Bevrijd


We lopen als verdwaasden op aarde.
Zien niet links en zien niet rechts.
Als een blinde die in het niets staarde.
zien geen zegeningen, enkel slechts.

We begrijpen niet elkaars overtuiging.
Willen elkaars geluk zo vaak niet zien.
Verguizen elkaars opvatting en mening.
Verstoten elkaar steeds weer bovendien.

Nee, we zullen voor elkaar nooit wezen.
Verwacht dat nu echt nooit van elkaar.
Maar, zolang wij elkander zo vrezen,
zijn wij alleen voor onszelf een gevaar.

Dus zitten wij hier op aarde gebonden.
Zullen wij hier nooit van last zijn bevrijd.
Zullen wij klagen over builen en wonden,
over werk dat in onze handen niet gedijt.

Er is een smal pad om te ontsnappen,
aan aardse zorgen en pijn en verdriet.
Dat pad is niets om snel over te stappen.
Echt gemakkelijk begaanbaar is ’t niet.

Dat pad loopt over een schedelberg.
Dat is een heuvel, de heuvel Golgotha.
Aan diens voet voel ik mij een dwerg,
als ik daar bij die kruisplaats sta.

Hier heeft mijn heiland moeten lijden.
Hij is dat pad voor mij uit gegaan.
Hij heeft dat gedaan voor mijn bevrijden.
Daarom kan ik hier nu dankbaar staan.

Diepste gebed


Zoveel gebeden stijgen omhoog
vertolken onze noden en lasten
worden gehoord boven de hemeltoog
zijn gericht om ons te ontlasten.

Vele vragen waarvan God denkt
dat wij beter Zijn heil kunnen vragen
en ons daarom geen antwoord schenkt,
niet dat wijzelf lasten moeten dragen.

Het volmaakte gebed is ons geleerd
toen Zijn Zoon was hier op aarde
daarin wordt Hij zo behoord geëerd
en houdt Hij ook ons in onze waarde.

Toch klonk er ooit nog één gebed
daar van dat kruis op Golgotha toen
daardoor is elke zondaar thans gered
“Vergeef hen, zij weten niet wat zij doen”

Drie kruisen op Golgotha


Drie kruisen staan op Golgotha
een kruis waaraan een zondaar hing
die geen genade voor zijn dood ontving
vergeving vragen was zijn eer te na.

Drie kruisen staan op Golgotha.
Aan een daarvan hing een mens
vergeving was zijn vurige wens
Jezus zag en zei; “Je komt waarheen Ik ga”.

Drie kruisen staan op Golgotha
verkondigen schuld en gena.
Een kruis waaraan onze zonden zijn vergeven
door Hem door wiens dood wij mogen leven.

Eeuwig leven uit het graf


Heel Zijn leven vol van liefde en genade
nodend, alle mensen in Zijn Vaders huis
zich af te wenden van verdriet en ‘t kwade
is Hij gemarteld, gestorven aan het kruis

Zijn vrienden hebben hem in ’t graf gedragen
dat afgesloten met een grote zware steen.
Zodat niemand zich in de buurt zou wagen
zetten de Romeinen wachten er omheen

Maar in vroege ochtend van de derde dag
was de steen verwijderd van de spelonk
daar scheen ‘t Licht als bevrijdende lach
het eeuwig leven wat ons tegen blonk.

Nu durf ik door de dood te gaan


Hoe angstig is het menslijk hart
voor pijn en lijden in het leven
vreest voor noodlot en smart
als geen zekerheid wordt gegeven
dat alles zijn bestemming vindt
in handen van Hem die bestuurd
op aarde kwam als kwetsbaar kind
en dood voor ons heeft verduurd.

Hij die de mensen sprak van God
als Zijn Vader die Hem voor ons zond
en zondigde tegen geen enkel gebod
waardoor Hij eeuwige genade vond
terechtgesteld door ons op Golgotha
alleen omdat Hij ons de zonden wees
vertelde van de vergeving uit gena
om te komen tot Zijn Vader zonder vrees.

Zijn lichaam schonk Hij in wijn en brood,
toen Hij voor ons terecht moest staan
klaagde Hij ons niet aan in Zijn nood
in tegendeel neemt Hij ons in genade aan
aan het kruis vergaf Hij ons alle straf
ten derde dage is hij weer opgestaan
versloeg voor ons de vijand en het graf
nú durf ik met Hem door dood te gaan.

Hoe zwaar is de balk die U moet dragen?


Hoe zwaar is de balk die U moet dragen
de lasten die wij legden op Uw rug
en U gaat die zware weg zonder klagen
voor U is het de weg naar huis terug.

Toch hebt U nog een lange weg te gaan
een weg vol beschimping, pijn en lijden
en niemand die U daarin bij kan staan
U moet alleen tegen pijn en vijand strijden.

Niemand heeft van U een klacht vernomen
weinigen waren er die zagen Uw verdriet
en niemand is uit zichzelf te hulp gekomen
toen onder ’t kruis U de kracht verliet.

Wie heeft toen die woorden van U verstaan
die U sprak daar op Golgotha aan ’t kruis
U riep toch zo smachtend Uw Vader aan
“O Vader, zo U wil, haal mij thans naar Huis”.

Maar U droeg die balk nog vol zonde en schuld
moest eerst de satan in de hel daarmee verslaan
niet eerder had U Uw hemelse taak vervuld
zou U als onze Voorspraak naar Uw Vader gaan

Het allergrootste Kruisleed


Zo vele angsten en verlatenheid,
heeft Christus voor ons gedragen.
Alleen voor onze ziel en zaligheid,
daar wij niet om vergeving vragen.

Hij doorstond kruis, hel en graf,
werd gemarteld, gepijnigd en bespot,
droeg voor heel de mensheid straf
en vergaf ons dit als Zoon van God.

Deze liefde kunnen wij niet bevatten.
Het zwijgend dragen van dit leed.
Maar wij kunnen ook nooit inschatten,
wat Hem werkelijk zo veel pijn deed.

Jezus was de Zoon des Allerhoogste.
Jezus was de enige Zoon van God.
Toen men Hem aan ‘t kruis verhoogde,
dacht niemand aan zijn eigen lot.

Jezus, in de Drie-eenheid onze Heer,
kende als Alwetende des mensen ziel,
wist dat niemand zou houden aan Zijn leer,
dat elke keer de mens Hem weer afviel.

Daarmee doen wij Hem het meeste pijn.
Nog meer dan door Zijn dood aan ‘t kruis,
waarna wij Hem nog niet dankbaar zijn
en brengen onszelf steeds verder van huis.

Als Jezus gedenkt wat Hij voor ons deed,
dat Hij der wereld zonden heeft gedragen,
dat Hij zelfs voor ons tegen satan streed,
mag Hij niet een beetje dankbaarheid vragen?

Veertig


Veertig eeuwen was de Messias reeds beloofd
wist God dat wij in zware nood
niet langer meer Zijn belofte hadden geloofd
door vele zonden veroordeeld waren tot de dood

Veertig, het getal van Gods volmaaktheid
de jaren dat Zijn volk trok door de woestijn
na het vertrek uit Egypte naar nieuwe vrijheid
ook als hun straf diende dat veertig zijn.

Veertig dagen trok ook Jezus na Zijn doop
door satan op de proef gesteld
gaf ook toen de duivel geen enkele hoop
ook al had die Hem tot uiterst toe gekweld.

Veertig dagen liep Jezus nog op aarde rond
voordat Hij ten hemel op zou varen
nadat Hij uit het graf opstond
om ons voor eeuwige dood te bewaren.

Iskariot


Zo graag had ik gelopen daar naast Judas
gepraat met hem over Romeinen en politiek
en over zijn grote Meester die mensen genas
wat volgens hem oplossing was in zijn optiek.

Zo graag had ik gesproken met Judas
over zijn vele zorgen voor zijn volk en land
om te begrijpen wat voor mens hij echt was
waarom hij zo aan zijn vrijheid was verpand.

Zo graag had ik aangelegen naast Judas
om diep in zijn ogen zijn verdriet te zien
dat zijn Meester niet die machtige Koning was
die het volk Israël zou verlossen misschien.

Zo graag was ik met Judas mee gegaan
had met hem gesproken en bij de hand gevat
om hem te smeken niet verder te gaan
gezegd; “Judas, wat je ook doet, doe niet dat!”.

Ik geloof niet dat Judas naar mij had geluisterd
misschien was ik wél met hem mee gegaan
wie-weet had hij mij in het oor gefluisterd
ook niet meer verder met die Rabbi mee te gaan.

Nooit zullen wij weten wat Judas heeft bezield
maar laten wij ons nooit beter dan hem prijzen
ook niet als u vandaag nog voor God knielt
hoe ver u van Judas staat kan alleen God bewijzen.

Kind, Man en God


Dat kind eens geboren in Bethlehems stal
waarbij de engelen hebben gezongen
profeten getuigden dat Hij de wereld redden zal
eeuwen later door ons met lof bezongen.

Nu is Hij als Man van smarten en martelaar
veroordeeld zonder schuld met hoon beladen
staat als misdadiger voor Zijn rechters daar
is om ons van de dood te redden verraden.

Geen woord of klacht komt uit Zijn mond
men wéét de reden toch van Zijn daden
dat Zijn Vader die Hem naar de aarde zond
Hem zal steunen op al Zijn zware paden.

Veroordeeld is Hij al wist men niet waarom
door leugen en door valse getuigenis
maar wat ook werd gezegd Hij hield Zich stom
omdat alles door de profeten verkondigd is.

Men leidde Hem weg, dat onschuldig Kind
die weg buiten Jeruzalem, Zijn stad
Hij bad voor hen, als waren ze blind
omdat Hij hen altijd zo lief heeft gehad.

Nú zingen de engelen verheugd voor Hem
en getuigen ook op aarde weer vele tongen
van dat onschuldig Kind geboren in Bethlehem
door Wiens liefde wíj de dood zijn ontsprongen.

Hoop door ’t lege graf

Gesloten is ons graf met aard of steen
symbolisch eind van ’t aardse leven
in duisternis gehuld eenzaam, alleen,
zoals wij waren, in de dood gebleven.

Zie nu het lege, open graf vol licht
dat met een straal van hoop omhult de mens
vergeving in genade heeftt verricht
door liefde met ontferming zo intens.

’t Geopend graf heeft ‘t kwade overwonnen,
geeft zekerheid, ‘t aardse graf blijft dicht
ons lichaam door de satan hier geronnen
zal sterven maar de ziel zal stijgen in ’t licht.

Zo sluit met aarde ‘t graf, toch blijft het open
door ‘t lege graf mag ieder mens nog hopen.

Aan de voet van het kruis

In dank te staan waar ’t kruishout stond
Gedenkend Hem die voor ons stierf
Op Gods vervloekte aard en grond
Die hier een plek voor ons verwierf.

Vervloekt, het kruis door U gedragen,
De geest die om uw lijden lacht,
De mens die Uw gena niet vragen,
Of Uw liefde schroom’lijk veracht.

Ik hoor nog de woorden die U sprak
Hoe U de beulen hebt vergeven
Nog voor Uw oog aan ’t kruis brak
Uw sterven gaf ons ‘t eeuwig leven.

Nu vloeit niet meer ’t onschuldig bloed
U hebt voor ons schuld en zonde geboet.

Helder licht uit het graf


Ik dacht te zien het diepste duister
in holte van ‘t geopend graf
omdat de dood in alle luister
geen enkel lichtpunt toegang gaf.

Hij had ’t graf zelf toegesloten
met steen, verzegeld en bewaakt
en ied’re hoop was uitgesloten
dat ooit een dode weer ontwaakt.

Ik dacht het duister slechts te zien
maar kon m’n ogen niet geloven
daar lag blinkend opgerold stramien
en hoorde engelen de Here loven.

Geen dood bevond zich in dat graf.
Herrezen is Hij, die ons het leven gaf.

Ik zag een kruis nederdalen

Cross against a sunset background

Uit een hemel zwaar bedekt met wolken,
zag ik een licht dalen als een kruis.
Een kruis dat vrede wil brengen bij de volken,
voor hen die verlangen naar het Vaderhuis.

Dat kruis plantte in vruchtbare aarde.
Bracht bladeren en vruchten voort.
Vruchten van onschatbare waarde,
zo men alleen ziet achter de hemelpoort.

Een witte duif nestelde in de bladeren,
geheel boven op het hoogste punt.
Aan de voet kwam de wereld tot bedaren.
Het had allemaal niet vrediger gekund.

Een kind streelde een leeuw door zijn manen.
De leeuwin sliep met haar welpen naast het lam.
Overstelpt door geluk stroomden mijn tranen,
omdat ik niet wist waarom mij dit overkwam.

Door mijn tranen kwam het licht
vanachter het kruis als drie regenbogen
in schone kleuren naar de aard gericht.
En vol ontzag heb ik mij neergebogen.

Toen ook nog engelen in hemelse koren,
zongen achter het kruis in schone klanken,
en lieten ons het “Solie Deo Gloria” horen,
toen begonnen alle schepselen te danken.

“Solie Deo Gloria”, geprezen zij de Heer.
Met alle tekenen werd het kruis opgenomen
en keerde, tot nu, nimmer op de aarde weer.
Maar toch wil ik van Zijn teken blijven dromen.

Theologie of theorie?


Hebben wij het verhaal geschreven
Dat ons vertelt over dood en leven
Dat ons vertelt hoe leven ontstaat
Vanaf de wieg en na de dood niet verder gaat

Wie is er ooit in lang verleden
Als eerste op een dode aarde getreden
En vond toch pen en papier
Beschreef hoe ’t was, toen en hier

’t Leven bestaat slechts uit theorieën
We bestaan enkel dus uit fantasieën
Geschiedenis en geloof ten spijt
Voor falen betreft geen mens verwijt

Waar ligt de hof van Gethsemane
Waar ligt de heuvel Golgotha
Waar ’t kruis eens stond
Voor een vonnis zónder gena

En als ’s morgens de zon weer rijst
Na een donkere kille nacht
Als hemelslicht uit de spelonk van Arimathea
Wordt dan nog steeds geen warmte en heil gebracht?

Zijn wij meer dan onze God
Dat wij exact weten welk lot
Ons op aarde is beschoren
Zijn wij uit lucht, water en chemie geboren?