Helder licht uit het graf


Ik dacht te zien het diepste duister
in holte van ‘t geopend graf
omdat de dood in alle luister
geen enkel lichtpunt toegang gaf.

Hij had ’t graf zelf toegesloten
met steen, verzegeld en bewaakt
en ied’re hoop was uitgesloten
dat ooit een dode weer ontwaakt.

Ik dacht het duister slechts te zien
maar kon m’n ogen niet geloven
daar lag blinkend opgerold stramien
en hoorde engelen de Here loven.

Geen dood bevond zich in dat graf.
Herrezen is Hij, die ons het leven gaf.

Ik zag een kruis nederdalen

Cross against a sunset background

Uit een hemel zwaar bedekt met wolken,
zag ik een licht dalen als een kruis.
Een kruis dat vrede wil brengen bij de volken,
voor hen die verlangen naar het Vaderhuis.

Dat kruis plantte in vruchtbare aarde.
Bracht bladeren en vruchten voort.
Vruchten van onschatbare waarde,
zo men alleen ziet achter de hemelpoort.

Een witte duif nestelde in de bladeren,
geheel boven op het hoogste punt.
Aan de voet kwam de wereld tot bedaren.
Het had allemaal niet vrediger gekund.

Een kind streelde een leeuw door zijn manen.
De leeuwin sliep met haar welpen naast het lam.
Overstelpt door geluk stroomden mijn tranen,
omdat ik niet wist waarom mij dit overkwam.

Door mijn tranen kwam het licht
vanachter het kruis als drie regenbogen
in schone kleuren naar de aard gericht.
En vol ontzag heb ik mij neergebogen.

Toen ook nog engelen in hemelse koren,
zongen achter het kruis in schone klanken,
en lieten ons het “Solie Deo Gloria” horen,
toen begonnen alle schepselen te danken.

“Solie Deo Gloria”, geprezen zij de Heer.
Met alle tekenen werd het kruis opgenomen
en keerde, tot nu, nimmer op de aarde weer.
Maar toch wil ik van Zijn teken blijven dromen.

Theologie of theorie?


Hebben wij het verhaal geschreven
Dat ons vertelt over dood en leven
Dat ons vertelt hoe leven ontstaat
Vanaf de wieg en na de dood niet verder gaat

Wie is er ooit in lang verleden
Als eerste op een dode aarde getreden
En vond toch pen en papier
Beschreef hoe ’t was, toen en hier

’t Leven bestaat slechts uit theorieën
We bestaan enkel dus uit fantasieën
Geschiedenis en geloof ten spijt
Voor falen betreft geen mens verwijt

Waar ligt de hof van Gethsemane
Waar ligt de heuvel Golgotha
Waar ’t kruis eens stond
Voor een vonnis zónder gena

En als ’s morgens de zon weer rijst
Na een donkere kille nacht
Als hemelslicht uit de spelonk van Arimathea
Wordt dan nog steeds geen warmte en heil gebracht?

Zijn wij meer dan onze God
Dat wij exact weten welk lot
Ons op aarde is beschoren
Zijn wij uit lucht, water en chemie geboren?

Eerste stappen naar het kruis


Een weg zo zwaar en lang
en Jezus was zo bang.
Zo bang voor spot en lijden.
Zijn Vader kwam niet bevrijden.
Zijn elf apostelen waren zo moe.
Door slaap vielen hun ogen toe.
De vijand kwam reeds nader.
Jezus bad; “Uw wil geschiede Vader”

Hij was daar zo eenzaam en alleen.
Slechts was de stilte om Hem heen.
Stilte vol zwijgen en gevaren.
stilte vol angst zonder bedaren.
Satan leek zijn slag te slaan.
Jezus gaf hem zelfs ruim-baan.
Zijn dienaar was Jezus’ verrader.
Jezus bad; “Uw wil geschiede Vader”

Met velen kwamen ze Hem halen.
Angstig voor de wondere verhalen,
die over Hem werden doorverteld,
kwamen zij met grof geweld.
Hoe anders was Jezus reactie toen;
“Judas, verraad je Mij met een zoen?”
Vandaar kwam Jezus’ kruisdood nader.
Jezus bad; “Uw wil geschiede Vader”

Diepste gebed


Zoveel gebeden stijgen omhoog
vertolken onze noden en lasten
worden gehoord boven de hemeltoog
zijn gericht om ons te ontlasten.

Vele vragen waarvan God denkt
dat wij beter Zijn heil kunnen vragen
en ons daarom geen antwoord schenkt,
niet dat wijzelf lasten moeten dragen.

Het volmaakte gebed is ons geleerd
toen Zijn Zoon was hier op aarde
daarin wordt Hij zo behoord geëerd
en houdt Hij ook ons in onze waarde.

Toch klonk er ooit nog één gebed
daar van dat kruis op Golgotha toen
daardoor is elke zondaar thans gered
“Vergeef hen, zij weten niet wat zij doen”.

Extra last


Moe, bezweet kwam hij van ’t land,
over een weg vol stof en zand.
Vele mensen kwamen hem te gemoed,
in een grote luidruchtige stoet.

Tussen hen in, een bebloede man,
je kon zien dat Hij niet verder kan.
Voort geduwd door ruwe soldaten,
die niet vol medelijden zaten.

Een zware balk was op Zijn schouder.
Veroordeeld door Romeinse stadhouder,
moest Hij Zelf dragen het kruis.
Simon keek toe, hij wilde naar huis.

Plots pakte een soldaat hem zonder vragen
en gelastte hem het kruishout te dragen.
De veroordeelde werd te zwak, te moe
en het was nog ver naar Golgotha toe.

Toen Simon het hout op zijn schouder nam,
was daar dat wonder dat hem overkwam.
Zijn moeheid was plots geheel verdwenen.
Als hernieuwd stond hij weer op zijn benen.

Zie, zo is het nu met onze Heiland.
Sta je vermoeid op een weg vol stof en zand.
Hij zal ieder die vermoeid is en belast,
bevrijden van het dragen van schuld en last.

Eeuwigleven en angst voor dood


Een eenvoudig houten kruis
doet denken aan een koude kribbe
duistere nacht waar engelen zongen
eindigde in een dag zonder licht

een woord van God
dat op de aarde klonk
gesmoord in bloed
begraven in een graf

waar Gods Zoon de vrede bracht
en liefde was Zijn woord
daar klinkt nu een bittere klacht
wordt slechts geween gehoord

duister is het graf
en eeuwig de dood
was dit dan nu de straf
voor Hem die vrede bood?

Maar nú schijnt helder licht
uit ’t graf van de opgestane Heer
Hij heeft de overwinning verricht
de dood is nu niet eeuwig meer

nu klinkt weer in duistere nacht
de schone engelenzang
God Zelf toonde Zijn grote macht.
En wij, wij zijn nu niet meer bang.

Ook voor mij (trioliet)


Ook voor mij bent U die weg naar Golgotha gegaan
hebt U niet dat kruis, maar óók mijn zonden gedragen
door soldaten bespot, beschimpt, bespuugt, geslagen
ook voor mij bent U die weg naar Golgotha gegaan
om mijn schuld durfde ik U geen vergiffenis te vragen
want ook ik heb U in Gethsemane laten staan
ook voor mij bent U die weg naar Golgotha gegaan
hebt U niet dat kruis, maar óók mijn zonden gedragen.

God als Mens


Het hout heb ik aangedragen
De nagels heb ik gesmeed
Die door Uw handen
en voeten werden geslagen
En nog doe ik of ik van niets weet

Onder het kruis heb ik U bespot
Beschimpt, belasterd en vervloekt
Erkende U niet als zoon van God
Teleurgesteld beschuldigde
ik U van verraad

Nu weet ik dat ik het was
Die U hebt verloochend en verraden
Terwijl ik toch echt in Uw ogen las
Dat U slechts bestond
uit zachtheid en goede daden.

De Koning nadert


De dagen naderen dat Hij zich Koning zal tonen,
de vijand zal buigen, enkel voor Zijn macht,
dan zal Hij weer Davids paleis gaan bewonen
slechts door één woord, dat is wat heel Israël verwacht.

De Romeinen zullen worden verslagen en verdreven,
hun legers slaan massaal op de vlucht,
Israëls rijk en Davids troon zullen weer herleven,
het juk verdwijnt waaronder het land thans zucht.

Straks treed de Koning binnen door Jeruzalems poort
met feestgedruis en enthousiast ontvangen
gezeten op een jonge ezel zoals dat hoort
heel het volk juicht en loopt mee vol verlangen.

Maar ziet, de Koning huilt en hoor Hem klagen
over Jeruzalems vreselijk einde en lot,
ook nu het volk Hem naar binnen wil dragen,
Hij is geen Koning, slechts dienaar van God.

De dagen naderen dat Hij de stad verlaat
omringd door mensen die Hem niet als Koning vragen,
slechts beschimpt met smaad en haat
en zal Hij zelfs een kruis moeten dragen.

De dagen naderen dat Hij zich, de Grote Koning, toont,
niet om Zijn volk van aardse vijand te bevrijden,
maar dat Hij ieder die Hem trouw betoont
als ’t goede graan van ’t kaf zal scheiden.

Verloocheningen


Na driemaal verloochenen vergaf Jezus Petrus nog
Hoe groot moet Zijn liefde dan wel wezen
Als Hij ook mij wil vergeven na een leven vol bedrog
Van ziekte en wonden mijn ziel wil genezen

Hij noemt mij Zijn zoon en tilt mij op uit ellende
Gaat Zelf daarvoor die eindeloze lijdensweg
Hij leidt mij aan de had alsof Hij mij eeuwen kende
En voert mij bij het kwade weg

Zelfs zeven maal, zeven maal, zeventig maal
Is Hem niet te veel om mij te verstoten
Vergaf op Golgotha ook Zijn beulen allemaal
En heeft met liefde en gena de mens omsloten

Zijn pleidooi voor vergeving was zo intens en diep
“Vergeef hen Vader, zij weten niet wat zij doen.”
Maar…, was ik ’t niet die daar in de hof van Gethsemane liep
En Hem heb verraden met een “Judaszoen”?

Werkelijke Via Dolorosa


U loopt die dag bewust tegemoet
Die dag dat U weet te moeten lijden
Met ongekend vertrouwen en moed
Om de wereld van kwaad te bevrijden

De mens neemt U last van de schouder af
Gaat zelf daarmee zwaar beladen
En draagt vrijwillig ieders straf
Ondanks dat de mens U heeft verraden

Als koning gaat U vorstelijk de weg
De weg van enkel smart en lijden
En in smart en lijden vraagt U ons geen uitleg
Waarom wij niet voor U willen strijden.

Waar Hij voor kwam


Hoeveel doden zou ik moeten sterven
Voor ik mijn schulden heb betaald
Wellicht zou ik in eigen waan bederven
De overwinning door Hem behaald

Hoe zou ik ooit de weg gaan die Hij ging
Overladen met hoon en spot en slagen
Vernederd en bespuugd tot men Hem hing
Zou de Vader vergeving voor hen vragen

Hij vraagt ons niet om vergelding
De schulden scheldt Hij ons vrij
Hij schenkt ons enkel vergeving
Een eeuwig leven voor u en mij.