Beschermng door Uw Geest


Als weer de dag ontwaakt,
de nieuwe morgen licht
eerste zonlicht ons raakt
knielen wij voor Uw aangezicht
en danken U thans uitgerust
voor Uw bescherming deze nacht
dat U ons weer hebt toegerust
nu de dagelijkse taak ons wacht.

U die over het leven waakt
de wereld altijd wil besturen,
met Uw Geest ons weer raakt,
die U met Pinksteren wilde sturen,
zo blijft U ons steeds nabij
alsof U nog op deze aarde bent,
beschermt voor vreemde heerschappij
met liefde in Uw heilige tent.

Duistere stilte en sprekend vuur


Duister valt en ik verdwijn in ’t niets
Geen hand voor ogen, in donker
Is geen schaduw te zien
En in de stilte
Klinkt geen stem.

Duister valt als schaduw van de dag
Elke lichtschijn schijnt overwonnen
Keert ooit de morgenstond terug
Als glorieus overwinnaar van de nacht

Maar zie het licht spreekt als met vuur
Met duizenden warme tongen
Zelfs in het donkerste uur
Vanuit de Geest ontsprongen
Een woord van eeuwige duur.

Werk van de Geest


Als zachte bries door kruinen der bomen
En warme tongen van onblusbaar vuur
Bent U tot de mens op aarde gekomen
Geleidt hem van geboorte tot stervensuur.

U geeft hem de gave van ’t zien en horen
De blijdschap en daag’lijkse verwondering
Van bloemenpracht tot zang der vogelkoren
Zo U ooit schiep zonder uitzondering.

O Heilig vuur doe onze harten kloppen
Gedreven door Hem die U gezonden heeft
Dat wij niet onze oren toe zullen stoppen
Maar erkennen dat Hij is opgestaan en leeft.

Laat ons dan telkens weer om vrede bidden
Om die reden kwam U toch in ons midden.

De weg naar Kapernaüm


Nog ben ik niet aan ’t eind
Aan ’t eind van die lange weg
Die weg die leidt naar Emmaüs
Door brandende zon en stof
Verbitterd door schrijnend leed
Verlaten door een wrekend God
Een vraag waar ik geen weg mee weet
Laat Hij Zijn Zoon over aan aards lot?

Een stem die mij ten diepste roert
En raakt in innerlijke strijd
Wijst mij de weg die naar Kapernaüm voert
Waarheen Hij ons voor zou gaan
Zo, volg dan nu de weg tot Emmaüs
Wellicht komt u ook eens in Kapernaüm aan
En vertel dan aan Zijn broeders daar
De Heer is werkelijk opgestaan!

Fakkelvuur


Er is een fakkel ontstoken
Verlicht het duister op aard
Heeft angst en twijfel gebroken
De hoop en liefde bewaard

Nu gaat dat licht over de aarde
Verwarmt een ieders hart
Dat Zijn gena aanvaarde
Die de dood heeft getart

Hij draagt het vuur van het geloof
En elk mens die Hem nooit griefde
Maar bij Hem aan de maaltijd schoof
Schenkt Hij de kracht der liefde.

Er is een fakkel ontstoken
Met zacht en helder licht
Hij heeft de duisternis doorbroken
Op aard weer vrede gesticht

Zeg het over de wereld


Woorden schieten mij tekort
als ik denk aan Uw liefde
de gaven die U zo veel stort
ondanks dat ik U griefde

steeds schenkt U mij vergeving
noemt mij Uw oprechte kind
terwijl ikzelf in mijn beleving
geen rechtschapenheid vind

toch voel ik steeds Uw streling
roep te horen naar Uw woord
overal in Uw grote schepping
en U maant mij; “Zeg het voort!”

De duif

vredesduif met lauertak
Vlieg uit, teken van vrede.
Vlieg uit, over de aarde.
Breng, bij terugkomst, mede,
de olijftak, vrede die je vergaarde.

Vlieg uit, vogel van hoop.
Vlieg, naar de toppen van de bomen.
Vlieg uit, teken van doop,
wil als liefde van God tot ons komen.

Vlieg, vogel der Geest.
Verbreidt op aarde je vrede.
Medicijn, dat harten geneest,
breng rust in onze rede.

O, kom tot ons jij vogel,
met in je snavel dat blad.
Dat wij mogen ontvangen,
de vrede, die jij bezat.

Een stem door leeg gewelf

Ik waande mij eenzaam, opgesloten in mijzelf,
niemand om mijn gedachten te delen
de wereld om mij heen was een leeg gewelf
geen mens om mijn diepste wonden te helen.

Mijn hart was leeg en koud
geen zonnestraal om het te warmen
elke hoop op mensen leek klatergoud
niemand sloot mij in de armen.

Maar plots een enkel woord,
zomaar ergens opgevangen
maar als van warme bron gehoord
versterkte mijn verlangen.

Ik ben op zoek gegaan naar die bron
van louter warmte en leven,
vond, in het licht van de eeuwige Zon,
liefde en barmhartigheid rijkelijk gegeven.