een lied
een lied als groetend het ochtendgloren
en stil verrijst de zon in het verschiet
een hoopvolle nieuwe dag is geboren

in kruinen met het tere jonge groen
laat ook menig vogelzang zich horen
en toveren de wereld als een visioen
een aards paradijs met engelenkoren.

Dankbare herinnering en verwachtingen


Een lente vol bloesems en vol bloei
met jong leven overal in groene
malse weiden met tooi van kleuren
en belofte voor schone zomer.
En in dank vouwden wij de handen.

Tuinen vol bloemen in alle pracht
van kleuren en vormen om ieders
ogen te strelen en hart te verblijden
granen die rijpen tot aren zo vol.
En in dank vouwden wij de handen.

Bossen verven zich met gele, bruine
en rode bladeren en dieren zoeken
hun winterverblijf in holen of holten
in bomen of vertrekken naar zonnig zuid.
En wij danken voor alles de Here.

Tijd is gekomen dat planten verwelken
en oogst van granen en vruchten
en dieren die weer naar binnen gaan
en het veld blijft troosteloos leeg staan.
En wij vragen om nieuwe toekomst.

Ochtenddank der natuur


Rijzend schoon van ochtendzon aan verre kim
waar boven water een deken vormt van nevel
boven wuivend riet wilgenkruinen als een schim
in lichte bries fluisteren een zacht geprevel.

Witte wolken zweven in het blauw azuur
omringd met zonnestralen als gouden randen
een rijk decor in het vroege ochtenduur
hoop op zonnige zomerdag voorhanden.

Zacht begint het vogelkoor in bos en riet
in veel verschillende tonen en klanken
kan men in alle rust genieten van het lied
waarmee zij al vroeg de schepper danken.

Klein-groot


Zolang geen veld te vlak voor mij is
zal ik geen steden missen
het gras zo groen de horizon wijd
lucht zuiver onder wolken
waar aan het einde van het zicht
nevels de bossen kleuren.

Vrijheid als een immens gevoel
bezegeld door natuur en ruimte
gezond genot van pure lucht
waarnemen wat de schepper schonk
minder als nietig stofje in de kosmos
en tóch…., zo’n grote taak gekregen.